Acht tips om het effect van een instructiefilm te maximaliseren

Je kunt je investering in een instructiefilm maximaliseren. Toen ik meekeek bij een docent van het StudieCentrum Financiële Branche die de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s met cursisten besprak, kreeg ik inspiratie voor deze acht tips. Deels zijn ze van heel praktische aard en deels gaan ze over de attitude van de docent die van sociaal leren een succes kan maken.

Sociaal leren?

WhatisSocialLearning_4e6935bcd6ad5

Klik om te vergroten

Deze infographic geeft mooi mijn ideaalbeeld van sociaal leren weer, dat zowel online als face-to-face gerealiseerd kan worden. Een instructiefilm kan zo’n leerproces heel mooi op gang brengen, mits de docent zich ervan bewust is wat die cursist in het midden van het plaatje ervaart.

In mijn vorige post heb ik een ontwerp geschetst waarin een instructiefilm het scharnierpunt is tussen online voorbereiden op het face-to-face leren. Nu zoom ik in op de vaardigheid van de docent om zoveel mogelijk leereffect uit de videobespreking te halen.

Praktische tips

1. Plan het kijken voor de middag

Dit is een hele praktische. Begin op tijd, bij voorkeur voor de middagpauze. Kijken is vermoeiend en als dan ook nog het licht gedimd wordt, zakken de oogleden al snel naar beneden. Voor de lunch is er nog energie. Wat de cursisten gekeken hebben nemen ze mee de lunch in. Ze zouden de verrichtingen van Roos wel eens een interessanter gespreksonderwerp kunnen vinden dan de aanstaande vakantie.

Zorg ook dat je voldoende tijd hebt om alle leerstappen genoeg aandacht te geven. Zie de toelichting op de opbouw: herkennen en erkennen, theorie betrekken, verwerken in regie-oefening en zelf doen.

2. Creëer ideale kijkomstandigheden

Ook dit is een praktische tip. Slechte kijk- en luisteromstandigheden verpesten de leerervaring. Dus zorg voor een groot scherm, goede scherpe beamer die een hoge resolutie aan kan en goede boxen. Wil je niet investeren in goede apparatuur, dan kun je beter ook niet in een film investeren. Dim het licht en sluit storende geluiden buiten. Laat eerst een klein stukje zien en horen en vraag of iedereen het goed kan zien en verstaan.

Didactische tips

Cursisten gaan leren als ze bereid zijn om te vertellen over eigen praktijk, om in discussie te gaan over wat ze zien en over alternatieven voor gedrag. Hoe creëer je condities waarin cursisten in groepen actief aan het werk gaan zonder dat de docent moet bewaken of ze wel werken? En hoe leidt dit alles op een natuurlijke manier naar zelf uitspelen, zonder dat cursisten het gevoel hebben dat ze te kijk staan? Dat lukt nooit voor de volle 100%, maar je kunt er wel naar streven door steeds terug te komen bij het idee dat de lerende in het midden staat en niet de docent.

Cursussen in de financiële sector zijn over het algemeen redelijk conservatief van opzet. De meest toegepaste didactische strategie is “show and tell”. De docent laat slides zien en vertelt daar iets bij, hij stelt af en toe een vraag maar het merendeel van de tijd is de cursist vrij passief bezig. Dat zal ook alles te maken hebben met het ontbreken van een doortimmerde formele beoordeling in de eisen van de SEH waar aanbieders van cursussen aan gebonden zijn. Cursisten die aan de aanwezigheidsplicht voldoen, krijgen weer een papiertje.

Als cursisten een passieve manier van leren gewoon zijn, kun je als docent niet verwachten dat zij spontaan en open in discussie gaan. Cursisten zien de docent als de expert, dus hij weet het juiste antwoord. Slechts een deel van de cursisten gaat daar actief naar opzoek. Anderen luisteren, of kijken uit het raam, tot de dag weer voorbij is.

3. Voer vanaf het begin groepsgesprekken

De docent laat de cursisten vanaf zijn eerste welkomstwoord wennen aan een open discussie waarin ieders inbreng van evenveel waarde kan zijn als die van de docent. Als je aan de groep een vraag stelt, kan de stilte je al snel te lang duren en ben je geneigd om zelf het antwoord te geven. Doe je dat een paar keer, dan zullen de cursisten ook niet reageren op de film, hoe spannend de dilemma’s voor Roos ook zijn.

Het is belangrijk om zo snel mogelijk waardering te geven aan input van cursisten. In een blended ontwerp laten we de discussie al online beginnen. De docent is dus ook daar aanwezig, al is het maar heel beknopt.

Houd tijdens het hele face-to-face programma de presentaties van de docent zo kort mogelijk en bouw om de tien minuten interactie in. Nodig cursisten uit om eigen ervaringen te vertellen en elkaar te bevragen zonder oordeel. Geef zelf steeds het goede voorbeeld. Vertel zelf ook een lastige situatie met klanten die je achteraf gezien handiger had kunnen aanpakken. De docent is ook altijd nog aan het leren.

4. Leid de film in en geef het doel erbij

De docent bereidt de cursisten voor op wat de groep gaat doen en zet de film pas aan als iedereen zijn aandacht heeft verzameld. Doe je dat niet, dan zijn de cursisten de eerste paar minuten aan het omschakelen naar een kijkhouding en missen ze het begin. Het vergt veel inspanning om er dan weer in te komen.

Al vanaf de eerste communicatie met cursisten over het programma begint de docent (of het bureau waarvoor hij werkt) het leerklimaat te bevorderen. Maak de cursisten vertrouwd met het idee dat de groep een film gaat bespreken en het voorbeeld gaat gebruiken om zelf te oefenen. Breng oefenen als vanzelfsprekend. Als je beter wilt leren golfen, moet je toch ook veel oefenen? Aan het begin van de dag komt de docent hierop terug. Als het moment daar is, ledit de docent nogmaals heel kort in, neemt even de tijd om het leslokaal in een bioscoop om te toveren, zodat de cursisten er ook klaar voor zijn. In de vorige post heb je gezien dat ze een kijkinstructie meekrijgen.

5. Leid de film neutraal in

De docent kan zowel letterlijk als non-verbaal zijn mening over de film laten doorschemeren. Sommige docenten van SCFB vonden bij voorbeeld dat Roos te veel negatief gedrag liet zien in de video en lieten dat bij de inleiding van de film al merken. Daardoor kregen de cursisten het idee dat het bedoeling was om Roos eens flink af te kraken. Dan is er meteen veel minder te leren.

