E-learning ontwikkelen kun je zelf, met een beetje hulp

Onlangs werd ik geïnterviewd door Johannes Vinke, student Opleidingskunde over deze vragen:

“Is het nog nodig om een extern bedrijf tienduizenden euro’s te geven om een e- learningmodule voor medewerkers te laten ontwikkelen? Nee. Voor beginners wordt het steeds makkelijker om e-learning zelf te ontwikkelen. Maar waar moet je als beginner op letten? Welke tools zijn er? Wanneer is het handig om een professional in te schakelen?”

Lees het artikel, waarin ook Annette Wien en Marcel De Leeuwe aan het woord komen.

Moeten grote bedrijven als Stoas en Bright Alley zich zorgen gaan maken als organisaties kennelijk steeds meer zelf kunnen? Of verandert het soort werk waarvoor ze gevraagd worden alleen?

Posted in Moodle | Leave a comment

Op naar de Moodle Conferentie … in Heraklion

Morgen om deze tijd ben ik op Kreta. De keuze voor de vakantiebestemming is dit jaar ingegeven door de Moodle Research Conference die plaatsvindt in Heraklion. Ik verheug me er erg op want de sessies zijn echt gericht op de vraag wat nu werkt qua instructiestrategieën in Moodle, voor allerlei doelgroepen, en hoe je de Moodle cursus daar helemaal op kunt finetunen, met goede plug ins. Learning design tools, “non-trivial collaborative learning”, problem-based learning… lijkt me allemaal heel inspirerend, wat ook weer fijn is voor mijn klanten die van mijn nieuwe kennis gaan profiteren.

Evidence based instruction design…

Ik ben vooral benieuwd of de sprekers kunnen bewijzen wat nu effectief is. Je kunt in instructieontwerp zo zitten modderen met je keuze voor werkvormen en hoe je je cursisten daarin meekrijgt. Kun je hard maken dat het echt de meest effectieve leeractiviteit is als een subgroep samen in een Wiki een Checklist gaat opstellen, of verslag uitbrengt van een situatie op het werk aan een coach in een Dialoog?

Spannende innovaties bij de Belastingdienst

Op dit moment ben ik bezig bij de Douane, uitgehuurd door Stoas, om samen met een heel enthousiaste en gedegen inhoudsdeskundige een opleiding te ontwikkelen over het Proces Liquide Middelen (let op Schiphol op de posters over aangifte doen van geld). Belastingdienst en Douane zijn, zoals veel Moodlegebruikers, nog vooral gewend om Moodle te gebruiken als platform voor SCORM-pakketten, maar gaat nu Moodle gebruiken zoals het bedoeld is, ondersteund door Stoas. Dat gaat gelijk op met een integratie van leren en werken en van integratie van leren van vaktechniek met communicatieve vaardigheden. Elkaar aanspreken op kwaliteit van werk doe je immers vanuit je inzicht in het werkproces. Cursisten gaan video’s insturen, hun eigen job aids opstellen, via vragen en ervaringen in forums de inhoud van presentaties tijdens bijeenkomsten beïnvloeden en worden online gecoached door collega’s die al een opleiding over Liquide Middelen hebben gehad. Allemaal innovaties, waarvan ik het heel gaaf vind om er een bijdrage aan te leveren.

Wordt Moodle te moeilijk? Of is het dat altijd al geweest?

De afgelopen tijd heb ik weer eens ervaren hoe enorm moeilijk Moodle eigenlijk te leren is voor beginners. Samen met Ger Tielemans begeleid ik een cursus voor IRC Water and Sanitation Center waarin deelnemers leren hoe je het ontwikkelproces voor een cursus aanpakt en hoe je daarbij rekening houdt met de mogelijkheden van Moodle. Ze gaan hun ontwerp ook realiseren in Moodle.

We hebben ze nogal in het diepe gegooid, hebben we gemerkt. We zelf zijn in de “expertval” gedonderd. Ger en ik hebben de groep overspoeld met al het leuks dat je met Moodle kunt doen. Natuurlijk hebben we dat in een goede structuur gegoten, maar het plaatje dat wij heel helder in ons hoofd hebben, konden we helaas niet in een keer in de hersens van de deelnemers projecteren. Tja, dat is dus de kern van instructie geven! Dit is voor ons een enorm waardevolle leerervaring om het met een volgende groep heel anders aan te pakken.

