Virtual Action Learning in Moodle

Een competentiegericht blended opleidingsconcept

Twee jaar geleden volgde ik de opleiding VAL-trainer bij het Citowoz in Breda. VAL (Virtual Action Learning) is een methode om competentiegericht onderwijs vorm te geven. Het wordt inmiddels met succes bij een aantal hbo’s en bedrijfsopleidingen toegepast. Een voorwaarde voor het slagen van VAL is een krachtige ELO. Daarom heeft Citowoz tegelijk met het concept een Virtual Learning Community ontwikkeld. Als Moodle-fan fantaseerde ik hoe een VAL-opleiding in Moodle zou passen. Inmiddels heeft iemand dat gedaan: François Walgering maakte in Moodle een training ‘Competentiegericht onderwijs’ voor docenten van Defensie op basis van de 11 VAL-Stappen.

In dit artikel wil ik laten zien hoe François het VAL-concept in Moodle heeft vormgegeven. Ik beschrijf VAL in het kort, laat zien hoe de VAL-stappen zijn terug te vinden in de interface van de Moodle-cursus en geef een korte analyse en evaluatie, aangevuld met François’ ervaringen.

Lees je dit artikel liever van papier, download dan de pdf.

CGO leren en onderwijzen is DOEN

De Defensiedocenten hadden eerder een training gekregen over competentiegericht opleiden, maar daar was niet veel van blijven hangen. Frontaal lesgeven over CGO bleek niet te werken. CGO vraagt van de docenten die in CGO gaan opleiden een radicaal andere attitude ten aanzien van hun eigen leergedrag: van passief naar actief. De kern van CGO is immers dat je de lerende prikkelt om leervragen te formuleren en daarmee aan de bak te gaan. Die omslag bereik je niet door docenten naast het zwembad over CGO te vertellen, maar door hen te laten zwemmen.

In CGO leren hoe je CGO onderwijst (http://iwebask.com/blog/wp-content/uploads/2011/09/46.png)

François veroorzaakt met zijn opleiding een mooi Droste-effect. Want wat is er nu mooier dan docenten in een CGO- concept leren hoe ze hun deelnemers op een CG-manier moeten opleiden?

De VAL-leercirkel

Op zoek naar een goed CGO-concept kwam hij bij VAL uit. VAL bestaat uit 11 stappen die een student doorloopt om competenties te verwerven. Voor de achtergrond van het VAL-concept verwijs ik naar het boek Virtual Action Learning: een opleidingsconcept over samenlerend produceren met behulp van ICT . In onderstaand schema vind je de stappen zoals François ze heeft toegepast in zijn VAL-cursus. In zijn opleiding zijn het er 12 in plaats van 11.

VAL kent een aantal centrale kenmerken, die je in deze stappen terugziet. Van de website van Citowoz:

Lerende stippelt zelf zijn route uit

Er is geen verplichte volgorde in de stappen. Enerzijds omdat de lerende zijn eigen tempo kiest en zijn eigen leervoorkeuren heeft en anderzijds omdat hij afhankelijk is van de voortgang van zijn groepsleden. Er moeten immers wel producten staan om feedback op te geven of stellingen om op te reageren. De begeleidend docent houdt in de gaten of de interactie op gang komt en goed loopt.

Er worden wel tevoren bijeenkomsten ingepland. De agenda daarvan wordt mede bepaald door de oogst uit de ELO. De begeleidend docent bespreekt de producten die de studenten als beste genomineerd hebben, geeft een korte presentatie over belangrijke leervragen die zijn gesteld of de groep legt vragen voor aan een externe deskundigen. Natuurlijk is er ook tijd om vaardigheden met elkaar te oefenen. Een discussie kan zijn voorbereid in de ELO en in de bijeenkomst met een debat worden afgerond. Hier kom ik op terug bij ‘Rooster’.

De inhoud

Grof gezegd ging het bij de docenten van Defensie om de competentie: competentiegericht kunnen doceren. François heeft er voor gekozen om een verdeling te maken in vijf thema’s:

  1. (Zelf)reflectie
  2. Definities binnen competentiegericht onderwijs (een gemeenschappelijk beeld krijgen bij het ‘Competentiewoordenboek’ van Defensie)
  3. Competentiegericht onderwijs (concepten en modellen verkennen en beoordelen)
  4. Competentiegericht begeleiden en coachen
  5. Competentiegericht beoordelen

Ik ga verder niet in op de inhoud, maar op de didactiek. Ik spreek in het vervolg steeds over de lerende als de ‘docent’. De doelgroep bestond immers uit docenten. Ik hoop niet dat dit verwarrend is.

