The Art of Presenting – Amerikanen kunnen het beter (?)

Nederlandse boeken over presenteren zijn saai en missen de kern. Amerikanen, in het bijzonder goeroe Garr Reynolds, weten wel waar het om draait: vertel een verhaal en illustreer dat met rake beelden. Maar is het onze ambitie om te presenteren als een Amerikaan?

In het kader van mijn Ontwerp een fantastische presentatietraining project heb ik een stapel boeken gescand met varianten op de titel Presenteren kun je leren. Natuurlijk is het belangrijk om je publiek te analyseren, een kop, romp en staart te bedenken, met een leuke anekdote af te trappen en je tekst te kennen. Hoewel dat laatste hoeft eigenlijk niet, want je leest gewoon je Powerpointslides voor. Dat je publiek zich intussen suf verveelt, zie je misschien wel, maar ja, die informatie moet nu eenmaal gepresenteerd worden.

Het lijkt in het bedrijfsleven een stilzwijgende afspraak. Een belangrijke boodschap moet mondeling overgedragen worden met de cijfers en grafiekjes op het scherm. Het publiek is daarbij fysiek aanwezig en houdt beleefd zijn mond. Wellicht kijken ze later nog eens in de handout. Intussen spelen ze onopvallend met hun smartphone. Is dat de schuld van die boekjes of van het hoger onderwijs dat studenten in een Powerpoint keurslijf duwt?

Het kan anders, hoera!

preszenHet tot nu toe enige goede boek dat ik ook met plezier helemaal heb gelezen is Presentatiezen. De kracht van eenvoud bij het ontwerpen en geven van presentaties, van Garr Reynolds. Reynolds woont en werkt al lange tijd in Japan, vandaar zijn vele vergelijkingen tussen presenteren en de eenvoud van bentoboxen, de balans in judo, en de beperking in wabi sabi vormgeving.

Reynolds biedt geen methode, zoals de Zen manier van in het leven staan ook geen verzameling tips en tricks is maar een benadering en een concentratie op datgene wat nu belangrijk is. Reynolds vraagt je om een antwoord op de vraag:

‘Waarom is het verhaal dat je dit publiek gaat vertellen voor hen zo belangrijk dat je een kwartier van hun tijd mag hebben?’ 

Daarbij geeft hij natuurlijk wel aanwijzingen voor een goede aanpak. Bijvoorbeeld om niet meteen Keynote of Powerpoint te openen maar eerst analoog te werken. Vanuit je kernboodschap nadenken over ondersteunende argumenten en voorbeelden en deze kort en krachtig op een Post-it te zetten. Schuiven en weggooien tot je de essentie hebt. Wat in je opkomt aan beelden, meteen erbij schetsen. En vooral: zoek die creativiteit weer op die je als kind van nature had. Dat is iets anders dan een rapport samenvatten in bullit points. En: schrap, schrap, schrap alles wat overbodig is.

Beelden en emotie!

Op de slides van Reynolds en de presentatoren die hij bewondert, staan nooit meer dan zes woorden, liever alleen een beeld, een getal of een zeer eenvoudige grafiek. (Eenvoudig is trouwens iets anders dan simplistisch.) Jij vertelt het verhaal, ondersteund door je slides die het publiek helpen je boodschap te onthouden. De emotie in je verhaal is – bijna – belangrijker dan de informatie. Feiten kun je nalezen in een handout, de emotionele betrokkenheid van de spreker bij zijn boodschap niet.

Maar, in een presentatie over de nieuwe software voor de voorraadadminstratie, de jaarcijfers of over de dienstverlening van de Belastingdienst aan startende ondernemers past toch helemaal geen emotie?

Waarom eigenlijk niet? Je publiek zal er iets bij moeten voelen om gehoor te geven aan de call to action die de meeste presentaties afsluit. Maar, misschien iets subtieler dan Amerikanen dat doen. Zie het voorbeeld hieronder van Nancy Duarte.

