Acht tips om het effect van een instructiefilm te maximaliseren

Je kunt je investering in een instructiefilm maximaliseren. Toen ik meekeek bij een docent van het StudieCentrum Financiële Branche die de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s met cursisten besprak, kreeg ik inspiratie voor deze acht tips. Deels zijn ze van heel praktische aard en deels gaan ze over de attitude van de docent die van sociaal leren een succes kan maken.

Sociaal leren?

WhatisSocialLearning_4e6935bcd6ad5

Klik om te vergroten

Deze infographic geeft mooi mijn ideaalbeeld van sociaal leren weer, dat zowel online als face-to-face gerealiseerd kan worden. Een instructiefilm kan zo’n leerproces heel mooi op gang brengen, mits de docent zich ervan bewust is wat die cursist in het midden van het plaatje ervaart.

In mijn vorige post heb ik een ontwerp geschetst waarin een instructiefilm het scharnierpunt is tussen online voorbereiden op het face-to-face leren. Nu zoom ik in op de vaardigheid van de docent om zoveel mogelijk leereffect uit de videobespreking te halen.

Praktische tips

1. Plan het kijken voor de middag

Dit is een hele praktische. Begin op tijd, bij voorkeur voor de middagpauze. Kijken is vermoeiend en als dan ook nog het licht gedimd wordt, zakken de oogleden al snel naar beneden. Voor de lunch is er nog energie. Wat de cursisten gekeken hebben nemen ze mee de lunch in. Ze zouden de verrichtingen van Roos wel eens een interessanter gespreksonderwerp kunnen vinden dan de aanstaande vakantie.

Zorg ook dat je voldoende tijd hebt om alle leerstappen genoeg aandacht te geven. Zie de toelichting op de opbouw: herkennen en erkennen, theorie betrekken, verwerken in regie-oefening en zelf doen.

2. Creëer ideale kijkomstandigheden

Ook dit is een praktische tip. Slechte kijk- en luisteromstandigheden verpesten de leerervaring. Dus zorg voor een groot scherm, goede scherpe beamer die een hoge resolutie aan kan en goede boxen. Wil je niet investeren in goede apparatuur, dan kun je beter ook niet in een film investeren. Dim het licht en sluit storende geluiden buiten. Laat eerst een klein stukje zien en horen en vraag of iedereen het goed kan zien en verstaan.

Didactische tips

Cursisten gaan leren als ze bereid zijn om te vertellen over eigen praktijk, om in discussie te gaan over wat ze zien en over alternatieven voor gedrag. Hoe creëer je condities waarin cursisten in groepen actief aan het werk gaan zonder dat de docent moet bewaken of ze wel werken? En hoe leidt dit alles op een natuurlijke manier naar zelf uitspelen, zonder dat cursisten het gevoel hebben dat ze te kijk staan? Dat lukt nooit voor de volle 100%, maar je kunt er wel naar streven door steeds terug te komen bij het idee dat de lerende in het midden staat en niet de docent.

Cursussen in de financiële sector zijn over het algemeen redelijk conservatief van opzet. De meest toegepaste didactische strategie is “show and tell”. De docent laat slides zien en vertelt daar iets bij, hij stelt af en toe een vraag maar het merendeel van de tijd is de cursist vrij passief bezig. Dat zal ook alles te maken hebben met het ontbreken van een doortimmerde formele beoordeling in de eisen van de SEH waar aanbieders van cursussen aan gebonden zijn. Cursisten die aan de aanwezigheidsplicht voldoen, krijgen weer een papiertje.

Als cursisten een passieve manier van leren gewoon zijn, kun je als docent niet verwachten dat zij spontaan en open in discussie gaan. Cursisten zien de docent als de expert, dus hij weet het juiste antwoord. Slechts een deel van de cursisten gaat daar actief naar opzoek. Anderen luisteren, of kijken uit het raam, tot de dag weer voorbij is.