Competentieprofiel als dashboard, leerarrangement als stuur

Voor elk van deze thema’s doorlopen de docenten een zo volledig mogelijke VAL-cirkel. Het startpunt is reflectie op de competentie: wat weet/kan ik al, wat wil ik nog leren? Als de docent daar concrete leervragen bij heeft, kijkt hij in de ELO welk Leerarrangement (LA) hem kan helpen om daar antwoorden op te vinden.

Zie een LA als een opdracht om een product te maken dat voldoet aan gegeven beoordelingscriteria. Bij de opdracht staat welke leerinteracties de docent kan aangaan met mededocenten en met de begeleider om zijn product en daarmee het niveau van zijn competentie te verbeteren. Deze leerinteracties zijn de VAL-stappen.

De voorbereiding van de docent op de beoordeling en het daadwerkelijke assessment vormen vanzelfsprekend de laatste stappen van de cirkel. Zowel het product als de bijdragen van de docent aan de leerinteractie vormen bewijzen voor de beoordeling van het competentieniveau. De assessor weegt deze en doet een uitspraak over het bereikte niveau. Hieronder als voorbeeld een pdf van de Leeropdracht (Zelf)reflectie).

Open pdf leeropdracht (Zelf)reflectie

De mogelijke leerinteracties zien we straks terug in de Moodle-omgeving, want de functionaliteiten voor bijvoorbeeld commentaar vragen van medestudenten of vragen opstellen voor de deskundige zijn daarin klaargezet.

Rooster

VAL is een ‘blended’ onderwijsconcept. Er wordt zowel in georganiseerde bijeenkomsten, in spontane live teamoverleggen, in coachingsgesprekken en online samenwerkend geleerd. De VAL-stappen bij de LA’s werden in een tijdsbestek van een maand voor elk thema doorlopen, gestuurd en gecoacht door François. Dit rooster werd dus vijf keer herhaald.

Het ‘rooster’ voor zo’n blok van een maand ziet er zo uit:

Klik om te vergroten

De verwachte tijdsbesteding zou je laag kunnen noemen. In deze tijd moet namelijk veel gebeuren: research doen voor het leerproduct, feedback geven op elkaars producten, een sessie met een expert voorbereiden, reflecteren op het eigen leerproces.

Wil je weten hoe Francois een VAL-bijeenkomst inricht, open dan de pdf met de ‘uitnodiging’ voor de docenten. Deze bijeenkomst is onderdeel van Thema 1 (Zelf)reflectie, waarvan je ook het LA hebt kunnen bekijken.

Keuze voor Moodle

Bij VAL heb je een ELO nodig. Alle opdrachten en ‘kennisobjecten’ die de docenten nodig hebben zijn daarin altijd bereikbaar. Daarbij moeten alle vormen van leerinteractie gefaciliteerd worden. Daaruit komen immers bewijzen voor het ontwikkelde competentieniveau. Dan moet je ze eerst mogelijk maken in een ELO.
De keuze voor Moodle lag voor François voor de hand omdat een aantal onderdelen uit de krijgsmacht er al mee werkte.

VAL-cirkel uitgewerkt in Moodle

Francois heeft de stappen uit de VAL-cirkel vertaald naar de functionaliteiten van Moodle. Je ziet hier de homepage (‘Cursusoverzicht’) in drie afbeeldingen onder elkaar. Een Moodlecursus bestaat uit ‘secties’ in het midden waarin bronnen en leeractiviteiten geplaatst worden en ‘blokken’ aan de zijkant waarin sectie-overstijgende informatie geplaatst wordt. We kijken nu alleen naar de secties. Ik heb de nummers van de stappen uit de VAL-cirkel gekoppeld aan de bronnen en activiteiten in de secties.

Screenview 1 van Cursusoverzicht (klik om te vergroten)

Screenview 2

Screenview 3 (laatste)

Ten slotte nog een verklaring van de typische Moodle-iconen.

Moodle iconen

Een ‘Forum’ is voor discussies. Iedereen kan een nieuwe discussie starten en reacties plaatsen. Er kunnen ook bijlagen aan een bericht worden toegevoegd. Een forum kan op deze manier gebruikt worden om feedback te geven op elkaars producten. ‘

Bestand insturen’: docent stuurt product in, als concept om feedback te vragen van de begeleidend docent, of als eindproduct, ter beoordeling.

‘Bronnen’: Word-documenten of pdf’s ter informatie.