Grote voorbeelden

Reynolds boek is van 2008. De presentatiekunst die hij bespreekt is dus al weer wat ouder. De TED conferences waren nog maar net begonnen, maar hij zag toen al wat een boost die aan het presenteren hebben gegeven. Op zijn blog houdt hij actuele voorbeelden bij.

presentationzenEn inmiddels is er een tweede boek, dat helemaal focust op de principes van visueel presenteren. Ik gebruik beide boeken als leerstof bij de korte cursus Multimedia gebruiken bij een online presentatie.

Hieronder zie je voorbeelden van presentaties waarover hij in zijn eerste boek praat, beginnend bij the man himself.

Hoorcolleges pimpen

Hier presenteert hij zijn ideeën over hoorcolleges. Van dull, passive en a waste of time naar variety, doing with curiosity en storytelling, with a harmonious blend of images, narration, evidence and support.

Nu zoveel hoorcolleges worden opgenomen als service aan studenten, die dan het tempo waarin de slides worden voorgelezen kunnen versnellen, wordt het misschien tijd om alle docenten te verblijden met een presentatietraining. Wellicht krijgen ze dan ook meer plezier in hun werk.

The Yoda of Presenting

Reynolds sluit zijn verhaal over aantrekkelijk presenteren af met de grote meester, die nu de hemel tot een creatievere omgeving aan het maken is.

Grappig om te zien hoe iedereen in 2007 joelt bij scrollen en swipen met de vingers dat baby’s nu kort na de geboorte al beheersen. Wat hij doet, blijft fantastisch. Hij verrast: het zijn geen drie apparaten, nee, het zit allemaal in één kastje! En hij lijkt zelf nog steeds verrast, ondanks dat hij al tweeënhalf jaar naar dit moment heeft toegeleefd. Zijn enthousiasme is zo aanstekelijk. Natuurlijk zitten we nu wel al in 2007 nadat de Mac als laptop al heel populair aan het worden was. Toen hij zijn Next computer introduceerde zaten er geen duizenden op het puntje van hun stoel.

Met een suf bruin jasje en kale kop toch heel leuk

De man van de purple cow reist al een aantal jaren langs de TED-podia en is een gevierd spreker over alles wat met marketing te maken heeft. Zijn sterke punten zijn niet zijn looks of zijn aangename stem, wel zijn tongue in cheek humor en zijn creatieve beeldkeuze. Hier zie je Godins talk uit 2012 over tribes that spread the idea and change the world.

Je kunt deze talk trouwens ook als een Ted-Ed lesson bekijken.

De snik aan het eind

duarteNancy Duarte is een andere heldin van Reynolds. Zij heeft een bedrijf dat in opdracht presentaties maakt. Duarte heeft de vorm van beroemde presentaties gevonden – ‘I actually cried a little’ – en twee beroemde speeches, I have a dream en The iPhone launch van Jobs (zie boven) vergeleken om te checken of haar hypothese klopte. Als je deze vorm volgt, kun je gegarandeerd de wereld veranderen met je idee.

Ze begint haar verhaal met de weerstandwekkende uitspraak: ‘You can change the world!’. Maar ik ben vooral benieuwd wat je van haar emotionele rags to riches finale vindt.

Op Learning Lane beluisterden Tineke van Kooten en ik een presentatie van Inge Nuijten. Nuijten is jong en gepromoveerd op leiderschap. Haar verhaal raakte ons niet, afstandelijk en niet doorleefd, boekenwijsheid. Aan het eind begon ze zomaar over een persoonlijke strijd die ze gevoerd heeft tegen een zendmast voor mobiele telefonie naast haar huis. Ze was ervan overtuigd dat ze daar fysieke klachten van kreeg. Niemand geloofde haar, maar de mast had uiteindelijk het veld geruimd. Inge pinkte nog net geen traan weg. Tineke en ik keken elkaar verwonderd aan: wat heeft dit waarmee te maken? Misschien heeft Inge zich wat te veel door Duarte laten inspireren?

Gaan wij als Amerikanen presenteren en met tekstloze slides?