3. Voer vanaf het begin groepsgesprekken

De docent laat de cursisten vanaf zijn eerste welkomstwoord wennen aan een open discussie waarin ieders inbreng van evenveel waarde kan zijn als die van de docent. Als je aan de groep een vraag stelt, kan de stilte je al snel te lang duren en ben je geneigd om zelf het antwoord te geven. Doe je dat een paar keer, dan zullen de cursisten ook niet reageren op de film, hoe spannend de dilemma’s voor Roos ook zijn.

Het is belangrijk om zo snel mogelijk waardering te geven aan input van cursisten. In een blended ontwerp laten we de discussie al online beginnen. De docent is dus ook daar aanwezig, al is het maar heel beknopt.

Houd tijdens het hele face-to-face programma de presentaties van de docent zo kort mogelijk en bouw om de tien minuten interactie in. Nodig cursisten uit om eigen ervaringen te vertellen en elkaar te bevragen zonder oordeel. Geef zelf steeds het goede voorbeeld. Vertel zelf ook een lastige situatie met klanten die je achteraf gezien handiger had kunnen aanpakken. De docent is ook altijd nog aan het leren.

4. Leid de film in en geef het doel erbij

De docent bereidt de cursisten voor op wat de groep gaat doen en zet de film pas aan als iedereen zijn aandacht heeft verzameld. Doe je dat niet, dan zijn de cursisten de eerste paar minuten aan het omschakelen naar een kijkhouding en missen ze het begin. Het vergt veel inspanning om er dan weer in te komen.

Al vanaf de eerste communicatie met cursisten over het programma begint de docent (of het bureau waarvoor hij werkt) het leerklimaat te bevorderen. Maak de cursisten vertrouwd met het idee dat de groep een film gaat bespreken en het voorbeeld gaat gebruiken om zelf te oefenen. Breng oefenen als vanzelfsprekend. Als je beter wilt leren golfen, moet je toch ook veel oefenen? Aan het begin van de dag komt de docent hierop terug. Als het moment daar is, ledit de docent nogmaals heel kort in, neemt even de tijd om het leslokaal in een bioscoop om te toveren, zodat de cursisten er ook klaar voor zijn. In de vorige post heb je gezien dat ze een kijkinstructie meekrijgen.

5. Leid de film neutraal in

De docent kan zowel letterlijk als non-verbaal zijn mening over de film laten doorschemeren. Sommige docenten van SCFB vonden bij voorbeeld dat Roos te veel negatief gedrag liet zien in de video en lieten dat bij de inleiding van de film al merken. Daardoor kregen de cursisten het idee dat het bedoeling was om Roos eens flink af te kraken. Dan is er meteen veel minder te leren.

De docent stelt zich dus neutraal op en laat de cursisten zelfstandig hun mening vormen. Zoals eerder gezegd: de cursisten zijn Roos’ mentor en gaan haar helpen om een betere adviseur te worden. Al heeft de docent de film al tien keer gezien, hij blijft naar buiten toe verwonderd over de inhoud.

6. Hou de inleiding kort

De docent kan geneigd zijn te vertellen wat we gaan zien, waar we op moeten letten, hoe het gesprek gaat verlopen, enzovoort. Cursisten zakken weer weg in de passieve luisterstand en vragen zich af waarom ze nog moeten kijken.

Na een zo kort mogelijke aftrap gaat de groep kijken en laat zich verrassen. De cursisten die de film al gezien hebben, vallen details op die ze eerder hebben gemist of interpreteren wat ze zien anders. Wie alleen in de voorbespreking wat fragmenten heeft gezien, gaat nu in gedachten de film in elkaar puzzelen.

7. Onopvallend meekijken

Wat gebeurt er als de docent lacht, met zijn hoofd schudt, zucht of oogcontact zoekt met een van de cursisten voor een samenspannend onderonsje? Cursisten raken afgeleid, reageren daarop en kunnen niet meer open oordelen.

