‘Het gaat nu niet om de inhoud maar om de advies- en managementcompetentie.’
Martin Dijkstra is een ervaren docent economie en management bij de opleiding Logistiek aan de HvA. Zijn verleden ligt in het advieswerk, onder andere bij Syntens. Hij was mijn collega toen ik docent Vaardigheden en SLB was. Ik wil graag verder met hem praten over projectonderwijs, omdat hij er een doordachte visie op heeft en heel ervaren is. Wat hij vertelt, zet me aan het denken over de dilemma’s tussen praktijk en ideaal in projectonderwijs.

De werkplek van Martin en zijn studenten
Martin coördineert het project in jaar 2, blok 3. In dit project voeren studenten een opdracht uit voor een echte opdrachtgever met een echte vraag. Drie opleidingen van het domein Techniek leveren daarvoor studenten die samen een multidisciplinair team vormen: Logistiek, Technische Bedrijfskunde en Bedrijfswiskunde (deels).
Waarom multidisciplinair?
‘In de echte wereld beperken problemen zich ook niet tot één kennisdomein. Daarom vinden we het belangrijk dat studenten leren samenwerken met mensen met een andere opleiding. Ze leren dan beter om kennis te delen dan als ze dezelfde modules gevolgd hebben.
Waar doen niet meer alle Techniekopleidingen mee?
Jammer genoeg zijn de vragen die we binnenkrijgen te smal om alle techniekstudenten uit alle richtingen te mixen. Ze vragen niet om kennis uit veel verschillende vakgebieden. Maar met Logistiek, TBK en Bedrijfswiskunde bereiken we dit doel ook.’
Hoe kom je aan opdrachten?
Het is tijdrovend om goede opdrachten te acquireren. Er zijn 25 opdrachten nodig, want elk team tekent in op een andere opdracht. Daar heb ik maar 40 uur voor. We halen zelf de meeste opdrachten binnen, onder andere uit ons netwerk van bedrijven waar studenten stage lopen of afstuderen. Dit jaar hebben we een adviseur ingehuurd om ons te helpen. Van Syntens hebben we ook een goede vraag binnen gekregen. Die vraag paste niet goed bij hen maar was voor onze studenten wel interessant genoeg.
Om wat voor opdrachten gaat het?
Studenten kiezen de opdracht op basis van een probleemformulering van één regel. Daar moeten ze mee aan de slag.

Ze werken in een team van drie tot vijf studenten, afhankelijk van mijn inschatting van de zwaarte van de opdracht.
Om welke competenties gaat het in dit blok?
‘Het gaat puur om competenties op het gebied van projectmatig werken en adviseren:
- Multidisciplinair samenwerken
- Vraag formuleren en onderzoeken
- Het managen van de opdrachtgever en de opdracht. Communiceer je goed met de opdrachtgever? Lukt het om doelgericht te blijven en laat je de scope niet steeds oprekken of verschuiven door de opdrachtgever? Een opdrachtgever heeft immers voortdurend voortschrijdend inzicht. Als adviseur moet je hem kunnen begrenzen.
Zijn er geen inhoudelijke competenties?
‘Nee, de inhoud is niet zo van belang. Die verwerken we wel in voorafgaande projecten die we zelf ontwikkelen vanuit de competenties. De logistieke kennisbasis hebben ze al grotendeels binnen.
Het zou niet goed lukken om er ook inhoudelijke competenties in te verwerken, want de vragen zijn daarvoor veel te divers. De opdrachtgever komt vanuit zijn waan van de dag met een vraag. En die vragen zijn vaak te eenvoudig om studenten ook theoretisch de diepte in te laten gaan. Als coördinator heb ik te weinig tijd om de diepgang van de opdracht te beïnvloeden.
Plan van Aanpak, rapport en presentatie moeten natuurlijk wel in orde zijn. Eigenlijk moeten studenten in dit blok écht laten zien dat ze de PMW-methodiek, waar we in de voorafgaande blokken steeds hogere eisen aan stellen, echt in de vingers hebben. Daarna gaan ze nog zelfstandig een essay schrijven en dan moeten ze klaar zijn om hun stage ook projectmatig aan te pakken met een goed plan.’
Welke betrokkenheid vraag je eigenlijk van een opdrachtgever?
‘Hij moet minimaal bereid zijn om in de eerste week een intakegesprek met het team te hebben op basis waarvan zij het PvA kunnen schrijven. De studenten presenteren het PvA aan de opdrachtgever en die geeft vervolgens zijn consent. Dan ligt de opdracht vast. En dat is heel belangrijk, want anders bedenkt de opdrachtgever dat een ander probleem misschien wel nijpender is. En aan het eind luistert de opdrachtgever naar de presentatie van de oplossing van zijn probleem en geeft hij een beoordeling.’