Garr Reynolds boek en deze voorbeelden roepen twee vragen op voor de presentatietraining:

  1. Stellen we onze deelnemers deze ‘Amerikaanse’ stijl als model? (Onze supercreatieve concept-adviseur en goede presentator Martijn Brouns van Frommees vindt van wel.)
  2. Leren we hen het verhaal mét de slides ontwerpen?

Haalbaar en wenselijk doel?

De mensen die deze presentaties hielden, hebben daar heel veeltijd in geïnvesteerd, vaak terzijde gestaan door een team van beeldresearchers en vormgevers. Als je als Nederlands werknemer een halve dag krijgt om je presentatie voor te bereiden, mag je al in je handen knijpen. Liever de tijd verknoeid van het publiek met een zwak verhaal met saaie slides dan je eigen tijd te investeren. Dat terwijl in deze zware tijden juist alles uit de kast moet komen.

Laten we echter wel rekening houden met de beperkingen waarmee onze deelnemers te maken hebben. Dus, welke lessen kunnen we destilleren uit deze voorbeelden die in een Nederlandse context passen? Kunnen we hen een zen-achtige benadering meegeven waarvan de toepassing hen door oefening steeds minder tijd zal kosten?

En dan de dia’s. Je kunt zeggen dat het al moeilijk genoeg is om een goed verhaal te houden zonder dat je ook nog stress moet hebben over de juiste dia op het juiste moment. De realiteit is echter dat niemand nog ergens iets presenteert zonder een slideshow. Zelfs de begrafenis van mijn geliefde peettante Riet werd opgeluisterd door een prachtige toespraak van mijn neef, met ontroerende foto’s. Dus, ik denk dat het erbij hoort. Dan kunnen we echt de wereld in Nederland veranderen.

Een Nederlander kan het ook

Ik sluit af met een geweldig voorbeeld, van een Nederlander, op een Ted ex in Nijmegen: Remco Hoogendijk over de zeven zonden van zorginnovatie. Hoe je een droog onderwerp onvergetelijk kunt brengen.

Death by Powerpoint in het theater

deathbypGraag maak ik nog even reclame voor de – naar verwachting – zeer vermakelijke voorstelling Death by Powerpoint. Drie dames in ons presentatietrainingontwikkelteam gaan mee naar de Toneelschuur om ons te laten inspireren.

Hoe samen leren en tegelijk een te verkopen training creëren?

Het initiatief om een supergoede blended training Presenteren te ontwikkelen door kennis en ervaring van verschillende mensen bijeen te brengen heeft enthousiaste reacties opgeleverd. Daar ben ik heel blij mee. Inmiddels heb ik een aantal mensen die wellicht mee willen doen uitgebreid gesproken. Zij vroegen mij: hoe wil je dat dan aanpakken? Skypesessies met LOSMakers Joitske Hulsebosch en Fransien Roovers hebben me veel helderheid gebracht. Graag leg ik een voorstel voor. Aan jou om erop in te gaan en/of mij feedback te geven.

Leren, maar ook zakelijk denken

Wat wordt ons business model? Met wie deel ik dan zomaar mijn werk? Kan iedereen de training gebruiken, ook als je nauwelijks hebt bijgedragen? Dit zijn vragen die in mijn achterhoofd wel speelden toen ik de eerste post schreef, maar ik duwde ze weg. Het ging me immers om het onderzoek naar wat werkt in een blended training en om mensen met hun kennis en ervaring vanuit verschillende disciplines samen te brengen. Nu realiseer ik me dat het juist heel motiverend is om ook over de zakelijke kant na te denken.

Dat is de schuld van mijn geliefde. Toen ik van het weekend klaagde over opdrachtgevers die blijven hangen in traditionele ideeën over leren en het experiment niet willen aangaan, zei hij: ‘Is het geen tijd om zelf een product te maken en op de markt te brengen?’

Ik heb dat wel geprobeerd. Samen met Tineke van Kooten heb ik een training Soepel samenwerken met Belbin en Leary ontwikkeld. Dat is qua verkoop geen doorslaand succes geworden maar het ontwikkelen was dolle pret.