De docent houdt zijn gezicht in de plooi en kijkt aandachtig mee. Als de docent tijdens het kijken iets anders aan het doen is, leidt dat ook af.

8. Laat de lerende groep zelf het gesprek sturen

Het is behoorlijk moeilijk om niet te sturen in een discussie. Als de docent de film op dit punt pauzeert:

zegt hij bijvoorbeeld: “Heb je gezien dat Roos meteen al een conclusie trok over de bestemming van het spaargeld?” Nou, natuurlijk heeft iedereen dat dan gezien en vindt dat ook heel slecht van Roos. Als de docent dat bij elk fragment doet, gaat de groep snel door de film heen en wordt passiviteit beloond.

Sturen kan ook op subtieler manieren. Als de docent wél open vraagt hoe Roos presteerde op de criteria in de checklist, kan hij met zijn reacties op de antwoorden die er komen, laten zien wat het goede antwoord is. Hij ontkracht observaties die tegen zijn vooraf bedachte conclusie in gaan, of reageert er helemaal niet op en vraagt een andere mening, totdat iemand zegt wat hij wil horen. De cursisten ontdekken een patroon in de oordelen van de docent en gaan hem onwillekeurig naar de mond praten of zeggen niets. Dan bloedt de discussie dood.

Laat de groep zelf de discussie sturen. De docent houdt het gesprek op gang en laat de cursisten zelf tot conclusies komen, zonder dat ze steeds naar de docent kijken. Een kwestie van oefenen in de kunst van vragen stellen, luisteren en antwoorden verrijken.

  • Wat heb je precies gezien?
  • Wat was het effect bij de ander?
  • Hoe interpreteer je dat?
  • Waarom gebeurt dat zo?
  • Welke informatie mist Roos nu?
  • Wat vind je van het voorstel van cursist X?
  • Begrijp je wat cursist Y bedoelt?
  • Kun je samenvatten wat we tot nu toe hebben besproken?
  • Zijn cursist X en Y het volgens jou met elkaar eens?
  • Stel dat Ab tien jaar jonger was, wat zou je dan anders doen?
  • Als Roos het zo zou aanpakken, wat zou de FMA (Auriteit Financiele Markten) daar van vinden?

Bij het zoeken naar antwoorden laat je zoveel mogelijk de cursisten het werk doen.

Heb geduld en vertrouwen in je cursisten!

bookdiscussion

Klik om info over boek te bekijken

De don’ts en do’s zijn geïnspireerd door het boek Discussion as a way of teaching. Tools and techniques for democratic classrooms door Stephen D. Brookfield en Stephen Preskill, Jossey-Bass, 1999-2005

Instructie voor een goede instructiefilm

Maak een instructiefilm als leermateriaal voor een blended opleiding. Mits goed ingezet, is Return On Investment verzekerd. Elke beroepspraktijk kent zijn eigen “moeilijke gesprekken” die alleen met behulp van video te leren zijn. Realiseer je wel dat het een complexe klus is waarin allerlei competenties in elkaar moeten schuiven. In mijn werk als opleidingsontwikkelaar vind ik het wel een van de allerleukste klussen. 

Ik gebruik de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s als casus. Financieel adviseurs leren hiermee een goed gesprek te voeren over allerlei persoonlijke details uit het leven van hun klanten. Deze serie van drie artikelen biedt je een projectplan, ideeën om de film in je blended instructieontwerp in te passen en tips om maximaal van de film te profiteren.

De casus: in 1,5 uur van het ene naar het andere dilemma

Maak kennis met Roos, de adviseur en AB en Jacq, haar klanten.

Het beroep van hypotheekadviseur verandert met de markt mee naar all round financieel adviseur. De adviseur kijkt nu naar het volledige inkomensplaatje van zijn klanten, zowel nu als in de toekomst, om integer te kunnen adviseren. Hij is verplicht om in zijn gesprek met klanten risico’s op tafel te krijgen die het aflossen van de hypotheek in gevaar brengen (ontslag, arbeidsongeschiktheid, overlijden, pensioen en scheiden is er ook één).