Geen tussentijds contact?
‘In principe niet, maar sommige opdrachtgevers willen wel graag elke week op de hoogte gehouden worden. En ook de adviseurs van Syntens besteden soms veel tijd aan het project. We proberen de tijd van de opdrachtgever te managen. Maar als studenten vragen hebben, leggen ze die via de projectbegeleider voor aan de opdrachtgever. Als de vraag hem ook relevant lijkt voor de probleemverkenning, dan stuurt hij hem door.’
Wat beoordeelt de opdrachtgever aan het eind?
‘Hij vult bij de presentatie een evaluatieformulier in. Daarin evalueert hij de kwaliteit van de samenwerking met de studenten en natuurlijk of de geboden oplossing voor hem bruikbaar is. Zijn oordeel over de attitude van de studenten is voor ons het belangrijkst. Maar dit oordeel van de opdrachtgever telt uiteindelijk maar voor 1/6 mee. De ene opdrachtgever is namelijk heel kritisch en de ander vindt een in onze ogen magere prestatie al geweldig. Daarom kunnen we het niet zo zwaar laten wegen. En de docent belt naar aanleiding van het ingevulde formulier met de opdrachtgever om op onduidelijkheden door te vragen.’
Hoe wordt het eindcijfer voor die andere 5/6 bepaald?
‘Voor het Plan van Aanpak krijgt het team een apart cijfer. En voor het rapport en de eindpresentatie die het team op school houdt. En verder beoordeelt de docent die het project begeleidt ‘holistisch’. Het gaat vooral om criteria als ‘kunnen de studenten van achteren naar voren denken’, ‘kunnen ze een probleem analyseren met de 5 W’s en 2H’s’, ‘stellen ze de goede vragen aan de opdrachtgever om het probleem boven tafel te krijgen’, ‘kunnen ze de vraag goed formuleren’, ‘kunnen ze werk verdelen en plannen’? Deze beoordeling moet nog verder geobjectiveerd worden want er zijn natuurlijke meerdere docenten die dit project beoordelen en ze moeten wel de lat op dezelfde hoogte leggen, en dezelfde latten gebruiken…’
En wat is de rol van de docent bij het project, gaat hij bijvoorbeeld mee naar de opdrachtgever?
‘Ja dat is zeker de bedoeling. Voordat de studenten naar de opdrachtgever gaan, bereiden ze hun vragen voor en de docent geeft daar zijn oordeel over. Daarna gaat hij mee met het intakegesprek om dezelfde informatie te kunnen horen als de studenten. Dan kan hij hun PvA goed beoordelen.
Begeleiden bij PvA
In de eerste week maken de studenten meteen hun PvA. Een week lijkt misschien snel maar ze hebben er wel een halve week voor, dus 20 uur vermenigvuldigd met drie tot 5 teamleden! In die tijd kun je behoorlijk wat desk research doen en schrijven. Maar ze gaan alles samen doen en dan komen ze niet uit met de tijd, of maken een veel te oppervlakkig plan. Na anderhalf jaar projecten doen, vinden ze het verdelen van taken en rapporteren over resultaten nog steeds lastig. Dus de docent coacht daar nog eens bij.
Vragen stellen over voortgang
Vervolgens houdt de docent elke week een consult met het team. Hierbij is het PvA leidend voor het gesprek. Ligt het team nog op schema qua planning en ook op koers voor het bedenken van een oplossing bij het vastgestelde probleem? Als het team afwijkt van de gestelde planning is dat sowieso gespreksstof. Studenten leren zo dat het PvA geen verplichte oefening is, maar steun geeft aan hun werk en structuur aan de begeleiding.
De docenten moeten vooral vragen stellen in het consult. Hoe ben je hier op gekomen? Waarom kies je voor deze aanpak? Waar heb je dat gevonden? En niet gaan vertellen als de studenten zelf geen vragen hebben. De docent hoeft ook niet inhoudelijk deskundig te zijn. Hij signaleert of het werkproces van goede kwaliteit is en geeft daar feedback op. Als coördinator stimuleer ik dat de docenten in deze stijl begeleiden en niet gaan voorkauwen wat het team moet doen. Dat blijkt ook niet nodig te zijn, want maar een keer in de twee jaar loopt een project echt stuk.