De docent stelt zich dus neutraal op en laat de cursisten zelfstandig hun mening vormen. Zoals eerder gezegd: de cursisten zijn Roos’ mentor en gaan haar helpen om een betere adviseur te worden. Al heeft de docent de film al tien keer gezien, hij blijft naar buiten toe verwonderd over de inhoud.

6. Hou de inleiding kort

De docent kan geneigd zijn te vertellen wat we gaan zien, waar we op moeten letten, hoe het gesprek gaat verlopen, enzovoort. Cursisten zakken weer weg in de passieve luisterstand en vragen zich af waarom ze nog moeten kijken.

Na een zo kort mogelijke aftrap gaat de groep kijken en laat zich verrassen. De cursisten die de film al gezien hebben, vallen details op die ze eerder hebben gemist of interpreteren wat ze zien anders. Wie alleen in de voorbespreking wat fragmenten heeft gezien, gaat nu in gedachten de film in elkaar puzzelen.

7. Onopvallend meekijken

Wat gebeurt er als de docent lacht, met zijn hoofd schudt, zucht of oogcontact zoekt met een van de cursisten voor een samenspannend onderonsje? Cursisten raken afgeleid, reageren daarop en kunnen niet meer open oordelen.

De docent houdt zijn gezicht in de plooi en kijkt aandachtig mee. Als de docent tijdens het kijken iets anders aan het doen is, leidt dat ook af.

8. Laat de lerende groep zelf het gesprek sturen

Het is behoorlijk moeilijk om niet te sturen in een discussie. Als de docent de film op dit punt pauzeert:

zegt hij bijvoorbeeld: “Heb je gezien dat Roos meteen al een conclusie trok over de bestemming van het spaargeld?” Nou, natuurlijk heeft iedereen dat dan gezien en vindt dat ook heel slecht van Roos. Als de docent dat bij elk fragment doet, gaat de groep snel door de film heen en wordt passiviteit beloond.

Sturen kan ook op subtieler manieren. Als de docent wél open vraagt hoe Roos presteerde op de criteria in de checklist, kan hij met zijn reacties op de antwoorden die er komen, laten zien wat het goede antwoord is. Hij ontkracht observaties die tegen zijn vooraf bedachte conclusie in gaan, of reageert er helemaal niet op en vraagt een andere mening, totdat iemand zegt wat hij wil horen. De cursisten ontdekken een patroon in de oordelen van de docent en gaan hem onwillekeurig naar de mond praten of zeggen niets. Dan bloedt de discussie dood.

Laat de groep zelf de discussie sturen. De docent houdt het gesprek op gang en laat de cursisten zelf tot conclusies komen, zonder dat ze steeds naar de docent kijken. Een kwestie van oefenen in de kunst van vragen stellen, luisteren en antwoorden verrijken.

  • Wat heb je precies gezien?
  • Wat was het effect bij de ander?
  • Hoe interpreteer je dat?
  • Waarom gebeurt dat zo?
  • Welke informatie mist Roos nu?
  • Wat vind je van het voorstel van cursist X?
  • Begrijp je wat cursist Y bedoelt?
  • Kun je samenvatten wat we tot nu toe hebben besproken?
  • Zijn cursist X en Y het volgens jou met elkaar eens?
  • Stel dat Ab tien jaar jonger was, wat zou je dan anders doen?
  • Als Roos het zo zou aanpakken, wat zou de FMA (Auriteit Financiele Markten) daar van vinden?

Bij het zoeken naar antwoorden laat je zoveel mogelijk de cursisten het werk doen.

Heb geduld en vertrouwen in je cursisten!

bookdiscussion

Klik om info over boek te bekijken

De don’ts en do’s zijn geïnspireerd door het boek Discussion as a way of teaching. Tools and techniques for democratic classrooms door Stephen D. Brookfield en Stephen Preskill, Jossey-Bass, 1999-2005

De instructiefilm als scharnier in een blended training

Je hebt een mooie film gemaakt met allemaal spannende leermomenten. Wat ga je ermee doen? Ik stel hier een leerscenario voor in een blended ontwerp met de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s als casus. Met deze film leren financieel adviseurs hoe ze met hun klanten in kaart kunnen brengen wat het aflossen van hun hypotheek in de weg kan staan. Praten over geld is een taboe dat adviseurs zorgvuldig moeten doorbreken.

In mijn vorige post kun je lezen hoe we deze film gemaakt hebben. In deze post lees je wat docenten ermee kunnen doen, online en face to face.

Voel je vrij om ideeën te jatten en toe te passen in een eigen training rond moeilijke gesprekken.

De randvoorwaarden voor de training

Voordat ik je kan laten zien wat je mogelijkheden zijn met een instructiefilm, is het goed om te kijken naar de context waarin we déze film gemaakt hebben. In de commerciële e-learning ben je immers zelden helemaal vrij om te doen wat je didactisch optimaal vindt.

Mijn opdrachtgever SCFB is niet de enige aanbieder van de opleiding tot Erkend Hypotheekadviseur. Alle aanbieders zijn aan dezelfde eisen gebonden van de SEH, de accrediterende instantie. Die bestaan uit 19 leerdoelen die behandeld moeten worden en de aanwijzing om aandacht te besteden aan integer adviseren. Bovendien MOET de cursus twee werkdagen van de cursisten in beslag nemen. Je mag de contacttijd niet vervangen door een online aanbod. Het is niet verplicht om een assessment af te nemen tijdens de bijeenkomst. Het is voldoende als de cursisten aanwezig zijn. De cursisten krijgen echter alleen toegang tot de bijeenkomst als ze een toets die is samengesteld uit één vraag per leerdoel (19 vragen dus) voldoende maken. Het aantal pogingen op de toets is onbeperkt. Een slagingskans van 100% dus.

Met deze voorwaarden in het achterhoofd heb ik voor SCFB een cursus gemaakt op hun online leeromgeving (Moodle). Uiteraard bieden we daarin de online toets aan. Maar we hebben ook die mooie film gemaakt. Hoe kunnen we de film in de online cursus op zo’n manier gebruiken dat de cursisten de door SEH gestelde leerdoelen beter bereiken, maar zónder dat de cursisten meer tijd moeten investeren dan bij andere aanbieders? De eisen die SEH stelt, zijn vrij laag. SCFB neemt echter graag zijn verantwoordelijkheid om een zo effectief mogelijke opleiding te bieden. De cursisten zijn echter gewend met vrij minimale inspanning aan de eisen te voldoen.