Blijken die risico’s er te zijn, dan is hij verplicht daarop te wijzen, te checken of de klanten de risico’s begrijpen en met hen oplossingen te bespreken. Dat kunnen bijvoorbeeld wettelijke regelingen zijn, maar ook verzekeringen die hij voor hen kan afsluiten. Dat is interessante omzet voor zijn kantoor. Je kunt je voorstellen dat de adviseur in het gesprek voor lastige dilemma’s komt te staan. Hij wil graag een hypotheekadvies mét een mooi pakket verkopen, maar heeft ook een zware verantwoordelijkheid naar zijn klanten en naar de bank die de hypotheek verstrekt.

Er is niet voor niets een opleiding nodig om Erkend Financieel Adviseur te worden. In dit gesprek wordt de competentie van de adviseur zwaar op de proef gesteld. Hij jongleert met zijn kennis van de wet, van verzekeringen en met zijn sociale en communicatieve vaardigheden. Switchen tussen de rollen van financieel detective, huwelijkstherapeut en verkoper vraagt behoorlijk veel tact. Dat is niet uit een syllabus, quizvragen of een presentatie te leren. Cursisten moeten het zien en heel actief verwerken.

Instructiefilm nodig

Het Studiecentrum Financiële Branche voelde goed aan dat een instructiefilm ideaal leermateriaal is en wilde daar graag in investeren. Twee redenen spelen een rol. Aanbieders van opleidingen tot Erkend Financieel Adviseur concurreren op een markt waarop ieder is gebonden aan dezelfde accreditatie-eisen. Als aanbieder wil je je toch onderscheiden met het aantrekkelijkste cursusaanbod. Bovendien zal de cursus vele malen herhaald worden, waardoor de investering terugverdiend kan worden. Daarom vroeg SCFB mij een film te produceren.

Kwaliteitseisen

Een film maken kost veel tijd en geld. Het hoeft geen speelfilmkwaliteit te zijn, maar de eisen zijn toch hoog. Het acteerwerk is het belangrijkst. Zodra cursisten het gevoel krijgen dat ze niet naar een echte adviseur kijken, ben je het al een beetje kwijt. Daarna volgen de kwaliteit van de opname en de montage.

We hebben met drie camera’s gefilmd en heel dynamisch gemonteerd. Er zijn veel perspectiefwisselingen nodig omdat je de interactie goed moet kunnen volgen. Dat zie je goed terug in dit fragment. Aan weerskanten van de adviseur staat een bediende camera die kan inzoomen op Ab en Jacq en er kijkt een camera tussen hen door naar Roos die op een vast kader staat ingesteld.

We hebben in totaal ca. 80 manuren besteed aan research, script schrijven, productie, acteren, camera en geluid en montage. (Dan houd ik de uren van de inhoudsdeskundige buiten beschouwing.)

Wat is de opbrengst van een goed gemaakte instructiefilm?

Waarom kan een goede film wat een docent of een tekst niet kunnen? Een film heeft meer effect op cursisten.

Cursisten stellen zich onbewust open voor leerervaringen

Cursisten leven zich makkelijk in als ze een realistisch gesprek zien waarvan ze zich kunnen voorstellen dat het morgen in hun kantoor plaatsvindt. Ze zien emotie bij de klanten, ook tussen de partners, en reageren daar intuïtief op. Inleven is een voorwaarde om aandachtig te kijken en luisteren en te gaan meedenken: klopt het wat ze zegt, zou ik dit ook zo doen, wat zou mijn volgende stap zijn? De hersenen kraken.

Cursisten spiegelen en reflecteren op eigen competentie

De cursist vergelijkt zijn eigen gedrag, zonder dat hij daartoe moet worden aangezet, met dat van het model. Waar sta ik in vergelijking met haar? Wat doe ik beter dan deze adviseur en waar kan ik juist effectiever gedrag overnemen?