Beschrijving ontwerp

Je ziet dat Francois de volgende keuzes heeft gemaakt in zijn ontwerp:

1.    Portfolio

Het leertraject start in sectie 1 met de opdracht om een portfolio in te sturen waarin de docent reflecteert op zijn huidige niveau op de competenties waaraan hij in de opleiding gaat werken (thema-overstijgend). Dit is onderwerp van gesprek met de begeleider: welke thema’s en leervragen zijn voor jou gezien je portfolio van het meeste belang? Bij de voortgangsgesprekken na elk thema en bij de eindevaluatie komt het portfolio weer op tafel.

2.    Thema per sectie

De volgende secties bevatten de thema’s. Elk thema kent  een vaste opbouw:

  • Leerdoelen – downloadbaar document (Bron in Moodletermen)
  • Leeropdracht – downloadbaar document (idem)
  • Analyse van de opdracht – Opdracht insturen voor ‘Eerste Commandanten Terugkoppeling’. Dit betekent dat de docent aan de begeleider teruggeeft dat hij de opdracht heeft begrepen en op X-wijze gaat uitvoeren. Begeleider stuurt dan zo nodig nog bij
  • Bron waarin het programma van en de voorbereiding voor een geagendeerde bijeenkomst staat

3.    Bronnen in aparte sectie

Na de thema’s volgt een aparte sectie met bronnen voor de ‘Ondersteunende informatie’ verdeeld over gelabelde mappen die deels direct zijn te herleiden tot een van de thema’s en deels thema-overstijgend zijn

4.    Sectie voor elke ‘soort’ leerinteractie

In de volgende secties vindt de docent functionaliteiten voor de leerinteracties: forums voor de stappen in de leercirkel waarvoor online interactie noodzakelijk is, zoals het formuleren van leervragen, leerproducten delen of in een subgroep elkaar helpen met het eigen product (Projectmatig werken), feedback geven op elkaars producten, kennis verdiepen door op stellingen te reageren die in een bijeenkomst verder uitgewerkt kunnen worden en een forum om een meeting met een expert voor te bereiden

5.    Sectie ‘Evaluatiegesprek’ helemaal onderaan de Overzichtspagina voor beoordeling

Docent verzamelt zijn product en andere bewijzen uit bovenstaande secties in een of meer documenten en stuurt dit in voor de begeleider die het gaat beoordelen en bespreken.

Analyse en evaluatie ontwerp

Je kunt dit ontwerp vanuit het perspectief van de gebruiker en vanuit het perspectief van de relatie didactiek/techniek bekijken.

Logica interface en navigatie vanuit de gebruiker

De lerende docent begint in de themasectie. Vervolgens kan hij de secties met Ondersteunende informatie en de forums voor de verschillende vormen van Leerinteractie lineair doorlopen tot hij in de laatste sectie voor het Evaluatiegesprek belandt.
Als ik als gebruiker het schema zie met de VAL-stappen en vervolgens in de overzichtspagina kijk, zou ik het moeilijk vinden om de VAL-stappen te koppelen aan de titels van de secties en forums. Is ‘Stellingen formuleren’ een ‘Leerinteractie’? Het doel van een leeractiviteit en de werkvorm die daarvoor gehanteerd wordt, loopt een beetje door elkaar. Als de gebruiker in de omgeving direct ziet hoe hij output uit de ene stap kan gebruiken voor een volgende, dan is de kans op online activiteit en op benutten van zoveel mogelijk VAL-stappen groter. Op dat punt kan het ontwerp van de ELO verbeterd worden.

Ik denk dat de keuze om in de thema-secties alleen bronnen en leeractiviteiten die specifiek over dat thema gaan en de secties met forums voor de leerinteracties niet op thema te scheiden het navigeren ingewikkelder maakt. De gebruiker vraagt zich af: in welk forum had ik ook alweer iets bruikbaars gezien over dat thema? Bovendien verwacht ik dat de forums onoverzichtelijk worden als daar discussies over alle thema’s bij elkaar staan.

Gebruik van de functionaliteiten van Moodle (didactiek > techniek)

Je kunt ook met een Moodle-oog naar het ontwerp kijken. Daarbij stel ik me de volgende vragen:

  1. Is het handiger om per thema een aparte cursus te maken waarin elke VAL-stap een eigen sectie en leeractiviteit heeft. De thema-overstijgende informatie zoals het startportfolio, de informatiebronnen en het eindportfolio staan in een metacourse waarmee gelinkt wordt. Of de bronnen komen in een Databank die op de Startpagina geplaatst wordt en vanuit de cursussen te raadplegen is.
  2. Welke leeractiviteiten in Moodle zijn het meest geschikt gezien het doel van de VAL-stap? Er is nu alleen gewerkt met forums en opdracht insturen, maar voor bijvoorbeeld Feedback geven kan een Workshop heel geschikt zijn. Voor vragen voor de experts is een Wiki een mooie oplossing…  Bij elke functionaliteit kan in subgroepen gewerkt worden.