Dus ja, ik wil het heel graag weer aangaan. Het product wordt de beste blended vaardigheidstraining.

Als mensen die dit lezen zich door deze ambitie geprikkeld voelen en met mij hun krachten willen bundelen, dan delen we dat product. Hebben we het goed voor elkaar met ‘Presenteren’, dan kunnen ‘Vergaderen’, ‘Adviseren’ en ‘Onderhandelen’ volgen. We kunnen ook overstappen naar de schriftelijke vaardigheden.

Kunnen ‘creëren met een commercieel doel’ en ‘kennis en ervaring delen’ samen gaan?

Mijn gevoel zegt dat er spanning zit op deze combinatie. We willen een product maken dat ons ondernemerschap in de wereld van trainingen versterkt. Tegelijk ben ik zelf vooral gemotiveerd door het idee om er een open en gezamenlijk onderzoeksproject van te maken. Daarvoor is het een voorwaarde dat ieder zich open stelt en zich vrij voelt om zijn kennis en ervaring te delen om er samen uit te destilleren wat onze training tot een succes zal maken. Meestal wordt het resultaat van zo’n samenwerkingsproject uiteindelijk vrij met een open community gedeeld, zoals dat ook gaat bij Moodle. Tegelijkertijd snap ik heel goed dat je niet zomaar je werk met iedereen wilt delen.

Drie kringen

Het voorstel is om te werken in kringen: een binnenkring van makers/eigenaren, een kring daaromheen van mensen die ons volgen, meedenken en meeleren en misschien daar buiten dan nog een internationale kring die af en toe eens meekijkt of een tip geeft.

Makers/eigenaren

In de binnenkring verzet een team van makers het werk en deelt eigen materialen (bestaand of nieuw gemaakt binnen het ontwerp). Ieder lid investeert met wat hij te bieden heeft op basis van gelijkwaardigheid. Het proces vooruit helpen, elkaar motiveren, argumenten aandragen voor een bepaalde ontwerpbeslissing, een oefening uitwerken, een video maken, de juiste instellingen in de leeromgeving zetten…allemaal nodig en evenveel waard.

Dit team is samen eigenaar van de training. Concreet betekent dat dat je het ontwerp en alle materialen die we samen hebben gemaakt kunt inzetten voor je eigen klanten. We maken de training in Moodle en je kunt deze dan als demo laten zien. Werkt de klant met een andere ELO, dan kun je hem daarin nabouwen met alle ‘objecten’ die we ook los in een gedeelde repository hebben staan, bijvoorbeeld op Google Docs en Vimeo.

De teamleden moeten vrij zijn om de training inhoudelijk en didactisch aan te passen aan de voorkeuren van de klant. Onderling werken we met de NaamsvermeldingGelijkDelen licentie van Creative Commons. Ik weet eigenlijk niet of we die licentievorm kunnen hanteren als we tegelijk mensen buiten ons team van de licentie uitsluiten. Wie weet dat?

Of, moeten we toch meer naar het model van Moodle kijken? Ieder kan de ‘code’ (het ontwerp en de materialen) gebruiken. Vervolgens maakt de trainer er een goede training van. Dan is het uitgangspunt dat de begeleiding van de trainer de grootste waarde vertegenwoordigt. Daarnaast denk ik dat je een veel betere training geeft als je zelf het ontwerp als maker hebt doorleefd. Hoeveel trainers zullen een training die anderen gemaakt hebben, zelf gaan verkopen en uitvoeren? Voel je je dan ‘in je kracht staan’ als professional?

Hoeveel mensen?

Ons team bestaat uit meer dan 5, minder dan 10 mensen. Onder de kop Wie hoop ik te bereiken? heb ik een verlanglijstje gezet. Als dat wordt vervuld, is het team compleet. Ik realiseer me dat daar professionals op staan die niet direct een training Presenteren zullen gaan aanbieden, bij voorbeeld een multimediaspecialist of interface designer. Kunnen we dat oplossen met bijvoorbeeld een winstdeling?