Cursisten kunnen inhoud en gedrag tegelijk verwerken

Groot voordeel van video ten opzichte van tekst lezen is dat de cursist zowel kan reageren op de inhoud als op de communicatieve aanpak. Cursisten zien de adviseur bijvoorbeeld op heel vriendelijke toon een onjuist antwoord geven of een prima advies dat niet overkomt omdat ze geen betrokkenheid toont. Zo kan het ook in de praktijk gaan. De cursist realiseert zich dat inhoud en gedrag congruent moeten zijn. Adviseurs moeten zowel de risico’s op basis van de gegeven informatie correct inschatten, als daarbij passend gedrag laten zien. Ernst, waar de klanten zich echt even achter de oren moeten krabben, en ontspanning als er een goed vangnet voor een risico is.

Cursisten zien de reacties van klanten als feedback voor de adviseur

Als het acteren klopt en de camera goed inzoomt op de klanten, leiden cursisten op een heel natuurlijke manier af welk gedrag effectief is. Daardoor leren ze beter de signalen van hun eigen klanten herkennen. In het fragment dat je hebt gezien, spreekt de verbazing van het echtpaar na de snelle conclusie over de bestemming van het spaargeld boekdelen.

Stap 1 Inhouds- en gedragsanalyse

Kijken naar de adviseur

Wat is goed gedrag van de adviseur? Wat moet er in de film getoond worden? Mijn advies is om uitvoerig met een klein comité van docenten/inhoudsdeskundigen te bespreken hoe het gedrag van de adviseur eruit ziet als hij het goed doet. Het beste is natuurlijk als je zelf een echt gesprek kunt observeren en opnemen en na afloop met de adviseur en de docenten kunt analyseren.

We hebben de volgende aspecten van adviesgedrag besproken (zulke vragen kun je makkelijk vertalen naar je eigen praktijk):

  • welke regels zijn er voor het gedrag van de adviseur in zo’n adviesgesprek: wat doet een adviseur die ‘integer’ handelt en wat moet hij minimaal aan de orde stellen?
  • wat is een goed resultaat van het gesprek?
  • welke inhoud moet er in elk geval besproken worden om tot dat resultaat te komen
  • verloopt het gesprek altijd in een vaste volgorde of niet?
  • welke hulpmiddelen gebruikt de adviseur bij het gesprek (tekeningen, schema’s in een brochure bijvoorbeeld)?
  • wat is er doorgaans aan informatie van de klant bekend, is er bij voorbeeld al een dossier
  • hoe lang duurt het gesprek?
  • welke gespreksstijlen kan een adviseur hanteren om haar doel te bereiken?
  • wat zijn daarbij belangrijke vaardigheden?
  • wat zijn de verschillen in gedrag tussen een ervaren adviseur en een beginner?

Als je in kaart hebt gebracht wat de adviseur allemaal goed moet doen, kun je samen beter bedenken wat er fout kan gaan. Soms kom je juist sneller tot de kern door eerst te bespreken wat de grootste valkuilen zijn. Docenten en ervaren adviseurs die goed in staat zijn om professioneel te reflecteren, weten waar minder competente adviseurs de mist in gaan, waar dat aan ligt en wat daarvan de gevolgen zijn.

Achtergrondkennis nodig om leerdoelen te formuleren

Oorzaken voor gedrag met een negatief effect kunnen liggen in:

  • gebrek aan inzicht in de eisen aan een goed advies
  • een tekort aan juridische of financiële kennis
  • de attitude van de adviseur die haar klanten te weinig respecteert of hun voorkennis onjuist inschat
  • slecht ontwikkelde basale gespreksvaardigheden als luisteren, samenvatten, doorvragen
  • werkcultuur binnen het kantoor waarin druk waarin druk wordt uitgeoefend om een deal te maken of negatief over klanten wordt gesproken
  • tijdgebrek

Dit is achtergrondkennis die je nodig hebt bij het formuleren van de leerdoelen. Aan een negatieve cultuur kun je weinig doen in een training. Voor het verwerven van inzicht in regels en wetten is een video niet zo geschikt, maar je kunt cursisten wel gevoelig maken voor de gevolgen van gebrek aan inzicht.