Perspectief vanuit de gebruiker en vanuit de didactiek>techniek leiden tot dezelfde vraag:

Welk interface-ontwerp motiveert de docent het beste om alle stappen in de VAL-cirkel te zetten met het beste leerresultaat?

Nog voordat je Moodle, of een andere leeromgeving voor VAL gaat inrichten, beschrijf je in het ontwerp welke functionaliteiten je nodig hebt om de gewenste interactie en rapportage te krijgen.

Ervaringen betrekken bij evaluatie

Natuurlijk is het belangrijk om goed naar de ervaringen te kijken die François met zijn doelgroep heeft opgedaan. Wat vonden de docenten van het ontwerp en hoe hebben ze de VAL-stappen uitgevoerd, al dan niet met behulp van de Moodle-omgeving?

Klikvrees gecombineerd met ‘we zitten toch naast elkaar’

François vertelde me dat het niet vanzelf ging. In de startbijeenkomst was sowieso veel tijd nodig om het concept uit te leggen en om te leren werken met Moodle. De vaardigheid in werken met internet was nogal gevarieerd. Francois heeft bij het eerste thema de docenten stap voor stap door de cursus geleid. Daarna konden ze behoorlijk goed zelf de weg vinden.
Aangezien de meeste docenten uit de groep bij elkaar op de gang zaten en voornamelijk onder kantoortijd aan de cursus werkten, was het wat lastig om hen te motiveren in de ELO te werken! In de praktijk vond de meeste leerinteractie dus toch in bijeenkomsten en gesprekken plaats. In de ELO is dan weinig bruikbaar ‘bewijs’ te vinden.

Online feedback geven aan peers is spannend en gewoon moeilijk

Daarbij bleek ook dat lang niet alle VAL-stappen gezet werden. Nu laat het VAL-concept ook ruimte voor eigen keuzes en in de beoordeling gaat het altijd om een mix van bewijzen. Niet elke stap is verplicht. De stappen bleven echter bij de meeste thema’s beperkt tot het inleveren van een product. Docenten hadden veel moeite met elkaar ondersteunen bij het leren en feedback geven op elkaars producten. Dat is jammer. Bij een volgende editie zal daar dan ook nog meer aandacht aan gegeven moeten worden. Daarbij moet ook naar de randvoorwaarden gekeken worden: is er genoeg tijd gereserveerd voor de opleiding? Of, langs de andere kant: kan het aantal thema’s ingekrompen worden waardoor de cirkel minder vaak maar wel grondiger wordt doorlopen?

Toch heel waardevolle opbrengst

Als we even het benutten van het VAL-concept en traceerbaarheid van het leren in de ELO loslaten en kijken naar wat het heeft opgeleverd, dan is het resultaat toch heel goed geweest. François heeft zowel tijdens de workshops, de individuele begeleiding en bij de beoordeling gezien en gehoord dat docenten veel nieuwe inzichten in leer- en onderwijsprocessen hebben opgedaan.

Ze hebben kritisch naar zichzelf gekeken, onderliggende overtuigingen gekanteld en geëxperimenteerd met nieuw gedrag. Dat is voor de doelgroep van mannen tussen 45 en 55 met behoorlijk vastgeroeste ideeën over instructie, een hele grote stap. Docenten vroegen zich voor het eerst af: ‘Wat vraag ik nu eigenlijk van mijn studenten?’ Op de werkvloer vormt het docententeam nu, een half jaar later, een zelfregulerend systeem. Het effect terug te zien in het onderwijs dat de docenten geven: behoorlijk competentiegericht!

Om bovenbeschreven leerprocessen niet alleen live maar ook online in gang te zetten, is voor een deel van de doelgroep nog een te grote stap. Zit je zelf nog aan de oppervlakte met je denken over leren, dan stel je collega’s nog geen verdiepende vragen.

Conclusie: VAL met Moodle doen?

Naar mijn idee kan VAL in elke leeromgeving worden toegepast, of het nu Moodle is, of ILIAS, Blackboard of Sharepoint. François heeft daar een heel mooi voorbeeld van neergezet. Het komt aan op goed kijken naar de didactiek en organisatie van het leerproces die in elke stap zit ingesloten en hoe je die met de functionaliteiten van de ELO of DLWO het beste tot hun recht laat komen.