Je haalt meer uit de film als de cursisten hem een paar keer bekijken. Als ontwerper/docent streef je ernaar dat ze hem voorafgaand aan de bijeenkomst online kijken en analyseren. (In mijn artikel over de effectiviteit van Cumulatieve Micro Training kun je lezen dat video kijken en annoteren een belangrijke stap is om een gespreksvaardigheid te ontwikkelen.) Tijdens de bijeenkomst kijken ze hem als groep nog een keer, maar dan doorsneden met discussie die de inzichten uit de film verdiept. Maar hoe verleid je hen om de film te kijken? De toets kun je verplichten, de film kijken niet.

Cursisten motiveren om te kijken

Hoe loopt het af?

Een slimme manier is om eerst een sneak preview te geven. Iedereen wil wel 2 minuten kijken. Je pakt er voor de sneak preview natuurlijk een spannend moment uit. Ik zou deze scène nemen waarin het erom lijkt te spannen of Ab en Jacq dat huis wel gaan kopen.

Als je dit hebt gezien, word je dan niet nieuwsgierig naar de afloop? En wil je ook niet weten wat er hieraan vooraf is gegaan?

Vakmanschap motiveert

Het is menselijk dat cursisten afwegingen maken over hun tijdsbesteding, al vinden ze hun vak nog zo interessant. De film duurt 25 minuten. In die tijd kun je ook een gesprek met klanten voorbereiden. Je kunt cursisten beïnvloeden bij die afweging, door kort en krachtig uit te leggen welk voordeel de cursist behaalt als hij de film goed bekijkt. Maar wat heb je te bieden? Ze mogen niet eerder weg uit de bijeenkomst en hoeven ook geen assessment te doen.

Mijn advies is om hen in de introductie van de film aan te spreken op hun vakmanschap. Daarin sluit ik aan bij Dan Pink die heeft bewezen dat streven naar vergroting van je vakmanschap een van de drie belangrijkste motivatoren is voor professionals. Voor wie zijn boek Drive niet kent:

Vanaf 6:47 spreekt Pink over “mastery” als motivator.

Elke cursist vult dat motief anders in:

  • je wilt je competentie meten met andere adviseurs
  • je wilt laten zien hoeveel ervaring je hebt in de aanpak van dit soort gesprekken
  • je wilt ontdekken of je jezelf nog kunt verbeteren
  • je worstelt zelf ook met lastige dilemma’s in je gesprekken met klanten en bent op zoek naar goede oplossingen
  • je bent senior binnen je kantoor en hebt verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van junior-adviseurs
  • je kunt nooit meekijken met een andere adviseur en bent gewoon nieuwsgierig hoe een ander het doet

Laat vakgenoten die ook eerst de film hebben bekeken, vertellen dat ze betere vakmensen zijn geworden door de film te bestuderen. Zij kunnen spreken vanuit bovengenoemde motieven, zodat elke cursist zich aangesproken voelt.

De docent vertelt ook kort en krachtig wat voor oefeningen hij met de video gaat doen en waarom het wel zo handig is als je al een voorbereidende opdracht hebt gedaan.

Stuur de kijkrichting met online opdrachten

Als de cursisten hebben besloten om een uur te reserveren voor de film hebben ze een kijkopdracht nodig en wat informatie over de context. Ze moeten weten dat het gesprek al even loopt en dat Roos alle informatie over inkomen en spaargeld en dergelijke heeft besproken. De cursisten kunnen een pdf van het “dossier” van Ab en Jacq bekijken. De hypotheekvorm is bepaald.

Feedback geven als opdracht

Wat ze vooral moeten weten, is hoe ze naar Roos moeten kijken. Ze moeten kritisch zijn, maar ook niet te hard oordelen. De cursisten wordt daarom in de kijkopdracht gevraagd zich voor te stellen dat Roos een beginnende adviseur is binnen hun kantoor en dat zij haar mentor zijn. “De klanten weten dat het gesprek met Roos wordt opgenomen voor trainingsdoeleinden en zijn daarmee akkoord. Na afloop van dit gesprek ga je met Roos de opname terugkijken en haar feedback geven.”

Op basis van doelen

Zoals ik in deze post schreef, geef je altijd feedback op basis van doelen. Zowel voor de gever als de ontvanger moet het duidelijk zijn waarom de feedback gegeven wordt en wat het effect van het gedrag van de ontvanger moet zijn.

Als de cursist in de rol van feedbackgever wordt gevraagd, moet de opdracht het doel bij hem activeren: de adviseur moet in het gesprek een goede samenwerkingsrelatie met de klanten opbouwen waardoor de klanten zich bewust worden van de inkomsensrisico’s die zij lopen en open staan voor een passend financieel plan om inkomensrisico’s af te dekken. Daar horen ook onderliggende doelen bij.

De kijkopdracht kan vervolgen met: “Kies drie momenten in het gesprek waarin Roos bijdraagt aan dit doel en drie momenten waarin zij het bereiken van dit doel in de weg staat. Beschrijf wat ze doet en zegt en benoem waarom je vindt dat dit een positief of negatief effect heeft. Geef bij de negatieve voorbeelden een tip aan Roos.”

Online video annoteren

Er is een heel geinige tool, VideoAnt, waarmee je kijkers notities kunt laten maken bij momenten in een video en zelfs met elkaar in discussie kunt laten gaan. Dan kun je er een samenwerkingsopdracht van maken. Dat ziet er zo uit.

Succeskans voorspellen

De opdracht feedback voor Roos te verzamelen is één mogelijkheid. Waar ik bij SCFB voor heb gekozen, is om de afloop van het gesprek laten voorspellen.

In Moodle gebruik ik hiervoor de leeractiviteit Keuze. Cursisten kiezen een optie tussen 10 en 100 %. Nadat ze hun keuze hebben aangeklikt, zien ze hoe andere leden van hun groep gekozen hebben. Zitten ze bij de meerderheid of hebben ze een afwijkende inschatting gemaakt?

Keuze

Hierna krijgen ze de vraag om door de film heen te scrollen en op zoek te gaan naar bewijzen voor hun keuze. Wat doet of zegt Roos om haar kans op acceptatie van haar voorstel te vergroten? Noteer de tijdcode van de film en schrijf in steekwoorden op wat het gedrag is en welk effect dat volgens jou heeft. Dit zou je dan ook weer in VideoAnt kunnen doen. Hierna kunnen ze hun Keuze bijstellen.