Elkaar zien

Wie in dit kernteam in de binnenkring stapt, verbindt zich aan het leveren van een substantiële bijdrage en spreekt zich ook tevoren uit over de aard daarvan. Ook verbind je je aan meepraten op ontwikkelsessies, digitaal of live. Graag zou ik eerst eind september bij elkaar willen komen op een centrale plek en elkaar in de ogen kijken. Dan kunnen we afspreken hoe we communiceren en bespreken wat er verder nodig is om prettig samen te gaan werken. Als de mensen die in de binnenkring stappen het complete resultaat voor zichzelf willen houden, dan vind dat ook prima. Ik zal zelf de rol van projectleider nemen.

Meeleerders

Leervragen bespreken in LinkedIn-groep

De makers/eigenaren krijgen edit-rechten op de mindmap. Meeleerders kunnen hem bekijken om te volgen waar we mee bezig zijn. We zullen daarin vragen highlighten en deze vragen als losse discussies in de LinkedIn-groep LOSmakers zetten. Een discussie over een enkelvoudige vraag is goed te doen in zo’n groep, zeker als je de context erbij kunt zien in de mindmap. De makers zorgen in de groep voor een samenvatting van de discussie en geven aan hoe ze het advies gaan toepassen.

Verslag doen en reflecteren op blog

Ik stel voor om een nieuwe blog, die niet zo nauw aan mijn bedrijf is gekoppeld, te starten waarop de makers verslag doen van de voortgang. Misschien op de blog van LOSMakers? We laten stukjes van het ontwerp zien, reflecteren op het ontstaan en beargumenteren onze keuzes. Wil je daar reageren, dan kan dat natuurlijk. Ik denk dat dat ons als makers helpt om regelmatig stil te staan bij het waarom. Als het ons project is en we zijn onze eigen opdrachtgevers kunnen we onszelf die tijd gunnen, die een zakelijke klant je niet biedt.

De meeleerders kunnen deelnemen aan de pilot en daarin op hun presentatievaardigheid gecoacht worden.

Overigens zijn proces en product wel even belangrijk. We moeten ook gewoon een opleverdatum afspreken en ons daaraan houden. Dat hebben we nodig als we het product gaan marketen. Hoe klinkt 1 december 2013?

De wereld

Op Twitter kunnen we ons vangnet internationaal uitgooien. Het lijkt me vruchtbaar om in het Engels te twitteren om opleidingskundig specialisten en Moodleaars binnen én buiten Nederland te bereiken. Lijkt me handig voor korte vragen, of zoektochten naar research of goede leeractiviteiten of videos’s. Maar misschien moeten we dan ook in het Engels bloggen? En een Engelse hashtag verzinnen.

Laat van je horen

Wil je meedoen in het kernteam, of wil je me eerst spreken, neem dan direct contact op, via mail of telefoon (06 20568091). Ik stuur een datumprikker rond voor de startsessie die we in de laatste week van september plannen.

Intussen zit ik met allerlei boeken op mijn bureau te puzzelen op een geschikte ontwerpmethodiek, maar misschien kunnen we dat ook wel beter samen doen…

Katch die feedback en ontwikkel jezelf

Vrijdagavond kwam ik terug van LearningLane. Wat blijft er hangen na vijf lezingen, zes workshops en veel praten en lachen? In elk geval de workshop over Katch. Dit is een app waarmee je digitaal feedback kunt vragen aan wie je wilt en de antwoorden kunt opslaan. Maurik Dippel, één van de ontwikkelaars legde uit wat de missie is: van één keer 360 graden feedback naar 365 dagen per jaar feedback. De app is dus vooral bedoeld om medewerkers binnen organisaties te stimuleren elkaar veel vaker en gerichter terug te geven wat goed ging en beter kan, in plaats van dat algemene verhaal dat je manager houdt bij het jaarlijkse beoordelingsritueel.

fbboekToevallig heeft Bol ook net het boek Feedback. The communication of Praise, Criticism and Advice (Sutton, Hornsey, Douglas, 2012) afgeleverd. Ik heb dit besteld omdat feedback geven een belangrijke instructiestrategie gaat worden in de training Presenteren die ik al co-creërend wil ontwikkelen. De introductie van het boek zegt heel mooi hoe precair en daarom mateloos interessant feedback is:

‘Constructive feedback, including  praise, criticism and advice, is crucial tot human relationships and endeavours. When feedback works, it can benefit everyone. The sender of the feedback is able to effect desired changes in the recipient, and the recipient is able to adapt and learn. However a good deal of research also reveals that feedback is frequently ineffective and even counterproductive. Failed feedback represents a lost opportunity to change for the better and is a psychological landmine with the potential to inflict catastrophic damage to egos and relationships. In short, feedback is a high-stakes game, played from boardroom tot bedroom. Little wonder, then, that it is one of our most feared, avoided, and awkwardly handled social responsibilities.’

Vruchtbare feedbackcultuur is zeldzaam

Als de workshopleiders een rondje langs de deelnemers maken, blijkt dat feedback inderdaad vrijwel overal moeilijk ligt, vooral in een ‘geen-fouten-maken’ cultuur als bij de politie. Bij de organisatie van een andere deelnemer ‘zit het in de genen’. Medewerkers gaan altijd in duo’s naar klantgesprekken en vragen elkaar op de terugweg wat goed ging en wat beter kan, ook als het al laat is en het gesprek heel zwaar was. Dat kan dus ook. Het geheim? ‘Iedereen doet het, van boven naar beneden en vice versa. We worden er beter van.’

Wat kan een app nu doen om te voorkomen dat die psychologische landmijn ontploft?

De Katch-app

Dippel en zijn co-presentator Corline van Reenen (Rabobank, Learning & Development) leggen uit dat medewerkers bij de introductie van de app workshops krijgen voordat ze met de app gaan werken. Over wat daar precies gebeurt, heb ik nu geen informatie, dus laten we naar de app kijken. Ik heb meteen een account aangemaakt op de online versie.

fbplaatje2

Het eerste wat je moet doen is het importeren van ‘People’. Werk je in een grote organisatie dan zal het neem ik aan mogelijk zijn om in één keer al je collega’s in te laden. Daarbij kan je uitnodigen wie je wil, opdrachtgevers bijvoorbeeld.

fbplaatje3

Vervolgens kun je om feedback vragen. Je kiest, afhankelijk van de situatie waarin je gedrag hebt getoond waar je een reactie op wil, drie vragen. Dat kan gaan over ‘teamwork’ maar toevallig zijn er ook vier vragen over een presentatie klaar gezet. Je kunt ook zelf vragen formuleren.

fbplaatje5

Als je de vragen hebt geselecteerd, kies je wie je om feedback wilt vragen; de collega met wie je samen de presentatie hebt gegeven of alle toehoorders. Als je op Send hebt geklikt, vallen de uitnodigingen in hun mailbox.

Je kunt mensen in je contactenlijst overigens ook ongevraagd een Compliment sturen.

fbplaatje1

In de Messages zie je een overzicht van je activiteit.

Op het eerste gezicht zijn er drie kenmerken van het ontwerp waarvan ik denk dat ze de kwaliteit van feedback bevorderen. Die zou ik graag overnemen in de training Presenteren.

1. De feedback is digitaal

Stel dat wij samen een presentatie hebben gegeven aan een belangrijke klant en ik vraag jou na afloop hoe je vond dat ik het deed. Dan kun jij dichtslaan. Je hoofd zit vol met indrukken, je maakt je zorgen of je wel de vragen van de klant wel goed hebt beantwoord, baalt dat je die geweldige vraag niet meer wist en bent eigenlijk boos dat ik uit mijn tijd liep waardoor jij moest improviseren. Dan óók nog zinnig commentaar geven op wat ik heb gezegd of gedaan, is veel gevraagd. Bovendien zie je al aan mijn verwachtingsvolle blik en rode vlekken in mijn nek dat ik het spannend vind en hoop op goedkeuring. Dat wordt dus niks.