Voor docenten in mbo en hbo die in hun ontwikkeling voor twee uitdagingen staan:

  • CGO ontwerpen, begeleiden en beoordelen
  • ICT met didactiek leren verbinden

zou het volgen van deze opleiding in hun eigen leeromgeving een winstverdubbelaar zijn!

Webdesign leren op afstand

In april was ik op de MoodleMoot in Londen. Voelde me een beetje verweesd tussen alle Engelsen. Gelukkig ontmoette ik een ander ‘Dutch speaking person’, namelijk Koen Nys die als docent en Moodlebeheerder werkt bij het Centrum voor Volwassenenonderwijs in Heusden-Zolder.

Koen stuurde mij een reportage die over zijn club gemaakt is door TV Limburg. Het is grappig om te zien hoe de docent met alleen zijn Linux-pinguïn als gezelschap een webclass geeft vanuit Heusden aan zijn studenten webdesign. De student zit in Genk in zijn slaapkamer achter zijn burootje. ‘Alberto, jij hebt je handje opgestoken. Zeg het eens…’

Conclusie van de reportage: het is voor iedereen wennen en niet altijd koek en ei, want:

  • Technische problemen zijn nooit uit te sluiten
  • Sociaal contact vervalt voor een stuk
  • Docent verliest een deel van zijn controle

Jammer dat de voordelen niet wat meer belicht worden in deze sympathieke repo. Je hoort alleen een docent zeggen: ‘We kunnen niet anders. De studenten verwachten het…’

Blended learning succes bij de Belastingdienst

Altijd nieuwsgierig naar casussen over opleidingsontwerp vond ik op de site van CINOP het artikel Blended learning bij de Belastingdienst. Flexibel competentiegericht leren met juiste mix van leermiddelen. (De link om dit artikel te downloaden vind je onderaan deze webpagina van CINOP.) Ik word hier heel warm van. Zeker als ik de ervaring van een docent lees:

Docent:’Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik niet zo aan de medewerkers hoef te trekken tijdens de contactdag; dat scheelt een hoop energie.’

Nou, dat lijkt me ook heerlijk! De medewerkers doen in de ELO de leertaken die ze nodig hebben voor hun werk, op hun eigen tijd en in eigen tempo, wisselen kennis uit bij het maken van integrale praktijkopdrachten en komen goed voorbereid naar de bijeenkomst.

Wat is het geheim van het succes? Dat zal hem zitten in de onderwijskundige expertise om die juiste mix van middelen te ontwerpen en de overtuigingskracht van de CINOP-mensen die de Belastingdienst hierin mee gekregen hebben.

Ik raad iedereen aan die met vragen zit rond de inzet van blended learning en opleidingsontwerp om dit artikel te lezen en het model te volgen. Daarbij natuurlijk vooral de leerervaringen meenemen:

  • deelnemers moeten begeleid worden naar zelfstandig leren en leren in een online omgeving
  • docenten moeten leren hoe ze die mix van leermiddelen daarbij inzetten en hoe ze deelnemers online begeleiden

Houd rekening met een aanloopperiode, maar dan word je beloond met voorbereide cursisten in je zaal die uitgroeien tot invorderaars die hun nieuwe kennis en vaardigheden op hun werkplek toepassen.

Bestuursacademie Nederland blij met Moodle

Feiten en cijfers

Mijn Bestuursacademie

  • Gebruikt Moodle sinds: 2005
  • Aantal cursisten: 3500 per jaar
  • Aantal cursussen beschikbaar via Moodle: 120 opleidingen verdeeld over verschillende modules (zie overzicht van opleidingen onderaan de homepage voor een indruk van de onderwerpen)
  • Doelgroepen: medewerkers van voornamelijk lokale overheden, van VMBO tot en met WO-Master
  • Gesproken met: Dick van der Gugten, programmamanager opleidingen en beheerder van ‘Mijn Academie’
  • Versie Moodle: 1.9, bereidt zich (mentaal) voor op de upgrade naar 2.1
  • Wie ontwikkelt de cursussen: de docenten die als freelancer voor de Bestuursacademie werken

Waarom een ELO?