Zoals je in het voorbeeld van de groep uit Arnhem ziet, zijn de voorspellingen mooi verdeeld’ Genoeg aanleiding voor een leuke discussie. Die kun je online al laten beginnen door hen te vragen om in een Forum hun keuze toe te lichten met hun drie sterkste bewijzen. De Keuze staat nu op anoniem. Expres! Dan kunnen ze of in het Forum of in de bijeenkomst uitvogelen wie wat heeft gekozen.

Zelf opdracht laten kiezen motiveert

Als je de video over Pinks’ motivatietheorie hebt gekeken, heb je wellicht ook opgepikt dat Autonomie een belangrijke motivator is. Daarom is het slim om cursisten zelf te laten kiezen welke opdracht ze doen. Het maakt niet zoveel uit met welk doel ze kijken, als ze maar gefocust zijn. De ene cursist vindt het motiverend om zijn eigen vakmanschap over te dragen en de ander is vooral op succes gericht.

Docent legt de verbinding tussen online en face to face

In de titel noem ik de film als scharnier voor het blended ontwerp, maar in feite is dat de docent die de verbinding legt tussen film, online voorbereiding en bespreking in de bijeenkomst. De docent kijkt in de cursus hoe er gestemd is. Deze grafiek kan hij live laten zien op het scherm. Ook inventariseert hij de argumenten die zijn gegeven. Hij concludeert  welke momenten in het gesprek deze groep kennelijk het meest kritisch vindt. Daar focust hij straks de bespreking op. Elke groep heeft immers andere vragen en daar past de docent zich op aan.

Het beste is natuurlijk als de docent zich ook online laat zien. Dat kun je als een beloning inzetten. Als een cursist zijn mening heeft gegeven in het forum, wordt er een video zichtbaar* waarin de docent een belangrijk moment in de film bespreekt en een vergelijking maakt met een ervaring uit zijn eigen praktijk. Social presence van de docent is een belangrijke voorwaarde om vormen van sociaal leren, die je absoluut nodig hebt als het om gespreksvaardigheden gaat, te laten slagen.

Face-to-face gesprek over de film starten in de groep

De docent bouwt het bespreken van de film in zijn tweedaagse programma in. Mijn voorkeur zou zijn om al op de eerste dag met de film te beginnen. In de praktijk draait het succes van de adviseur immers om dit soort gesprekken. Bovendien komen er dan snel verhalen los uit de eigen praktijk van de deelnemers en dat bevordert het leerklimaat. De film is ook een perfecte ingang naar verkenning van de theorie.

Het online voorwerk is door SCFB niet verplicht gesteld. Dat vind ik logisch want iets verplichten is nu eenmaal geen ideale motivator. De docent kan in de logs wel zien wie de pagina met de film heeft bekeken en hij heeft gezien wie vervolgens input heeft gegeven in de Keuze en het Forum. Wat doet hij met dit verschil in voorkennis?

Omgaan met wel en niet-voorbereide cursisten

De docent kan groepjes samenstellen van cursisten die wel en niet hebben gekeken. Degenen die gekeken hebben, lichten toe wat ze hebben gedaan en laten de fragmenten zien doe ze zouden gebruiken in een feedbackgesprek met Roos of waaruit ze bewijs hebben gehaald voor hun inschatting van Roos’ slaagkans (afhankelijk van de gekozen opdracht). Voor hen is het interessant of degenen die de fragmenten voor het eerst zien, herkennen wat zij gezien denken te hebben. De “verse” kijkers stimuleren hen hun keuzes te verantwoorden waardoor ze er dieper over nadenken. (Deze werkvorm veronderstelt dat de cursisten een laptop of iPad bij zich hebben en kunnen kijken en luisteren zonder andere groepen te storen.)

Als iedereen kennis heeft gemaakt met Roos de adviseur en Ab en Jacq die een hypotheek nodig hebben, kan de docent verder. Maar waar gaat hij naartoe?

Opbouw van oefeningen van herkennen naar zelf doen

Het doel van werkvormen rond de film is dat cursisten effectief gedrag van belemmerend gedrag leren herkennen, betere alternatieven kunnen bedenken en die kunnen toepassen als ze vergelijkbare gesprekssituaties tegenkomen in hun eigen praktijk. Met alleen praten over de film bereikt een docent geen trasfer. Er moet ook geoefend worden.

1. Brug slaan naar eigen praktijk

Het is belangrijk dat de cursisten erkennen dat wat Roos met Ab en Jacq meemaakt, uit het adviseursleven gegrepen is. Daarom is het een goede start als de docent eerst vraagt om per risico (ontslag/geen werk meer, arbeidsongeschiktheid, overlijden, pensioen en scheiding) te benoemen hoe Ab en Jacq er wat dat betreft voorstaan. Daarbij betrekken ze het dossier en de film. De opdracht is: “Hoe schat jij als adviseur het risico in en hoe zien de partners dat zelf?” De docent geeft elke groep een risico en laat hen in maximaal drie zinnen het probleem/dilemma formuleren dat Roos in het gesprek tegenkomt. Elke groep zet het op een flap.

Nu kan de docent vragen wie deze issues herkent uit zijn praktijk. Laat bij elk issue (bij voorbeeld Ab onderschat het risico op ontslag en zal heel moeilijk een nieuwe baan vinden, of Jacq laat Ab het gesprek voeren en let niet op) een andere cursist een vergelijkbare ervaring met klanten vertellen waar hij nog vaak aan terugdenkt. Bij het vertellen komt spanning of emotie naar boven en dat is nodig om te willen leren. De docent kan dat als eerste doen om de loper uit te leggen. Ook de docent heeft dit soort lastige gesprekken gevoerd.

Zonder te oordelen vragen de medecursisten naar de oplossing die de verteller heeft gekozen en hoe hij daarop terugkijkt. Heeft de inbrenger nog met de klanten te maken, dan kunnen medecursisten helpen. Deze reflectie motiveert om actief mee te doen. Ofwel de cursist heeft alvast een oplossing om straks uit te proberen, of hij wil het graag anders doen. Voor nu is het genoeg als de hele groep met de verteller en daarna weer met Roos gaat meevoelen en -denken.