Kijken naar klanten

En hoe gedragen klanten zich? Vraag ook uitvoerig naar wat de tegenspelers van de adviseur doen. Vaak is het een paar dat een hypotheek komt afsluiten. Onderling hebben zij ook hun dynamiek. Hoe komen zij zo’n gesprek binnen? Zijn ze open en eerlijk of laten ze hun lijken in de kast hangen en schuiven ze hun schulden onder het tapijt? Zijn ze überhaupt bereid om zich in de materie te verdiepen?

Heb je ook de klantkant geïnventariseerd, dan heb je voldoende inzicht in de interactie om de leerdoelen te formuleren. Dit zijn ze geworden.

Het hoofddoel is dat de adviseur een goede samenwerkingsrelatie met de klanten opbouwt waardoor de klanten zich bewust worden van de inkomensrisico’s die zij lopen en ze open staan voor een passend pakket om inkomensrisico’s af te dekken.

Onderliggende doelen

  1. Zorgvuldig luistert naar de klanten, doorvraagt en neutraal samenvat om een beeld te krijgen van de mogelijke risico’s en van de risicobereidheid van de klant
  2. De besproken risico’s op een tactvolle manier weegt, de klanten helpt om de risico’s realistisch te beoordelen en alle ruimte geeft om zelf een afweging te maken
  3. In het gesprek rekening houdt met en ruimte geeft aan zoeken naar overeenstemming tussen partners
  4. De verkregen informatie gebruikt om oplossingen te bedenken die correct aansluiten bij zowel de (financiële) situatie en werk- en levensomstandigheden als de risicobereidheid van beide partners
  5. Oplossingen toelicht op een detailniveau dat voor de klanten voldoende begrijpelijk is om de oplossingen zelf te beoordelen op geschiktheid voor hun situatie

Het zal duidelijk zijn dat de adviseur in het gesprek behoorlijk wat kennis moet inbrengen van wettelijke regelingen, uitzonderingen, verplichtingen, bedragen en verzekeringsproducten. Zelf paraat hebben en snappen is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen bepalen wat voor deze klanten relevant is en om dit helder te kunnen uitleggen.

Stap 2 Didactische analyse

Voor je aan het scenario gaat beginnen, bespreek je met de opdrachtgever en de docenten hoe de video ingezet gaat worden in de leeromgeving. De docenten van SCFB wilden graag een strakke structuur met “hoofdstukken” waarin een nieuw onderwerp wordt aangesneden en eindigt et een cliffhanger. De docent klikt op Pauze aan het eind van het hoofdstuk en stelt een vraag. Komt hij tijdens de les in tijdnood, dan laat hij een inkomensrisico schieten. Over dit soort didactische keuzes meer in de volgende post van deze serie.

Het spreekt voor zich dat niet het hele gesprek getoond hoeft te worden, want dat duurt in de praktijk 1,5 uur. De leerdoelen gaan niet over de keuze van de hypotheekvorm, dus dat wordt als een gegeven gepresenteerd aan het begin. De cursisten krijgen vooraf een overzicht van de financiële situatie. Dan hebben ze genoeg aan een introductiescène van de setting en de personages. Vervolgens komen de inkomensrisico’s één voor één aan bod met een kritische sleutelsituatie. We hebben in dit geval gekozen voor een open einde vanuit het idee dat de cursisten als oefening een dialoog schrijven waarin de adviseur het gesprek afrondt met een advies over passende maatregelen die Ab en Jacq zullen aanvaarden.

Je bent nu voldoende voorbereid om het scenario te schrijven.