Dilemma tussen leren en kwaliteit
Maar het is soms lastig, want we willen de opdrachtgever graag goede kwaliteit bieden. Hij moet een 8 kunnen geven voor het resultaat. En volgend jaar weer met een opdracht komen. Omdat we als opleiding graag kwaliteit willen bieden, gaat de docent er soms te dicht bovenop zitten. Toch blijft terughoudendheid geboden, anders wordt er niet geleerd. Daar praat ik veel over met de andere docenten in het wekelijkse coördinerend overleg.’
Maar als er inhoudelijke vragen zijn?
‘Als het goede vragen zijn, kunnen de studenten die altijd aan andere vakdocenten stellen. Die maken daar wel tijd voor. Ook als de docent bij de eindbeoordeling aan de inhoudelijke kwaliteit twijfelt, kan hij een vakcollega raadplegen. De inhoud is natuurlijk ook niet helemaal onbelangrijk!’
Hoe is het voor docenten om dit project te begeleiden?
‘Heel leuk en zinvol. Door de vragen van de opdrachtgevers krijgen ze een beter beeld van de actualiteit in het werkveld waarvoor ze opleiden. Ik zou het liefst zien dat alle docenten een paar teams begeleiden en minstens twee keer meegaan naar het bedrijf en hun ogen goed de kost geven. Die praktische inspiratie heb je nodig als docent.’
Hoe ervaren de studenten het eigenlijk?
‘Ze zijn nu net begonnen met het project en ze vinden het leuk, spannend. Ze kennen elkaar niet en ook de onderwerpen van te voren niet. Omdat het een opdracht is voor een echte opdrachtgever, werken ze veel harder. Ze willen graag met een goed verhaal komen. Daardoor leren ze ook meer.’
Terzijde, ik schrijf dit artikel in een café omdat ik in Utrecht gestrand ben door de sneeuw op het spoor. Twee jongens die aan hun vrijmibo zitten, vragen of ik een boek aan het schrijven ben. Als ik zeg dat het over projectonderwijs gaat en hoe docenten dat begeleiden, hebben ze hun mening klaar. ‘Ach, het is toch een zooitje in het hbo! De meeste docenten staan voor de klas omdat ze in het bedrijfsleven mislukt zijn en we hebben het meest geleerd van gastcolleges van mensen uit de praktijk die met actuele artikelen kwamen.’ Ze lachen er vrolijk bij, maar wat verdrietig zeg dat deze ex-studenten zo op hun opleiding terugkijken. Terug naar Martin…
Als studenten zo gemotiveerd zijn, waarom doe je dan maar één keer in de eerste twee jaar van de opleiding een project met een echte opdrachtgever?
‘Verschillende redenen:
- Pas in het 3e blok van het tweede jaar hebben studenten genoeg geleerd om een opdrachtgever echt waarde te kunnen bieden.
- Het kost te veel tijd om opdrachten te werven voor meer blokken.
- De opdrachten zijn vaak inhoudelijk niet zwaar en gevarieerd genoeg om alle competenties uit het profiel aan te sturen. Als we zelf de opdrachten construeren, hebben we dat zelf in de hand.
Zijn het dan nog wel authentieke opdrachten?
‘Jawel, want ze zijn wel gebaseerd op vragen die in het werkveld leven. Er is altijd een echt bedrijf als informant bij betrokken. Een vertegenwoordiger van Artsen zonder Grenzen of een groothandel van bouwmaterialen geeft dan bijvoorbeeld wel een presentatie bij de kick-off of ze bespreken aan het eind de drie beste rapporten. Maar niet elk team heeft dus een eigen unieke opdracht en heeft ook geen directe relatie met een opdrachtgever. Naar onze overtuiging kan het niet anders. We willen in de eerste twee jaar de vakkennis zo integraal mogelijk aanbieden. Je kunt geen volwaardige opleiding bieden als je al voor de stage alleen met echte projecten werkt.’
Discussie
Ik ben heel benieuwd hoe anderen hier tegenaan kijken:
- Hoe kun je in weinig docenttijd interessante projectopdrachten werven?
- Kun je inderdaad pas ver in het tweede jaar studenten een project laten uitvoeren voor een echte opdrachtgever?
- Wat vind je ervan om in dit project helemaal op de PMW-competenties te focussen, waarbij de inhoud ondergeschikt is?
- En op welk niveau en met welke criteria zou je die competenties dan objectiveerbaar beoordelen? Is het zinnig om je daarbij te baseren op bestaande competentiesets voor projectmanagers, bijvoorbeeld op IPMA-D niveau?
Reacties
Steven Nijhuis (SN), coördinator Projecten bij de Faculteit Natuur & Techniek van de Hogeschool Utrecht, doet promotieonderzoek naar de vraag welke competenties voor projectmatig werken in het hbo gehanteerd moeten worden.