2. Theorie en eigen ervaring verwerken in een checklist

Straks gaan de cursisten nog een keer naar de film kijken, maar dan heel gericht en gedetailleerder dan ze thuis hebben gedaan. Ze gaan effectief en minder effectief gedrag benoemen. Het is wel zo handig als je daar criteria voor hebt in een checklist. De cursisten hebben al sleutelsituaties in de film geidentificeerd en verteld hoe ze Roos gedrag beoordelen, dus dat lijstje komt snel op het bord komt. De centrale vraag daarbij is: Wat moet de adviseur doen en laten om een goede samenwerkingsrelatie met de klanten op te bouwen waardoor ze hen een passend pakket kan bieden om inkomensrisico’s af te dekken? Als het goed is, lijkt dit lijstje op de leerdoelen die vooraf geformuleerd zijn.

3. Roos regisseren

Nu is het heel belangrijk hoe de docent het vervolg inzet. Zijn kijkopdracht moet neutraal zijn. (In de laatste post uit deze serie ga ik verder in op de docentvaardigheden voor het werken met film.) De docent vraagt de cursisten om per criterium aantekeningen te maken van wat ze zien. Het gaat om benoemen en niet om beoordelen. Dat komt daarna. De cursisten wordt verzocht hun reacties nog even voor zich te houden om elkaar niet te beïnvloeden. De meeste cursisten kijken voor de tweede keer en zien nu veel meer.

Plenaire start regie-opdracht

Na het eerste fragment vraagt de docent wat ze hebben genoteerd. Wat werd aan beide kanten gezegd en hoe en welk effect zag je daarvan in de film? Als men het eens is over wat er gebeurde, kun je daarna samen beoordelen of het effect positief of negatief was. Daarbij wordt de checklist gebruikt.

Als ze inzicht hebben in het effect van goed en minder goed, nodigt de docent uit om Roos feedback te geven. De cursisten zijn immers haar mentor en Roos moet het nog leren. De docent vraagt: “Stel dat Roos een oortje in heeft en jij geeft haar regieaanwijzingen, wat zeg je dan?” Hier ontstaat discussie over het beste advies waarbij de cursisten zowel praten over wat Roos nu bij de klanten moet bereiken en wat daarvoor de beste strategie is. Wie zich heeft voorbereid, heeft zijn feedback inmiddels nog eens goed overdacht.

In groepen verder

Nadat de docent één keer plenair heeft voorgedaan hoe je samen in gesprek gaat over het fragment, kennen de cursisten zelfstandig verder met de oefening. Elke groep pakt een fragment en analyseert dat. De docent kan om advies gevraagd worden. Het is saai als de docent steeds het gesprek leidt. Bij groepswerk kunnen veel meer mensen actief leren.

4. Zelf Roos spelen en bruikbaarheid feedback testen

Cursisten hoeven hun analyses niet plenair terug te rapporteren. Het uitproberen van de bedachte regieaanwijzingen in een alternatieve uitvoering van het gesprek is de test. Ze werken met de informatie in het dossier van Ab en Jacq.

Voor het uitspelen zijn allerlei organisatievormen te bedenken. Het meest effectief is als zoveel mogelijk cursisten even Roos kunnen zijn door bijvoorbeeld “in te draaien” bij Ab en Jacq die steeds door dezelfde cursisten gespeeld worden. Het is niet nodig om het hele gesprek over te spelen. Laat de cursistengroep samen bepalen welk deel van het gesprek het belangrijkst is voor het halen van een goed resultaat. Dit kan de docent ook al uit de bijdragen in het online forum afleiden.

Het is wel heel zinnig om ook de afronding van het gesprek te laten uitspelen en af te sluiten met een nieuwe inschatting van de slaagkans.

“O nee, een rollenspel begeleiden, daar begin ik echt niet aan”, zullen docenten die dit lezen nu misschien denken. Het is een didactische vaardigheid die je wel even onder de knie moet krijgen. Start je de oefening onzeker in, dan zullen je cursisten zich er onderuit kletsen. Karin de Galan heeft er een goed boek over geschreven. Daar moet je natuurlijk wel mee oefenen.

5. Theorie toepassen in passend advies

Nu kun je heel mooi terug naar de theorie door de cursisten in groepen een adviespakket voor Ab en Jacq te laten opstellen waarmee de risico’s opgevangen kunnen worden. Elke groep schuift zijn advies door naar een andere groep. Een deel van de cursisten kruipt in de huid van Ab en Jacq en kijkt of ze het vinden passen. De andere helft checkt het advies inhoudelijk. Daarmee kun je de twee dagen cursus mooi afronden.

In de laatste aflevering van deze serie bespreek ik hoe de docent het leereffect van de film kan maximaliseren als hij de bespreking ervan begeleidt.

 

* Gebruik hiervoor Voorwaardelijke activiteiten in Moodle.

 

Instructie voor een goede instructiefilm

Maak een instructiefilm als leermateriaal voor een blended opleiding. Mits goed ingezet, is Return On Investment verzekerd. Elke beroepspraktijk kent zijn eigen “moeilijke gesprekken” die alleen met behulp van video te leren zijn. Realiseer je wel dat het een complexe klus is waarin allerlei competenties in elkaar moeten schuiven. In mijn werk als opleidingsontwikkelaar vind ik het wel een van de allerleukste klussen. 

Ik gebruik de film Inventarisatie en analyse van inkomensrisico’s als casus. Financieel adviseurs leren hiermee een goed gesprek te voeren over allerlei persoonlijke details uit het leven van hun klanten. Deze serie van drie artikelen biedt je een projectplan, ideeën om de film in je blended instructieontwerp in te passen en tips om maximaal van de film te profiteren.

De casus: in 1,5 uur van het ene naar het andere dilemma

Maak kennis met Roos, de adviseur en AB en Jacq, haar klanten.

Het beroep van hypotheekadviseur verandert met de markt mee naar all round financieel adviseur. De adviseur kijkt nu naar het volledige inkomensplaatje van zijn klanten, zowel nu als in de toekomst, om integer te kunnen adviseren. Hij is verplicht om in zijn gesprek met klanten risico’s op tafel te krijgen die het aflossen van de hypotheek in gevaar brengen (ontslag, arbeidsongeschiktheid, overlijden, pensioen en scheiden is er ook één).

