Acht tips om het effect van een instructiefilm te maximaliseren

Je kunt je investering in een instructiefilm maximaliseren. Toen ik meekeek bij een docent van het StudieCentrum Financiële Branche die de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s met cursisten besprak, kreeg ik inspiratie voor deze acht tips. Deels zijn ze van heel praktische aard en deels gaan ze over de attitude van de docent die van sociaal leren een succes kan maken.

Sociaal leren?

WhatisSocialLearning_4e6935bcd6ad5

Klik om te vergroten

Deze infographic geeft mooi mijn ideaalbeeld van sociaal leren weer, dat zowel online als face-to-face gerealiseerd kan worden. Een instructiefilm kan zo’n leerproces heel mooi op gang brengen, mits de docent zich ervan bewust is wat die cursist in het midden van het plaatje ervaart.

In mijn vorige post heb ik een ontwerp geschetst waarin een instructiefilm het scharnierpunt is tussen online voorbereiden op het face-to-face leren. Nu zoom ik in op de vaardigheid van de docent om zoveel mogelijk leereffect uit de videobespreking te halen.

Praktische tips

1. Plan het kijken voor de middag

Dit is een hele praktische. Begin op tijd, bij voorkeur voor de middagpauze. Kijken is vermoeiend en als dan ook nog het licht gedimd wordt, zakken de oogleden al snel naar beneden. Voor de lunch is er nog energie. Wat de cursisten gekeken hebben nemen ze mee de lunch in. Ze zouden de verrichtingen van Roos wel eens een interessanter gespreksonderwerp kunnen vinden dan de aanstaande vakantie.

Zorg ook dat je voldoende tijd hebt om alle leerstappen genoeg aandacht te geven. Zie de toelichting op de opbouw: herkennen en erkennen, theorie betrekken, verwerken in regie-oefening en zelf doen.

2. Creëer ideale kijkomstandigheden

Ook dit is een praktische tip. Slechte kijk- en luisteromstandigheden verpesten de leerervaring. Dus zorg voor een groot scherm, goede scherpe beamer die een hoge resolutie aan kan en goede boxen. Wil je niet investeren in goede apparatuur, dan kun je beter ook niet in een film investeren. Dim het licht en sluit storende geluiden buiten. Laat eerst een klein stukje zien en horen en vraag of iedereen het goed kan zien en verstaan.

Didactische tips

Cursisten gaan leren als ze bereid zijn om te vertellen over eigen praktijk, om in discussie te gaan over wat ze zien en over alternatieven voor gedrag. Hoe creëer je condities waarin cursisten in groepen actief aan het werk gaan zonder dat de docent moet bewaken of ze wel werken? En hoe leidt dit alles op een natuurlijke manier naar zelf uitspelen, zonder dat cursisten het gevoel hebben dat ze te kijk staan? Dat lukt nooit voor de volle 100%, maar je kunt er wel naar streven door steeds terug te komen bij het idee dat de lerende in het midden staat en niet de docent.

Cursussen in de financiële sector zijn over het algemeen redelijk conservatief van opzet. De meest toegepaste didactische strategie is “show and tell”. De docent laat slides zien en vertelt daar iets bij, hij stelt af en toe een vraag maar het merendeel van de tijd is de cursist vrij passief bezig. Dat zal ook alles te maken hebben met het ontbreken van een doortimmerde formele beoordeling in de eisen van de SEH waar aanbieders van cursussen aan gebonden zijn. Cursisten die aan de aanwezigheidsplicht voldoen, krijgen weer een papiertje.

Als cursisten een passieve manier van leren gewoon zijn, kun je als docent niet verwachten dat zij spontaan en open in discussie gaan. Cursisten zien de docent als de expert, dus hij weet het juiste antwoord. Slechts een deel van de cursisten gaat daar actief naar opzoek. Anderen luisteren, of kijken uit het raam, tot de dag weer voorbij is.

3. Voer vanaf het begin groepsgesprekken

De docent laat de cursisten vanaf zijn eerste welkomstwoord wennen aan een open discussie waarin ieders inbreng van evenveel waarde kan zijn als die van de docent. Als je aan de groep een vraag stelt, kan de stilte je al snel te lang duren en ben je geneigd om zelf het antwoord te geven. Doe je dat een paar keer, dan zullen de cursisten ook niet reageren op de film, hoe spannend de dilemma’s voor Roos ook zijn.

Het is belangrijk om zo snel mogelijk waardering te geven aan input van cursisten. In een blended ontwerp laten we de discussie al online beginnen. De docent is dus ook daar aanwezig, al is het maar heel beknopt.

Houd tijdens het hele face-to-face programma de presentaties van de docent zo kort mogelijk en bouw om de tien minuten interactie in. Nodig cursisten uit om eigen ervaringen te vertellen en elkaar te bevragen zonder oordeel. Geef zelf steeds het goede voorbeeld. Vertel zelf ook een lastige situatie met klanten die je achteraf gezien handiger had kunnen aanpakken. De docent is ook altijd nog aan het leren.

4. Leid de film in en geef het doel erbij

De docent bereidt de cursisten voor op wat de groep gaat doen en zet de film pas aan als iedereen zijn aandacht heeft verzameld. Doe je dat niet, dan zijn de cursisten de eerste paar minuten aan het omschakelen naar een kijkhouding en missen ze het begin. Het vergt veel inspanning om er dan weer in te komen.