Stap 3 Scenario schrijven

Je gaat nog niet meteen dialogen schrijven. Je hebt eerst personages nodig en een setting. Er komt een paar dat een huis gaat kopen op gesprek bij een adviseur. Wat zijn dat voor mensen, wat voor huis willen ze kopen, hebben ze eigen geld, kinderen, wat voor werk doen ze? En wat is de adviseur voor iemand? Bij het bedenken van de personages houd je rekening met herkenbaarheid voor de cursisten. Zij moeten zich kunnen identificeren met de adviseur, haar werkomstandigheden herkennen en de klanten als “normale” klanten ervaren.

Tegelijk wil je er wel spanning in leggen. Van een paar dat uitstekend in de slappe was zit, allerlei risico’s met gemak kan opvangen en alles direct begrijpt, is niets te leren.

Wie is de adviseur?

De adviseur is een jonge vrouw, slim maar onervaren en een beetje afstandelijk. We noemen haar Roos.

Roos

Dat Roos het vak nog maar kort uitvoert, maakt het logisch en acceptabel dat ze op elk leerdoel wel een overtreding maakt. Ze heeft het echter wel in zich om een goede adviseur te worden, als ze zich wat warmer gaat opstellen. Daarom laat ze op een aantal momenten in de film ook effectief gedrag zien waarmee ze een eerdere fout rechtbreit of gewoon een issue helemaal prima oplost. Een instructiefilm is immers pas interessant als de kijker verrast wordt door goed en minder goed gedrag en helemaal als er over te discussiëren valt.

Wie zijn de klanten?

Het paar moet leuk zijn. Een beetje vreemd kan natuurlijk prima, maar ze moeten wel sympathie opwekken. En graag met wat risico’s! Dus kopen ze een vrij duur huis, is vrouw Jacq freelancer, maar wel één die ook in crisistijd uitstekend verdient en kan man Ab zijn baan in de bouw juist verliezen, zijn er kinderen waarvoor een studie betaald moet worden, is de man al een keer gescheiden, doet hij heel voorzichtig aan een gevaarlijke sport en verwacht hij dat zijn moeder hem binnenkort een fors bedrag nalaat. Genoeg om boven tafel te vragen en om de kijkers mee op het verkeerde been te zetten.

AbJacq

Kill your darlings!

Hier ligt het gevaar van de fantasie op de loer! Stel je open voor feedback van je inhoudsdeskundigen en laat hen je darlings killen. Je maakt het namelijk gauw te dol.

Leg de verantwoordelijkheid voor de vakmatige kant bij hen. Zij kunnen een financieel plaatje opstellen met de hypotheeksom, inkomsten, maandelijkse lasten, spaargeld, te betalen alimentatie en dergelijke. Deze gegevens verwerk je correct in het scenario.

Nu heb je genoeg stof om de eerste versie van het scenario te schrijven. Dit laat je lezen door het comité van inhoudsdeskundigen, je spreekt hun correcties door zodat je goed begrijpt wat er achter zit en checkt weer of alles consistent is na je veranderingen.

Houd rekening met twee leesrondes. Neem de laatste versie mee naar je opdrachtgever en houd een live leessessie waarin ieder een rol op zich neemt. Docenten zijn geen acteurs maar kunnen wel aanvoelen of het authentiek bekt.

Stap 4 Productie

Terwijl het scenario wordt bijgeschaafd, kies je een locatie en plan je een draaidatum. In dit geval konden we gebruik maken van het kantoor van de opdrachtgever. Voor een film van een half uur moet één dag genoeg zijn voor repetitie en opname. Dat lukt alleen als je crew goed is voorbereid. De acteurs kennen hun tekst. De camera- en geluidsman hebben de locatie gezien en weten wat ze aan spullen moeten meenemen en hoe ze die kunnen opstellen.

Werk altijd met professionele acteurs. Ik heb uitstekende ervaringen met Kapok in Amsterdam. Je stuurt hen een goed profiel van de personages die ingevuld moeten worden. Denk aan sekse en leeftijd en kenmerkende eigenschappen. Zij sturen je dan foto’s of promomateriaal van de acteurs die hen geschikt lijken. Je kunt je opdrachtgever mee laten kiezen.