Blijken die risico’s er te zijn, dan is hij verplicht daarop te wijzen, te checken of de klanten de risico’s begrijpen en met hen oplossingen te bespreken. Dat kunnen bijvoorbeeld wettelijke regelingen zijn, maar ook verzekeringen die hij voor hen kan afsluiten. Dat is interessante omzet voor zijn kantoor. Je kunt je voorstellen dat de adviseur in het gesprek voor lastige dilemma’s komt te staan. Hij wil graag een hypotheekadvies mét een mooi pakket verkopen, maar heeft ook een zware verantwoordelijkheid naar zijn klanten en naar de bank die de hypotheek verstrekt.

Er is niet voor niets een opleiding nodig om Erkend Financieel Adviseur te worden. In dit gesprek wordt de competentie van de adviseur zwaar op de proef gesteld. Hij jongleert met zijn kennis van de wet, van verzekeringen en met zijn sociale en communicatieve vaardigheden. Switchen tussen de rollen van financieel detective, huwelijkstherapeut en verkoper vraagt behoorlijk veel tact. Dat is niet uit een syllabus, quizvragen of een presentatie te leren. Cursisten moeten het zien en heel actief verwerken.

Instructiefilm nodig

Het Studiecentrum Financiële Branche voelde goed aan dat een instructiefilm ideaal leermateriaal is en wilde daar graag in investeren. Twee redenen spelen een rol. Aanbieders van opleidingen tot Erkend Financieel Adviseur concurreren op een markt waarop ieder is gebonden aan dezelfde accreditatie-eisen. Als aanbieder wil je je toch onderscheiden met het aantrekkelijkste cursusaanbod. Bovendien zal de cursus vele malen herhaald worden, waardoor de investering terugverdiend kan worden. Daarom vroeg SCFB mij een film te produceren.

Kwaliteitseisen

Een film maken kost veel tijd en geld. Het hoeft geen speelfilmkwaliteit te zijn, maar de eisen zijn toch hoog. Het acteerwerk is het belangrijkst. Zodra cursisten het gevoel krijgen dat ze niet naar een echte adviseur kijken, ben je het al een beetje kwijt. Daarna volgen de kwaliteit van de opname en de montage.

We hebben met drie camera’s gefilmd en heel dynamisch gemonteerd. Er zijn veel perspectiefwisselingen nodig omdat je de interactie goed moet kunnen volgen. Dat zie je goed terug in dit fragment. Aan weerskanten van de adviseur staat een bediende camera die kan inzoomen op Ab en Jacq en er kijkt een camera tussen hen door naar Roos die op een vast kader staat ingesteld.

We hebben in totaal ca. 80 manuren besteed aan research, script schrijven, productie, acteren, camera en geluid en montage. (Dan houd ik de uren van de inhoudsdeskundige buiten beschouwing.)

Wat is de opbrengst van een goed gemaakte instructiefilm?

Waarom kan een goede film wat een docent of een tekst niet kunnen? Een film heeft meer effect op cursisten.

Cursisten stellen zich onbewust open voor leerervaringen

Cursisten leven zich makkelijk in als ze een realistisch gesprek zien waarvan ze zich kunnen voorstellen dat het morgen in hun kantoor plaatsvindt. Ze zien emotie bij de klanten, ook tussen de partners, en reageren daar intuïtief op. Inleven is een voorwaarde om aandachtig te kijken en luisteren en te gaan meedenken: klopt het wat ze zegt, zou ik dit ook zo doen, wat zou mijn volgende stap zijn? De hersenen kraken.

Cursisten spiegelen en reflecteren op eigen competentie

De cursist vergelijkt zijn eigen gedrag, zonder dat hij daartoe moet worden aangezet, met dat van het model. Waar sta ik in vergelijking met haar? Wat doe ik beter dan deze adviseur en waar kan ik juist effectiever gedrag overnemen?

Cursisten kunnen inhoud en gedrag tegelijk verwerken

Groot voordeel van video ten opzichte van tekst lezen is dat de cursist zowel kan reageren op de inhoud als op de communicatieve aanpak. Cursisten zien de adviseur bijvoorbeeld op heel vriendelijke toon een onjuist antwoord geven of een prima advies dat niet overkomt omdat ze geen betrokkenheid toont. Zo kan het ook in de praktijk gaan. De cursist realiseert zich dat inhoud en gedrag congruent moeten zijn. Adviseurs moeten zowel de risico’s op basis van de gegeven informatie correct inschatten, als daarbij passend gedrag laten zien. Ernst, waar de klanten zich echt even achter de oren moeten krabben, en ontspanning als er een goed vangnet voor een risico is.

Cursisten zien de reacties van klanten als feedback voor de adviseur

Als het acteren klopt en de camera goed inzoomt op de klanten, leiden cursisten op een heel natuurlijke manier af welk gedrag effectief is. Daardoor leren ze beter de signalen van hun eigen klanten herkennen. In het fragment dat je hebt gezien, spreekt de verbazing van het echtpaar na de snelle conclusie over de bestemming van het spaargeld boekdelen.

Stap 1 Inhouds- en gedragsanalyse

Kijken naar de adviseur

Wat is goed gedrag van de adviseur? Wat moet er in de film getoond worden? Mijn advies is om uitvoerig met een klein comité van docenten/inhoudsdeskundigen te bespreken hoe het gedrag van de adviseur eruit ziet als hij het goed doet. Het beste is natuurlijk als je zelf een echt gesprek kunt observeren en opnemen en na afloop met de adviseur en de docenten kunt analyseren.

We hebben de volgende aspecten van adviesgedrag besproken (zulke vragen kun je makkelijk vertalen naar je eigen praktijk):

  • welke regels zijn er voor het gedrag van de adviseur in zo’n adviesgesprek: wat doet een adviseur die ‘integer’ handelt en wat moet hij minimaal aan de orde stellen?
  • wat is een goed resultaat van het gesprek?
  • welke inhoud moet er in elk geval besproken worden om tot dat resultaat te komen
  • verloopt het gesprek altijd in een vaste volgorde of niet?
  • welke hulpmiddelen gebruikt de adviseur bij het gesprek (tekeningen, schema’s in een brochure bijvoorbeeld)?
  • wat is er doorgaans aan informatie van de klant bekend, is er bij voorbeeld al een dossier
  • hoe lang duurt het gesprek?
  • welke gespreksstijlen kan een adviseur hanteren om haar doel te bereiken?
  • wat zijn daarbij belangrijke vaardigheden?
  • wat zijn de verschillen in gedrag tussen een ervaren adviseur en een beginner?