Al vanaf de eerste communicatie met cursisten over het programma begint de docent (of het bureau waarvoor hij werkt) het leerklimaat te bevorderen. Maak de cursisten vertrouwd met het idee dat de groep een film gaat bespreken en het voorbeeld gaat gebruiken om zelf te oefenen. Breng oefenen als vanzelfsprekend. Als je beter wilt leren golfen, moet je toch ook veel oefenen? Aan het begin van de dag komt de docent hierop terug. Als het moment daar is, ledit de docent nogmaals heel kort in, neemt even de tijd om het leslokaal in een bioscoop om te toveren, zodat de cursisten er ook klaar voor zijn. In de vorige post heb je gezien dat ze een kijkinstructie meekrijgen.

5. Leid de film neutraal in

De docent kan zowel letterlijk als non-verbaal zijn mening over de film laten doorschemeren. Sommige docenten van SCFB vonden bij voorbeeld dat Roos te veel negatief gedrag liet zien in de video en lieten dat bij de inleiding van de film al merken. Daardoor kregen de cursisten het idee dat het bedoeling was om Roos eens flink af te kraken. Dan is er meteen veel minder te leren.

De docent stelt zich dus neutraal op en laat de cursisten zelfstandig hun mening vormen. Zoals eerder gezegd: de cursisten zijn Roos’ mentor en gaan haar helpen om een betere adviseur te worden. Al heeft de docent de film al tien keer gezien, hij blijft naar buiten toe verwonderd over de inhoud.

6. Hou de inleiding kort

De docent kan geneigd zijn te vertellen wat we gaan zien, waar we op moeten letten, hoe het gesprek gaat verlopen, enzovoort. Cursisten zakken weer weg in de passieve luisterstand en vragen zich af waarom ze nog moeten kijken.

Na een zo kort mogelijke aftrap gaat de groep kijken en laat zich verrassen. De cursisten die de film al gezien hebben, vallen details op die ze eerder hebben gemist of interpreteren wat ze zien anders. Wie alleen in de voorbespreking wat fragmenten heeft gezien, gaat nu in gedachten de film in elkaar puzzelen.

7. Onopvallend meekijken

Wat gebeurt er als de docent lacht, met zijn hoofd schudt, zucht of oogcontact zoekt met een van de cursisten voor een samenspannend onderonsje? Cursisten raken afgeleid, reageren daarop en kunnen niet meer open oordelen.

De docent houdt zijn gezicht in de plooi en kijkt aandachtig mee. Als de docent tijdens het kijken iets anders aan het doen is, leidt dat ook af.

8. Laat de lerende groep zelf het gesprek sturen

Het is behoorlijk moeilijk om niet te sturen in een discussie. Als de docent de film op dit punt pauzeert:

zegt hij bijvoorbeeld: “Heb je gezien dat Roos meteen al een conclusie trok over de bestemming van het spaargeld?” Nou, natuurlijk heeft iedereen dat dan gezien en vindt dat ook heel slecht van Roos. Als de docent dat bij elk fragment doet, gaat de groep snel door de film heen en wordt passiviteit beloond.

Sturen kan ook op subtieler manieren. Als de docent wél open vraagt hoe Roos presteerde op de criteria in de checklist, kan hij met zijn reacties op de antwoorden die er komen, laten zien wat het goede antwoord is. Hij ontkracht observaties die tegen zijn vooraf bedachte conclusie in gaan, of reageert er helemaal niet op en vraagt een andere mening, totdat iemand zegt wat hij wil horen. De cursisten ontdekken een patroon in de oordelen van de docent en gaan hem onwillekeurig naar de mond praten of zeggen niets. Dan bloedt de discussie dood.

Laat de groep zelf de discussie sturen. De docent houdt het gesprek op gang en laat de cursisten zelf tot conclusies komen, zonder dat ze steeds naar de docent kijken. Een kwestie van oefenen in de kunst van vragen stellen, luisteren en antwoorden verrijken.

  • Wat heb je precies gezien?
  • Wat was het effect bij de ander?
  • Hoe interpreteer je dat?
  • Waarom gebeurt dat zo?
  • Welke informatie mist Roos nu?
  • Wat vind je van het voorstel van cursist X?
  • Begrijp je wat cursist Y bedoelt?
  • Kun je samenvatten wat we tot nu toe hebben besproken?
  • Zijn cursist X en Y het volgens jou met elkaar eens?
  • Stel dat Ab tien jaar jonger was, wat zou je dan anders doen?
  • Als Roos het zo zou aanpakken, wat zou de FMA (Auriteit Financiele Markten) daar van vinden?

Bij het zoeken naar antwoorden laat je zoveel mogelijk de cursisten het werk doen.

Heb geduld en vertrouwen in je cursisten!

bookdiscussion

Klik om info over boek te bekijken

De don’ts en do’s zijn geïnspireerd door het boek Discussion as a way of teaching. Tools and techniques for democratic classrooms door Stephen D. Brookfield en Stephen Preskill, Jossey-Bass, 1999-2005

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>