Toch blijft het een dilemma. Je kunt niet Moodle leren gebruiken zonder na te denken over je cursusontwerp. Ik hoor ook mensen zeggen dat ze er weinig aan hebben om te weten waar je moet klikken om een forum aan te maken als ze niet eerst bedacht hebben waarom dat in hun cursusontwerp zou passen. Ik hoop dat ik in Heraklion ook kan praten met ervaren Moodleaars over slimme manieren om mensen stap voor stap voor Moodle te leren ontwikkelen. Graag kom ik daar na mijn vakantie op terug.

Als Michiel en ik uitgerust zijn op Kreta ga ik verder bij de Douane en bij IRC om hen  te helpen met een soort pipeline for course design. En op 1 november begin ik bij de ParanassiaBavoGroep voor twee dagen per week als projectleider e-learning/Moodle. Ik vervang mede Ned-Moovelid Evie van Tiel die op wereldreis gaat. (Ik wil ook op wereldreis!!)

Andere plannen

Vorige maand heb ik mijn Cambridge Certificate of Proficiency gehaald, met een Grade A. Ik ben best wel trots, want veel hoger kun je niet qua niveau, maar dat wil ik eigenlijk wel. Na mijn vakantie ga ik uitvogelen wat ik nog meer met Engels kan doen. Ik gebruik het nu bij IRC waar alles in het Engels gaat en het zou leuk zijn om meer voor Engelstalige organisaties te gaan schrijven/ontwikkelen.

Tien tien

Op 10 oktober hoop ik je te zien bij de Masterclass van Marcel de Leeuwe, het eerstvolgende Ned-Moove event.

En nu: stemmen voor ik het vergeet, het is nu belangrijker dan ooit heb ik het gevoel. Nog ff snel taxi reserveren, naar de boekhandel en dan pakken.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Join our Moodle team

We are looking for a Moodlerer. Organisations with education as their core business show more and more interest for Moodle. The high attendance at the MoodleMoot in Amsterdam last May was a clear signal (nearly 100 people!). In addition, my partner Michiel Boerman and me receive more and more requests for information about what it takes to set up a Moodle site.

Michiels projects ask for highly complex programming work, fit to the needs of our clients. My work is focussed on the didactical issues related to blended learning and on producing attractive content. Clients sometimes want to delegate all instructional design to us. Because of this growth in Moodle related work we want to expand our Moodle team.

Projectmanager is on board

Luckily we have already found a solid projectmanager who will take over much of the business side of our work. Bert van Riel  is very experienced in managing tough internet projects. He will be our linking pin with clients. Bringing Moodle (or any other LMS) in your organisation demands quite a change in all your processes. Bert understands this. He feels what you can handle and advises you how to realise your ambitions. As a generalist with knowledge of social media, functional and graphic design, programming and cost accounting, he writes project plans that give you the certainty the work will be done on time and within your specifications. His collaboration frees us up to do what we are good at.

Now we need a Moodlerer

We hope to get in touch wit a ‘technical person’ who has the same love for Moodle as we do, or who wants to find out if he can fall in love with it! Maybe you have already some experience in the management of IT-systems, or programming in PHP, maybe even in an educational environment and you want to dive into Moodle. People with Moodle experience have of course an advantage, but there are other important qualities we are keen on.

Team of freelancers

Michiel and Bert and me all have our own businesses. We sometimes work apart on our projects, but if Moodle is the focus of the project we join up as a team and present ourselves under the name Helder & Wijzer. Don’t expect us to book you for 40 hours a week for the rest of the year! At the moment we do need assistance but you will work as a freelancer and bill us for your hours.

What we hope to discover in you

We will end with a list of tasks we want to load on your shoulders but first of all your professional attitude is important to us:
You are:

  • interested in (web tools for) learning, education and collaboration processes and in social media
  • curious and eager to learn
  • very accurate and neat
  • responsible and accountable
  • able to see work and plan it autonomously, but you keep communicating with us on what you are doing and we can trust your input in the planning and budgeting phase
  • friendly but explicit to our clients
  • not afraid to communicate in English (nice if you also speak Dutch)

What kind of work can you expect

There are a lot of tasks we would like to delegate:

  • install Moodle and Mahara
  • research plug ins, install and evaluate them and propose the best options in view of client specifications and future development of Moodle core and modules (follow Moodle Tracker)
  • upgrade existing installations and custom modules
  • connect repositories and other systems f.i. for student administration
  • set up question banks, course categories, site pages, MyMoodle pages, grade books, cohorts, groups according to the functional design
  • translate a graphic design into a theme and program templates for Moodle and Mahara
  • program custom functionalities (PHP-experience is very important as we have urgent programming work)

Are you interested?