Als je in kaart hebt gebracht wat de adviseur allemaal goed moet doen, kun je samen beter bedenken wat er fout kan gaan. Soms kom je juist sneller tot de kern door eerst te bespreken wat de grootste valkuilen zijn. Docenten en ervaren adviseurs die goed in staat zijn om professioneel te reflecteren, weten waar minder competente adviseurs de mist in gaan, waar dat aan ligt en wat daarvan de gevolgen zijn.

Achtergrondkennis nodig om leerdoelen te formuleren

Oorzaken voor gedrag met een negatief effect kunnen liggen in:

  • gebrek aan inzicht in de eisen aan een goed advies
  • een tekort aan juridische of financiële kennis
  • de attitude van de adviseur die haar klanten te weinig respecteert of hun voorkennis onjuist inschat
  • slecht ontwikkelde basale gespreksvaardigheden als luisteren, samenvatten, doorvragen
  • werkcultuur binnen het kantoor waarin druk waarin druk wordt uitgeoefend om een deal te maken of negatief over klanten wordt gesproken
  • tijdgebrek

Dit is achtergrondkennis die je nodig hebt bij het formuleren van de leerdoelen. Aan een negatieve cultuur kun je weinig doen in een training. Voor het verwerven van inzicht in regels en wetten is een video niet zo geschikt, maar je kunt cursisten wel gevoelig maken voor de gevolgen van gebrek aan inzicht.

Kijken naar klanten

En hoe gedragen klanten zich? Vraag ook uitvoerig naar wat de tegenspelers van de adviseur doen. Vaak is het een paar dat een hypotheek komt afsluiten. Onderling hebben zij ook hun dynamiek. Hoe komen zij zo’n gesprek binnen? Zijn ze open en eerlijk of laten ze hun lijken in de kast hangen en schuiven ze hun schulden onder het tapijt? Zijn ze überhaupt bereid om zich in de materie te verdiepen?

Heb je ook de klantkant geïnventariseerd, dan heb je voldoende inzicht in de interactie om de leerdoelen te formuleren. Dit zijn ze geworden.

Het hoofddoel is dat de adviseur een goede samenwerkingsrelatie met de klanten opbouwt waardoor de klanten zich bewust worden van de inkomensrisico’s die zij lopen en ze open staan voor een passend pakket om inkomensrisico’s af te dekken.

Onderliggende doelen

  1. Zorgvuldig luistert naar de klanten, doorvraagt en neutraal samenvat om een beeld te krijgen van de mogelijke risico’s en van de risicobereidheid van de klant
  2. De besproken risico’s op een tactvolle manier weegt, de klanten helpt om de risico’s realistisch te beoordelen en alle ruimte geeft om zelf een afweging te maken
  3. In het gesprek rekening houdt met en ruimte geeft aan zoeken naar overeenstemming tussen partners
  4. De verkregen informatie gebruikt om oplossingen te bedenken die correct aansluiten bij zowel de (financiële) situatie en werk- en levensomstandigheden als de risicobereidheid van beide partners
  5. Oplossingen toelicht op een detailniveau dat voor de klanten voldoende begrijpelijk is om de oplossingen zelf te beoordelen op geschiktheid voor hun situatie

Het zal duidelijk zijn dat de adviseur in het gesprek behoorlijk wat kennis moet inbrengen van wettelijke regelingen, uitzonderingen, verplichtingen, bedragen en verzekeringsproducten. Zelf paraat hebben en snappen is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen bepalen wat voor deze klanten relevant is en om dit helder te kunnen uitleggen.

Stap 2 Didactische analyse

Voor je aan het scenario gaat beginnen, bespreek je met de opdrachtgever en de docenten hoe de video ingezet gaat worden in de leeromgeving. De docenten van SCFB wilden graag een strakke structuur met “hoofdstukken” waarin een nieuw onderwerp wordt aangesneden en eindigt et een cliffhanger. De docent klikt op Pauze aan het eind van het hoofdstuk en stelt een vraag. Komt hij tijdens de les in tijdnood, dan laat hij een inkomensrisico schieten. Over dit soort didactische keuzes meer in de volgende post van deze serie.

Het spreekt voor zich dat niet het hele gesprek getoond hoeft te worden, want dat duurt in de praktijk 1,5 uur. De leerdoelen gaan niet over de keuze van de hypotheekvorm, dus dat wordt als een gegeven gepresenteerd aan het begin. De cursisten krijgen vooraf een overzicht van de financiële situatie. Dan hebben ze genoeg aan een introductiescène van de setting en de personages. Vervolgens komen de inkomensrisico’s één voor één aan bod met een kritische sleutelsituatie. We hebben in dit geval gekozen voor een open einde vanuit het idee dat de cursisten als oefening een dialoog schrijven waarin de adviseur het gesprek afrondt met een advies over passende maatregelen die Ab en Jacq zullen aanvaarden.

Je bent nu voldoende voorbereid om het scenario te schrijven.

Stap 3 Scenario schrijven

Je gaat nog niet meteen dialogen schrijven. Je hebt eerst personages nodig en een setting. Er komt een paar dat een huis gaat kopen op gesprek bij een adviseur. Wat zijn dat voor mensen, wat voor huis willen ze kopen, hebben ze eigen geld, kinderen, wat voor werk doen ze? En wat is de adviseur voor iemand? Bij het bedenken van de personages houd je rekening met herkenbaarheid voor de cursisten. Zij moeten zich kunnen identificeren met de adviseur, haar werkomstandigheden herkennen en de klanten als “normale” klanten ervaren.

Tegelijk wil je er wel spanning in leggen. Van een paar dat uitstekend in de slappe was zit, allerlei risico’s met gemak kan opvangen en alles direct begrijpt, is niets te leren.

Wie is de adviseur?

De adviseur is een jonge vrouw, slim maar onervaren en een beetje afstandelijk. We noemen haar Roos.

Roos

Dat Roos het vak nog maar kort uitvoert, maakt het logisch en acceptabel dat ze op elk leerdoel wel een overtreding maakt. Ze heeft het echter wel in zich om een goede adviseur te worden, als ze zich wat warmer gaat opstellen. Daarom laat ze op een aantal momenten in de film ook effectief gedrag zien waarmee ze een eerdere fout rechtbreit of gewoon een issue helemaal prima oplost. Een instructiefilm is immers pas interessant als de kijker verrast wordt door goed en minder goed gedrag en helemaal als er over te discussiëren valt.