E-Learningmodule Algemene Wet Bestuursrecht

De Bestuursacademie verzorgt sommige modules voor grote groepen cursisten. Een module als ‘Hoe werkt de gemeente?’ of ‘De Algemene Wet Bestuursrecht’ is onderdeel van een groot aantal opleidingen en wordt jaarlijks door honderden cursisten gevolgd. Dan loont de investering om deze inhouden door een gespecialiseerd

Met video van experts

e-learningbedrijf (Cirquest) te laten vertalen in een e-learningmodule met aantrekkelijke animaties, video en interactieve toetsvragen. Zo’n module kan in de ELO als SCORM-pakket afgespeeld worden.

Werkgevers vinden het aantrekkelijk als hun personeel opgeleid kan worden via e-learning: de cursist kan in eigen tijd en eigen huis studeren en hoeft niet naar een bijeenkomst die verzorgd wordt door een docent. En dit verlaagt de kosten natuurlijk aanzienlijk. Cursisten kunnen de e-learning doen op elk gewenst tijdstip, op elk gewenste plaats en zijn geen reistijd kwijt. Bovendien kunnen oefeningen vele malen opnieuw worden gedaan.

Waarom Moodle?

De keuze is op Moodle gevallen vanwege de lage kosten en de vele mogelijkheden. Dick heeft zich wel georiënteerd op onder andere Blackboard maar vond dit destijds te beperkt en te duur. Hij blijft andere ELO’s wel volgen, vooral om te zien of ze mogelijkheden bieden die Moodle nog niet heeft, maar is vooralsnog niet van plan om binnen afzienbare tijd over te stappen naar iets anders.

Hoe wordt Moodle gebruikt?

Moodle als spoorboekje

Alleen cursisten die een opleidingen van tien of meer lesdagen volgen, krijgen toegang tot Moodle: ‘Mijn Academie’. Zowel docenten als cursisten moeten wel even leren omgaan met Mijn Academie. Er is een handleiding voor cursisten en voor docenten online beschikbaar.

Toegang tot kennisbanken

Moodle is voor de Bestuursacademie vooral een spoorboekje voor de cursisten, een publicatieplatform voor bronnen die in een opleiding worden gebruikt, toegang tot externe bronnen als kennisbanken voor de overheid en een communicatiemiddel. Docenten informeren en motiveren cursisten over aanstaande leeractiviteiten. In sommige cursussen gebruiken cursisten de forums ook om onderling contact te houden tijdens de opleiding.

En om opdrachten te maken en in te sturen

En de activiteit Opdrachten wordt veel gebruikt.

Er zijn nog geen vaste formats of concrete afspraken over de manier waarop Moodle in een opleiding moet worden ingezet. De programmamanagers stimuleren de docenten om hun cursussen te ‘vullen’ met aantrekkelijke bronnen en links. Er zijn handleidingen voor docenten. Het beeld blijft ondanks dat heel gevarieerd. Sommige docenten maken er veel gebruik van, anderen nauwelijks. Er is wel behoefte aan een visie op e-learning die toe te passen is in het ontwerp van de cursussen. Programmamanagers hebben daar houvast aan bij het instrueren van de docenten. Docenten en cursisten zouden veel meer gebruik kunnen maken van Mijn Academie door meer kennis te delen, door te chatten en vragen op gedeelde vakgebieden aan elkaar voor te leggen. Het samenwerken aan een document (wiki) behoort tot de mogelijkheden waar geen gebruik van wordt gemaakt. Dick zou ook graag zien dat de mogelijkheid om video’s te tonen/linken kan veel meer gebruikt wordt.

Het gebeurt al

In sommige opleidingen werken cursisten in subgroepjes samen aan één opdracht zoals in de opleiding Adviseur Lokale Overheid. Voor deze subgroepen maakt Dick een aparte cursus aan waarin alleen de leden toegang hebben. Er zijn ook opleidingen waarin groepjes in discussiefora onderling gegevens uitwisselen, zonder dat andere deelnemers van de opleiding hier kennis van kunnen nemen.

Hoe wordt Moodle NIET gebruikt?

Toetsen (om te oefenen) in Learning Online

Nagenoeg geen toetsing in Moodle!  Het toetsen gebeurt in het algemeen nog steeds op papier. Voor formatieve toetsing gebruikt de Bestuursacademie een ander platform, namelijk van LearningOnline. Dick vindt de toetsmogelijkheden en toetsnavigatie hiervan aantrekkelijker dan de Quizmodule van Moodle: makkelijker animaties invoegen, links naar pop-ups met uitleg… Er staat een link op Mijn Academie naar de toetsen (kennistesten) of de deelnemer logt rechtstreeks in op Learning Online. Examengerichte toetsing kun je natuurlijk digitaal afnemen, maar dat moet dan toch in een zaal met voldoende pc’s en een ‘opzichter’. Afname op papier is dan toch nog goedkoper.