Send an e-mail to Bert van Riel and tell him why you want to join and what you have to offer us. He will set up a Skype meeting with you and if this conversation works out for both of you we will have a team meeting.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

MoodleMoot 30 mei – samen een aantrekkelijke leeromgeving bouwen met Moodle

Op 30 mei organiseert Ned-Moove, de Nederlandse Moodlevereniging, haar jaarlijkse conferentie. Gebruikers van Moodle uit alle hoeken van opleidingsland, van PO tot bedrijfsopleidingen, komen bij elkaar om kennis en ervaring uit te wisselen over leren met Moodle. Dit jaar is het centrale thema: hoe werken docenten, ontwerpers en content-ontwikkelaars, HRD-ers en management samen om een rijke en effectieve leeromgeving te bouwen waar een cursist zich thuis voelt?

Het programma is vrijwel rond. We zijn blij met Hans de Zwart, een van onze founding fathers, die zijn keynote gaat houden over de toekomst van ELO’s voor kenniswerkers. Als professionals een soort handelsreizigers worden die hun kennis dan eens een tijd voor bedrijf X en dan weer bij organisatie Y uitventen, hoe willen zij dan leren? Voor hen is toch nooit alles in één leeromgeving te halen, al is hij nog zo ‘rijk’ ontworpen met alle toeters en bellen die Moodle biedt? Weten managers, ontwerpers en trainers wel genoeg van hun behoeftes? Ik ben daar heel benieuwd naar. Zelf ben ik natuurlijk ook zo’n nomadische kenniswerker. Waar haal ik het zelf eigenlijk vandaan?

De leeromgeving is …

…een certificatenfabriek, nee een speeltuin, een loungebar in een bibliotheek, een biechtstoel…

Wat ik wil weten, komt vaak tot mij via tweets van interessante lui op het gebied van leren met technologie, zoals Wilfred Rubens, Marcel de Leeuwe of Audrey Watters, maar als ik behoefte heb aan verdieping pak ik een boek. Ben nu bezig in Pervasive Information Architecture. Designing Cross-Channel User Experiences, van Resmini en Rosati. Ben het woord e-learning er nog niet in tegengekomen, maar toch is het interessant voor ons want blended learning is nu eenmaal een cross-channel experience.

Nu kom ik weer terug bij het thema van deze MoodleMoot want ik kwam in dat boek de parabel van de zes blinden en de olifant tegen. Je kent het wel.

Een olifant is in het dorp aangekomen. De plaatselijke blinden willen wel eens een olifant voelen. “Hé, een olifant is een pilaar”, roept de blinde die zijn poot aanraakt. “Nee, het is een soort touw”, zegt degene die de staart heeft gepakt. “O nee, het is een waaier”, beweert de man die met het oor wappert. “Jullie hebben het allemaal fout, want het is een grote muur”, roept degene die zijn handen op de enorme zij van het beest heeft gelegd.

Enzovoort. Er ontstaat een stevig dispuut, dat pas opgelost wordt als de wijze man van het dorp hen allemaal gelijk geeft. “Jullie hebben allemaal één stukje gevoeld en samen is dat een olifant.

Open elkaar de ogen en ontwikkel samen

Als in een grote opleidingsinstelling of organisatie met eigen opleidingsafdeling managers, onderwijskundigen, IT-ers en docenten gaan samenwerken aan de inrichting van een leeromgeving met aantrekkelijke cursussen zijn ze als die blinden die allemaal hun eigen belangen en ervaringen inbrengen.

Klik om te vergroten

Daarom hebben we drie tracks gevuld met sessies vanuit het perspectief van management, instructie-ontwerpers en docenten. In het schema hiernaast zie je dat ze elk met hun eigen vragen en belangen aan een leeromgeving werken. Soms begrijpen ze elkaar helemaal niet. Hopelijk is er juist een soepele doorstroom van kennis en ervaring. We moedigen daarom deelnemers aan om veel van track te wisselen, zodat je ervaringen vanuit verschillende perspectieven kunt combineren. Ga bijvoorbeeld eerst

  • Luisteren hoe een docent als Cees van Diest bij de informatica-opleiding van NOH-I zijn studenten binnen Moodle heeft begeleid
  • Dan bij Susanne Groeliker en Francois Walgering hoe een doordacht opleidingsontwerp als Virtual Action Learning in elkaar zit en hoe je dat in Moodle kunt bouwen
  • En ten slotte hoe je de implementatie van een nieuwe ELO of een nieuw opleidingsconcept kunt voorbereiden met een management game, geleid door nog een Ned-Moove founding father Pieter van der Hijden

Volg je dan de omgekeerde weg (van gebruik via ontwerp naar besluit) of juist de optimale route (lerend van ervaringen in het gebruik tot een goed plan komen)?