Wie zijn de klanten?

Het paar moet leuk zijn. Een beetje vreemd kan natuurlijk prima, maar ze moeten wel sympathie opwekken. En graag met wat risico’s! Dus kopen ze een vrij duur huis, is vrouw Jacq freelancer, maar wel één die ook in crisistijd uitstekend verdient en kan man Ab zijn baan in de bouw juist verliezen, zijn er kinderen waarvoor een studie betaald moet worden, is de man al een keer gescheiden, doet hij heel voorzichtig aan een gevaarlijke sport en verwacht hij dat zijn moeder hem binnenkort een fors bedrag nalaat. Genoeg om boven tafel te vragen en om de kijkers mee op het verkeerde been te zetten.

AbJacq

Kill your darlings!

Hier ligt het gevaar van de fantasie op de loer! Stel je open voor feedback van je inhoudsdeskundigen en laat hen je darlings killen. Je maakt het namelijk gauw te dol.

Leg de verantwoordelijkheid voor de vakmatige kant bij hen. Zij kunnen een financieel plaatje opstellen met de hypotheeksom, inkomsten, maandelijkse lasten, spaargeld, te betalen alimentatie en dergelijke. Deze gegevens verwerk je correct in het scenario.

Nu heb je genoeg stof om de eerste versie van het scenario te schrijven. Dit laat je lezen door het comité van inhoudsdeskundigen, je spreekt hun correcties door zodat je goed begrijpt wat er achter zit en checkt weer of alles consistent is na je veranderingen.

Houd rekening met twee leesrondes. Neem de laatste versie mee naar je opdrachtgever en houd een live leessessie waarin ieder een rol op zich neemt. Docenten zijn geen acteurs maar kunnen wel aanvoelen of het authentiek bekt.

Stap 4 Productie

Terwijl het scenario wordt bijgeschaafd, kies je een locatie en plan je een draaidatum. In dit geval konden we gebruik maken van het kantoor van de opdrachtgever. Voor een film van een half uur moet één dag genoeg zijn voor repetitie en opname. Dat lukt alleen als je crew goed is voorbereid. De acteurs kennen hun tekst. De camera- en geluidsman hebben de locatie gezien en weten wat ze aan spullen moeten meenemen en hoe ze die kunnen opstellen.

Werk altijd met professionele acteurs. Ik heb uitstekende ervaringen met Kapok in Amsterdam. Je stuurt hen een goed profiel van de personages die ingevuld moeten worden. Denk aan sekse en leeftijd en kenmerkende eigenschappen. Zij sturen je dan foto’s of promomateriaal van de acteurs die hen geschikt lijken. Je kunt je opdrachtgever mee laten kiezen.

Is het scenario goedgekeurd, dan stuur je het door naar de acteurs die gecast zijn. In dit geval had Roos een forse kluif aan haar tekst met allerlei adviesjargon, lange stukken uitleg over WIA en ontslagrecht en bedragen die moesten blijven kloppen. En ook de klanten Ab en Jacq hadden zware rollen met veel tekst.

De cameraman, Marc van Seters, is zelf ook trainer en kan goed meedenken. Zijn collega Peter bedient de tweede camera en houdt zich bezig met het geluid.

Stap 5 Opnemen

Samen repeteren

Hoewel de docenten die met de film werken het scenario hadden gelezen en goedgekeurd, is het toch verstandig om hen ook aanwezig te laten zijn bij de repetitie. Ze kunnen dan zien hoe het wordt. Uiteraard zijn grote wijzigingen niet meer mogelijk, maar je geeft hen de kans om accenten te verleggen. Ze leggen contact met de acteurs en gaan een beetje van hen houden. Dat is wel fijn, want ze moeten nog heel vaak naar deze mensen kijken tijdens de training die ze geven. Je maakt hen optimaal medeverantwoordelijk, waardoor ze volledig achter de film staan.

Tijdens de repetitie wordt er vast een stukje gefilmd en geluid opgenomen, zodat de cameraposities en alle instellingen gecontroleerd kunnen worden.

Luister ook goed naar de acteurs. Als ze goed zijn, hebben ze zich ingeleefd in hun personage en begrijpen ze waar het in de film om draait. Dan komen ze met tekst- of spelsuggesties die hun mensen nog echter maken.

And…shoot!

Als het goed is, gaan de opnamen nu vlekkeloos. Natuurlijk wel balen als er net een dikke bus langsrijdt. Dat hoort erbij, gewoon aanvaarden en overnieuw doen. Dit is het grote voordeel van professionele acteurs. Ze kennen hun tekst, kunnen improviseren en kunnen zelf iets anders verzinnen als wat je eerst bedacht hebt niet goed werkt, en doen het zonder morren vijf keer over, mét dezelfde tekst. Onze acteurs deden het fantastisch*.

Stap 6 Monteren

Als alles erop staat ligt de bal bij de editor. In onze casus heeft Marc van Seters de film ook gemonteerd. Op basis van het script snijdt hij de opnamen in elkaar zodat steeds de belangrijkste acteur goed in beeld is. De opdrachtgever kan eerst een proefmontage bekijken en meedenken over de keuze van shots.

Stap 7 Docenten voorbereiden

De film is klaar! Nu gaan de docenten hem in gebruik nemen. Soms hebben docenten nog weinig ervaring met de inzet van een instructiefilm, of zijn ze nog niet gewend om vaardigheden te trainen. Wordt een film in een blended omgeving gebruikt waarin de cursisten de film eerst online kunnen bekijken, dan is het belangrijk dat daar een weloverwegen didactisch ontwerp achter steekt.

Mijn advies is om met de opdrachtgever te bespreken of je naast de film ook een draaiboek voor de training mag opleveren. Dat draaiboek kun je inzetten in een workshop Didactische werkvormen met een instructiefilm voor de docenten. Gezamenlijk schaaf je in die workshop het draaiboek bij. Je kunt samen voorspellen hoe cursisten op de film gaan reageren en oefenen hoe je die reacties verrijkt tot een leerervaring.

Je kunt als makers alles doen om goed leermateriaal op te leveren, maar de inbedding in een leerscenario en vervolgens de begeleiding door de docent maken er een goede opleiding van.

In de volgende aflevering kijken we naar de film als scharnier in een blended training.

* De acteurs: Roos – Saskia van der Schaaf, Jacq – Saskia Rinsma, Ab – Peet Hoffmans