Eigen modules, plugins of blokken?

Maatwerkblokje

Ja, linksboven in elke cursus staat een vast blok met informatie die in elke cursus nodig is: Cursusinformatie,  Rooster, Boekenlijst… De informatie waar deze links naar leiden wordt gevuld vanuit het intranet van de Bestuursacademie. Een opleiding wordt t soms op zes of meer locaties gegeven. Voor elke locatie is er een aparte cursus op Mijn Academie. In elk van de cursussen moet dat blokje staan, linkend naar dezelfde informatie. Vanuit het intranet kan een programma-assistent het blok in één keer configureren voor alle locaties.

Nu 2.0 en hoger de mogelijkheid biedt blokken aan een cursuscategorie te koppelen valt een deel van de noodzaak voor dit eigen informatieblok weg, maar het vullen met informatie die via het intranet uit een database komt, blijft ook dan heel handig.

Wat zou Dick aan Moodle willen veranderen?

Het overzicht van ingestuurde bestanden bij de opdrachten is onhandig. Er staan kolommen tussen die je niet nodig hebt. ‘Scroll yourself to death!’ Feedback geven heeft een onlogische navigatie. (Schrijver dezes is het geheel eens.)

De Berichtenfunctionaliteit is ook niet handig. Waarom moet je eerst de naam van degene die je een bericht wilt sturen selecteren, dan naar beneden scrollen en voor Stuur bericht kiezen? Waarom niet achter elke naam een knop Stuur bericht?

Toekomstplannen?

De Betuursacademie wil de voordelen van e-learning nog meer benutten. Meer e-learning, minder bijeenkomsten in zaaltjes waar een docent voor nodig is en waarvoor – in de file – gereisd moet worden en daarvoor is aantrekkelijke content nodig. Cirquest is heel goed in het ontwikkelen van multimediale instructieve content. Om de lijnen zo kort mogelijk te maken heeft de Bestuursacademie Cirquest overgenomen.

Cirquest gaat voor onderwerpen die op grote schaal afgenomen worden meer mooie ‘doorklik’-modules maken. Deze worden straks niet meer in Mijn Academie (Moodle) uitgeserveerd maar via een nieuw ‘plein’.

Bedenkingen bij e-learning?

Dick ziet dat cursisten die zich op een examen hebben voorbereid met e-learning over het algemeen minder goed presteren dan cursisten die een ‘traditioneel’ leerpad gevolgd hebben met lesbijeenkomsten. Dit is te wijten aan de zware wissel die e-learning op de zelfdiscipline van de cursisten trekt. De blended vorm is dan toch een betere keuze dan uitsluitend e-learning.

Enthousiast over..

Big Blue Button!

Dit is een contributed module waarmee je direct vanuit Moodle een web class kunt houden voor maximaal100 cursisten tegelijk. De docent kan terwijl hij praat een PowerPoint laten zien, een video of een white board waar hij op schrijft en tekent. Er is een chatscherm in beeld waarin cursisten vragen kunnen stellen. Cursisten kunnen ook hun webcam inschakelen waardoor de docent hen kan zien als ze een vraag stellen… alle opties die je van een online synchrone webclass mag verwachten. De webclass kan opgenomen worden zodat cursisten hem nog eens in hun eigen tempo kunnen terugkijken.

De Bestuursacademie catert ook voor de Antillen. Docenten zullen het best jammer vinden als ze dankzij BBB niet meer naar de Pacific hoeven te vliegen. Gelukkig is de bandbreedte bij de meeste overheidsinstellingen op de Antillen nog niet afdoende…

Vragen?

Plaats een comment als je een vraag hebt voor Dick van der Gugten, de ‘Moodleman’ van Bestuursacademie Nederland.

 

Mooi hulpmiddel om activiteiten te kiezen in Moodle

Via LinkedIn kwam ik contact met Henri Roodveldt van Connected Profs. Toevallig gebruiken we allebei Moodle voor cursussen in ‘het veiligheidswezen’. Dat schept een band. Hij schreef in een discussie dat je eerst je cursus helemaal moet uitdenken voor je in Moodle aan het werk gaat, anders blijf je wijzigen. Dat is ook mijn ervaring en die van vele Moodlers met ons, lijkt me. Hoe maak je nu op een slimme manier keuzes voor je cursusscenario?