Meld je aan en kom meedenken en -praten.

Aantrekkelijk programma, ook voor non-Moodlers

Met veel plezier heb ik dit programma samengesteld. Er is echt voor iedereen die met Moodle werkt iets te halen, misschien met uitzondering van de echte techneuten. Het is een mooie doorsnede geworden van sectoren en doelgroepen en er zullen veel Moodlesites te zien zijn. Maar ook voor mensen die wel veel met e- en blended learning bezig zijn, maar Moodle (nog!) niet gebruiken is het een vruchtbare middag. Bovendien kost het bijna niets!

Moodle-ELO-ontwikkel-en-begeleid-methodiek?

Aan het eind van de middag houden we een debat over de vraag wat de beste methodiek is om vanuit ieders belang, kennis en ervaring de cursist te kunnen geven wat hij nodig heeft. Hoe help je elkaar? Zodat we niet als zes blinden allemaal om het hardst roepen dat we gelijk hebben.

 

Posted in Moodle | Leave a comment

Biedt ILIAS meer dan Moodle?

Sinds een jaar of zes werk ik al met enige regelmaat met Moodle. Het is een open source systeem waar ik wel aan gehecht ben. Maar nu is er dan ineens  ILIAS, een OS online leerplatform uit Duitsland. Afgelopen donderdag was er een seminar waarop ILIAS aan Nederland en Vlaanderen werd voorgesteld. Mijn nieuwsgierigheid is daar nauwelijks bevredigd, maar vandaag heb ik voor het eerst in de software rondgeneusd. Voorlopige inschatting: het is een geduchte concurrent voor Moodle.

Mijn partner Michiel Boerman en ik hebben van het Julius Centrum de vraag gekregen om uit te vogelen hoe ILIAS kan worden ingezet voor Virtual Action Learning. Met de functionaliteiten die dat onderwijsconcept vraagt, ben ik door de beschrijving van de componenten gegaan. Zo op het eerste gezicht lijkt veel al meteen met de standaardsoftware mogelijk, bijvoorbeeld het delen van bestanden met andere groepsleden die daar dan comments bij kunnen plaatsen, koppelen van competenties aan inhoud in het portfolio, een desktop samenstellen waarop je profielen, een forum en notificaies binnenhaalt… De gewenste rapportages zullen waarschijnlijk wel maatwerk vragen.

Vergelijken met Moodle

Intussen denk ik steeds: kan dit ook in Moodle? Of kan ILIAS meer dan Moodle? Het lijkt erop dat de functionaliteiten die ik altijd gemist heb in Moodle (repository, portfolio, auteurstool) zomaar in ILIAS zitten. Of misschien moet je het anders benaderen: ILIAS is totaal anders opgebouwd.

Repository (voor ‘alles’) en Personal Desktop (voor je eigen spullen)

In ILIAS heb je als cursist de beschikking over een Repository waar van alles in zit dat voor jou van belang kan zijn. Daar zitten Courses in die je kunt volgen, maar ook Groups waar je lid van bent en waar je sommige Courses mee samen volgt of met wie je aan projecten werkt.

In de Repository, in feite de basis van ILIAS, zitten ook ‘losse’ leerobjecten of -activiteiten. Alles wat je verwacht veel te gaan gebruiken, sleep je naar je eigen desktop om er je PLE (Personal Learning Environment) van te maken. Het lijkt een beetje op MyMoodle, maar dan met veel meer opties (en dus ook meer dwaalwegen).

Hoera voor de flexibiliteit

Wat voor de ontwerper heel fijn is, is de flexibiliteit. Je maakt een Repository waarin je alles netjes klaar zet wat je later nodig denkt te hebben. Je hangt aan de categorieën bevoegdheden om te bepalen wat je wilt delen of je koppelt er een groep aan. Anders dan in Moodle is dat er gewoon. Je hoeft geen koppeling te maken met een CMS als Alfresco. En als je content of leeractiviteiten wilt presenteren hoef je geen cursus aan te maken. Je deelt ze via de Repository. Natuurlijk wel een uitdaging om de boel goed vindbaar te houden, maar je kunt alles gelukkig uitgebreid metadateren (en de cursist kan alles taggen met zijn persoonlijke set tags). In Moodle kun je geen leeractiviteiten als een forum of wiki via een Repository delen, alleen bestanden. Je kunt ze natuurlijk op de Startpagina zetten, maar dat wordt al snel een bende.