Is het scenario goedgekeurd, dan stuur je het door naar de acteurs die gecast zijn. In dit geval had Roos een forse kluif aan haar tekst met allerlei adviesjargon, lange stukken uitleg over WIA en ontslagrecht en bedragen die moesten blijven kloppen. En ook de klanten Ab en Jacq hadden zware rollen met veel tekst.

De cameraman, Marc van Seters, is zelf ook trainer en kan goed meedenken. Zijn collega Peter bedient de tweede camera en houdt zich bezig met het geluid.

Stap 5 Opnemen

Samen repeteren

Hoewel de docenten die met de film werken het scenario hadden gelezen en goedgekeurd, is het toch verstandig om hen ook aanwezig te laten zijn bij de repetitie. Ze kunnen dan zien hoe het wordt. Uiteraard zijn grote wijzigingen niet meer mogelijk, maar je geeft hen de kans om accenten te verleggen. Ze leggen contact met de acteurs en gaan een beetje van hen houden. Dat is wel fijn, want ze moeten nog heel vaak naar deze mensen kijken tijdens de training die ze geven. Je maakt hen optimaal medeverantwoordelijk, waardoor ze volledig achter de film staan.

Tijdens de repetitie wordt er vast een stukje gefilmd en geluid opgenomen, zodat de cameraposities en alle instellingen gecontroleerd kunnen worden.

Luister ook goed naar de acteurs. Als ze goed zijn, hebben ze zich ingeleefd in hun personage en begrijpen ze waar het in de film om draait. Dan komen ze met tekst- of spelsuggesties die hun mensen nog echter maken.

And…shoot!

Als het goed is, gaan de opnamen nu vlekkeloos. Natuurlijk wel balen als er net een dikke bus langsrijdt. Dat hoort erbij, gewoon aanvaarden en overnieuw doen. Dit is het grote voordeel van professionele acteurs. Ze kennen hun tekst, kunnen improviseren en kunnen zelf iets anders verzinnen als wat je eerst bedacht hebt niet goed werkt, en doen het zonder morren vijf keer over, mét dezelfde tekst. Onze acteurs deden het fantastisch*.

Stap 6 Monteren

Als alles erop staat ligt de bal bij de editor. In onze casus heeft Marc van Seters de film ook gemonteerd. Op basis van het script snijdt hij de opnamen in elkaar zodat steeds de belangrijkste acteur goed in beeld is. De opdrachtgever kan eerst een proefmontage bekijken en meedenken over de keuze van shots.

Stap 7 Docenten voorbereiden

De film is klaar! Nu gaan de docenten hem in gebruik nemen. Soms hebben docenten nog weinig ervaring met de inzet van een instructiefilm, of zijn ze nog niet gewend om vaardigheden te trainen. Wordt een film in een blended omgeving gebruikt waarin de cursisten de film eerst online kunnen bekijken, dan is het belangrijk dat daar een weloverwegen didactisch ontwerp achter steekt.

Mijn advies is om met de opdrachtgever te bespreken of je naast de film ook een draaiboek voor de training mag opleveren. Dat draaiboek kun je inzetten in een workshop Didactische werkvormen met een instructiefilm voor de docenten. Gezamenlijk schaaf je in die workshop het draaiboek bij. Je kunt samen voorspellen hoe cursisten op de film gaan reageren en oefenen hoe je die reacties verrijkt tot een leerervaring.

Je kunt als makers alles doen om goed leermateriaal op te leveren, maar de inbedding in een leerscenario en vervolgens de begeleiding door de docent maken er een goede opleiding van.

In de volgende aflevering kijken we naar de film als scharnier in een blended training.

* De acteurs: Roos – Saskia van der Schaaf, Jacq – Saskia Rinsma, Ab – Peet Hoffmans