Heb jij daarentegen de tijd om de film terug te spelen, na te denken over mijn drie vragen en hoef je mij niet aan te kijken, dan is de feedback vaak wél correct en eerlijk. Dat het opgeslagen is, heeft als voordeel dat ik de feedback een paar keer kan nalezen in een rustiger setting. Daarna kan ik je nog vragen om toelichting en komt er een gesprek op gang. Geef je me mondeling feedback dan hoor ik de helft niet omdat ik mijn verdediging al aan het bedenken ben. Het gesprek stokt dan meteen.

2. De ontvanger stelt vragen

Het is de bedoeling dat ik als ontvanger zo snel mogelijk na een event waarin ik mezelf heb laten zien, feedback vraag aan de mensen die daarbij waren. De voorgeprogrammeerde vragen helpen om te bedenken wat ik van de zender wil weten over mijn gedrag. De vragen zijn gebaseerd op 32 competenties, ingedeeld in rubrieken. Hier enkele voorbeelden:

  • Clients – Heb ik je goed behandeld?
  • Getting things done – Organiseer ik mijn werk goed?
  • Persoonlijk leiderschap – Zie je mij initiatieven nemen?
  • Teamwork – Deel ik mijn kennis met jou/anderen?

Voor jou als zender is het makkelijker om to the point te komen als je houvast hebt en niet een open vraag als ‘Hoe vond je dat ik het deed?’ hoeft te beantwoorden. Je bent dan snel geneigd om ‘Nou, wel goed’ te zeggen en verder kom je niet. Doordat ik in de app vragen moet selecteren, word ik al geprikkeld om te reflecteren: over welke aspecten van mijn presentatie of aanpak van het gesprek twijfel ik?

Dat de ontvanger van feedback de ander uitnodigt met vragen is ook in ander opzicht een voordeel: de ontvanger weet dat het gaat komen, wil een antwoord en staat ervoor open. Het komt nooit onverwacht. Het antwoord is – hopelijk – wel onverwacht. Als je vraagt naar de bekende weg en die komt ook, dan heb je er weinig aan.

Heel terecht merkte een van de deelnemers dan ook op: ‘Maar hoe ontdek ik mijn blinde vlekken? Daar stel ik dan toch geen vragen over?’ Als ik Dippels antwoord goed heb begrepen, heeft elke gebruiker een sponsor of mentor die kan meekijken in de rapportage en de gebruiker kan vragen waarom hij bepaalde vragen nooit stelt.

3. De zender is beperkt in aantal tekens

Het vakje waarin de zender van de feedback antwoord geeft is beperkt tot een x-aantal tekens. Geen ruimte voor allerlei verzachtende omhaal; cut the crap! Heel goed dat je gedwongen wordt tot de kern te komen. Je kúnt niet alles zeggen. Des te beter want de ontvanger wordt niet gelukkig van meer dan drie verbetersuggesties.

Dit idee van beperking van het aantal karakters bij feedback herken ik uit de Virtual Action Learning (VAL) Methodiek. Ik kan er helaas niets over vinden in het grote VAL-boek, maar ik weet dat het daar werkt. De makers van Katch zouden naar VAL kunnen kijken voor inspiratie. In VAL geeft de ontvanger ook weer feedback aan de zender op de bruikbaarheid van zijn commentaar. Zo gaan zenders ook weer beter feedback geven.

Werkt het in het onderwijs?

Als ex-hbo-docent die studenten zowel ijzersterke feedback heeft zien geven als ronduit zien weigeren om ook maar iets over het gedrag van medestudenten te zeggen, spitste ik mijn oren toen het over een pilot bij de Rotterdam School of Management ging. Deze toekomstige managers blijken de app alleen te gebruiken als het nodig is om hun studiepunten binnen te harken. Het verbaast me niet, maar stemt me wel verdrietig.

Bewijs?

Nu wil ik in bovengenoemd boek Feedback gaan zoeken of er bewijs is voor het effect van de drie kenmerken die ik heb benoemd en hoe je optimaal van het effect profiteert. Want alleen dan kunnen we het goed toepassen in de training Presenteren. Kom ik op terug.