Marcel Seijner (MS) is hogeschooldocent Technische Bedrijfskunde en o.a. coördinator minor Project- en Programmamanagement aan de Hogeschool Rotterdam.
1. Hoe kun je in weinig docenttijd interessante projectopdrachten werven?
SN: Als je zorgt voor continuïteit, hoeft dat niet zo moeilijk te zijn. Wel moet je flink investeren in het begin, in een opdrachtgever die voor langere tijd opdrachten wil leveren. Aangezien veel hap snap wordt gewerkt (ook omdat enkele docenten pas enkele dagen vooraf horen dat zij verantwoordelijk zijn voor het project), laten we dat vaak zitten.
MS: Wij (HR) werken bijvoorbeeld in een eerstejaars project met één opdrachtgever met één vraag en laat de groepen parallel tot oplossingen komen. Concreet: TNO heeft een nieuwe 3D-printmachine ontwikkeld en zoekt een killer app (killer application) hiervoor. De studenten moeten komen tot een product dat tot unieke massaproductie (massaproductie waarbij elk product anders is) kan leiden. De weg naar deze oplossing en prototype is volledig volgens een stappenplan/deelresultaten (PvA, researchrapport, Programma van eisen, oplossingsrichtingen, conceptkeuzen, prototyping en beurspresentatie).
Werkt al jaren prima. Ik bel gewoon een potentiële opdrachtgever op (directie/innovatiemanager Gazelle, Quinny, Wanzl, etc) en ik heb nog niet meegemaakt dat een bedrijf niet wilde meewerken).
Voor tweedejaars en derdejaars projecten laat ik studenten ook zelf opdrachten zoeken. Zelfs al in het eerste jaar. Zij moeten in het derde kwartaal eerste jaar een primair proces beschrijven van een technisch bedrijf en moeten zelf een bedrijf vinden. Is gelijk een oefening voor netwerken/acquisitie/assertiviteit en vertellen wat hun studie inhoudt.
2. Kun je inderdaad pas ver in het tweede jaar studenten een project laten uitvoeren voor een echte opdrachtgever?
SN: Nee je hoeft niet tot in het 2e jaar te wachten. Het stelt wel eisen aan de vragen die de opdrachtgever kan stellen. Bij onze bouwkundeopleiding beginnen we zelfs op de eerste dag met een echte opdrachtgever met een echte opdracht.
MS: NEE, zie vorige voorbeeld, als je maar duidelijk de verwachtingen managet (verwachtingen zijn onuitgesproken eisen). Het zijn studenten en eerstejaars. Bovendien werk je samen en spreek je niet van een opdrachtgever! Er mag hier nog geen sprake zijn van opdrachtgever en opdrachtnemer. Ook contracten tekenen is flauwekul (hooguit misschien voor geheimhouding [voor wat het waard is]).
3. Wat vind je ervan om in dit project helemaal op de PMW-competenties te focussen, waarbij de inhoud ondergeschikt is?
SN: Het kan een keuze zijn om alleen op pmw-competenties te focussen. Dat is in dit voorbeeld ook eenvoudiger, anders moet je ook nog eens zorgen dat de inhoudelijke vraag precies passend is bij de leerdoelen. Dat is wel heel erg veel gevraagd.
MS: We hebben net geïntroduceerd dat derdejaars studenten eerstejaarsstudenten in projecten begeleiden om hun competenties te trainen. Vorig jaar hebben we dat ook geëxperimenteerd met integrale groepen (zoals Martins project op de HvA).
4. En op welk niveau en met welke criteria zou je die competenties dan objectiveerbaar beoordelen?
SN: Daar heb ik nog een aantal jaar voor nodig, met dien verstande dat IPMA D alleen over kennis gaat, en het voorbeeld over ervaring met PMW. Dat laatste is nog niet in algemene termen vastgelegd. Ben ik nu wel mee bezig.”
MS: IPMA-D! en daar laten we ze gelijk een examen voor doen bij IPMA/CITO. Doen we pas in het laatste jaar TB en in minoren.
Trouwens, wat een naar verhaal van die studenten bij je in het café. Gelukkig hoor ik juist vaak dat wij te ambitieus zijn en dat de studielast te zwaar is (als ik dat hoor, weet ik dat het precies zwaar genoeg is).
Mijn reflecties
Voor mijn ideeën bij vraag 2 verwijs ik naar Kom vroeg met die echte opdrachtgever en voor vraag 3 naar mijn pleidooi om PMW-competenties juist wel integraal te beoordelen.