Learning by doing in Moodle

Partner Michiel Boerman en ik filosoferen over een soort ‘meta-Moodle-cursus’. Je ontwikkelt binnen Moodle een nieuwe cursus. Dus onze metacursus helpt je die cursus te ontwerpen en ontwikkelen en, hoera, aan het eind van je leerroute heb je leren werken met Moodle en je hebt ook nog je cursus klaar. Michiel is interaction designer en ik ben didactisch ontwikkelaar, dus samen moeten we dat kunnen!

Tool Guide als startpunt voor ontwerp

Omdat het nog wel even bij filosoferen zal blijven, bied ik hierbij vast een Moodle Tool Guide for Teachers aan. Niet zelf gemaakt, want hij komt van het Eastern Institute of Technology uit Nieuw-Zeeland, en ook al niet zelf gevonden, want ik heb hem van Luuk Terbeek van Bright Alley.

Klik op het plaatje om de pdf te downloaden

Ik vind deze ‘job-aid’ heel handig – als begin. Je begint bij de bovenste rij. In elke cursus heb je didactische doelen. Je wilt in elk geval information transfer en assess learning. Als je de filosofie achter Moodle toepast in je cursus wil je ook communication & interaction en co-create content! Vervolgens kijk je onder het didactisch doel welke activiteit uit Moodle je daarvoor kunt gebruiken en hoe.

Dat laatste, hoe je de activiteit vervolgens op maat moet maken voor je cursus, mag je zelf invullen. Maar deze job-aid helpt je wel een globaal onderscheid te maken tussen de verschillende activiteiten.

Die laatste kolom, met de niveaus uit de taxonomie van Bloom, hadden ze wel weg kunnen laten. Bijna elke activiteit lijkt overal geschikt voor.

 

MoodleMootNL11: gevarieerd en inspirerend programma

Afgelopen woensdag heeft NedMoove een MoodleMoot gehouden in het Institute for Social Studies in Den Haag. Het was mijn eerste keer als bestuurslid. Gelukkig ging alles goed. Sprekers waren er, goede opkomst, locatie leuk, goede hulp van gastvrouwen Katherine en Tanya, lekker eten….

Ik heb zelf ook een presentatie gehouden, over een stappenplan dat je kunt volgen als je met een Moodlesite begint en je eerste cursus gaat ontwerpen. Stom genoeg trapte ik weer in de valkuil van te veel willen in te weinig tijd. Zowel de stappen in een Moodleprojectplan uitleggen als een methode om een Moodlecursus te maken vanuit een didactisch model zijn twee leerdoelen. Toen ik bij het echte ontwerpen met Bronnen en Activiteiten was aangekomen, was mijn tijd om, ggrr. Daarom heb ik mijn Prezi nog wat aangevuld waardoor het nu wel een completer en bruikbaarder verhaal is geworden.

Nieuw leren in de afsluitende sessie

Het leukste vond ik de afsluitende sessie. De deelnemers gingen na het eten enthousiast  Moodlecursussen ontwerpen om met elkaar te delen wat ze van de sessies geleerd hadden. De resultaten zijn heel gevarieerd en inspirerend. Enjoy, en post je comments.

Kon je er niet bij zijn, bekijk dan de prezi’s en slides

Je vindt de keynote van Bert de Coutere en alle presentaties op de NedMoovesite. Een mooi inkijkje in het Nederlandse Moodlelandschap in mei 2011.

Artikel over blended learning en Moodle voor Profiel

Alles hangt met alles samen… In de groep MBO Netwerk op LinkedIn lopen interessante discussies over blended learning in het mbo. De vraag wat je met een elektronische leeromgeving kunt doen, terwijl je de harde verplichting hebt van 850 lesuren per jaar, leeft in het mbo. Het vakblad Profiel voor de bve-sector is daarom bezig met een congres over het thema ‘blended learning’. En de tweede dag van het Nationale E-Learning congres heeft een track over informeel leren en social media in het mbo. Ondertussen ben ik met het bestuur van Ned-Moove, de Nederlandse Moodle Vereniging, bezig onze MoodleMoot op 25 mei te organiseren. Ook daar hebben we een track ‘Moodle en Het Nieuwe Leren’.

Voor mij komt dat alles mooi samen, want Profiel heeft me gevraagd om een artikel te schrijven over blended learning en Moodle in het mbo. Nadat ik volgende week hopelijk op het E-Learningcongres mooie voorbeelden heb gezien, ga ik op bezoek bij Richard van Iwaarden van de Edudelta Onderwijsgroep in Goes. Zij zijn tot nu toe de enige mbo-instelling die ik ken die alles met Moodle doet. Richard is Moodle-expert, heeft de site gebouwd en ingericht en helpt docenten met de leeromgeving te werken. Ik ben heel benieuwd!