In Moodle moet je voor een Portfolio een koppeling maken met Mahara. In ILIAS is er in versie 4.2 al een Portfolio waarin de cursist alle content kan plaatsen die hij wil delen, dus ook forums of wiki’s waaraan hij heeft bijgedragen.

ILIAS als projectomgeving

Moodle kan ook wel gebruikt worden als projectomgeving, maar toch moeizaam. Voor iets simpels als samen bestanden delen in een gezamenlijke map in een besloten groepje is in Moodle alleen met omwegen als een Database (ook best mooi hoor, maar meer dan je wilt), een Wiki of een Forum te regelen. In ILIAS deel je gewoon een Werkruimte en is zelfs versiebeheer standaard. Ik moet bekennen dat ik het Projectformat dat als plug-in in Moodle te installeren is nog nooit goed verkend heb, maar als ik een vorm van projectonderwijs zou willen bieden, is ILIAS een zeer aantrekkelijke kandidaat.

Learning Modules maken en exporteren in SCORM

Het allermooiste, al moet ik het eerlijk gezegd nog uitproberen, is de functionaliteit om binnen ILIAS leermodules te maken. Dit zijn doorklikbare ‘lessen’ waarin je alle soorten multimediale content kunt slepen, ingedeeld in een overzichtelijk menu. Je wisselt de pagina’s af met interactieve vragen. Er zijn veel verschillende vraagsoorten, b.v. clickable maps en matchingvragen. Zo’n module is enigszins te vergelijken met de Bookmodule of met de Lesson, behalve dat je dus content met vragen kunt combineren in pagina’s die je netjes kunt opmaken. En, veel belangrijker: ILIAS maakt er een SCORM-pakket van in versie 2004. Je kunt dat in verschillende cursussen hergebruiken, maar je kunt het ook exporteren en bijvoorbeeld in Moodle aanbieden.

Moodle en ILIAS kunnen ook samen!

VDAB, de Vlaamse organisatie voor bijscholing van werkzoekenden biedt webleren en blended leren aan. VDAB gebruikt ILIAS als ‘authoring tool’ en Moodle als publicatieplatform. Lijkt vreemd omdat ILIAS ook een LMS is. Deze situatie is historisch zo gegroeid, legde Ruben Bellens van VDAB uit. De hele administratie van het aanbod en van de duizenden cursisten hangt nu eenmaal al in Moodle. Maar grappig genoeg kwam ILIAS dus na vergelijking met onder andere Xerte als beste auteurstool uit de bus, terwijl het daar helemaal niet per se voor bedoeld is.

Enthousiast, na eerste verkenning

Het is niet alleen maar halleluja. Het is nog een kleine community met nauwelijks Nederlandse gebruikers, al is het Ministerie van Defensie natuurlijk wel een interessante. In veel van de forums wordt auf Deutsch uitgewisseld. Ik kan wel Duits lezen, maar het kost me wel moeite. Er is gelukkig wel aardig wat documentatie in het Engels, dus dat gaat wel lukken. Er is ook een Nederlands taalpakket voor ILIAS, maar ik hoorde dat een flink deel van de interface nog niet of niet goed in het Nederlands vertaald is. Kom ik vanzelf achter. Gelukkig is er jl. donderdag al een groepje gevormd dat het vertalen samen gaat delen.

Al met al vind ik het zeer de moeite waard om ILIAS goed te leren gebruiken. Is alleen mijn eerste indruk goed, of kun je ook echt fijn met het systeem werken? Pakt dat goed uit dan nemen we ILIAS op in ons dienstenpakket, naast Moodle. Ik hoop niet dat ik de twee systemen door elkaar ga klutsen, zoals ik per ongeluk Spaans op vakantie in Italië spreek en vice versa. Michiel gaat zich storten op het programmeren van een template in ILIAS.

Joke, bedankt voor de organisatie van het seminar.

Posted in Moodle | 2 Comments

Leer soepel samenwerken in de blend van live en online

Tineke van Kooten en ik hebben een training ontworpen waarin je leert beter samen te werken met de teamrollen van Belbin en de Roos van Leary. We zijn begonnen met een training van een dag die we voor 90 procent live gaven. De andere 10 procent bestond uit een intake vooraf via e-mail en een korte follow-up in een Linked-In groep. Hoewel de deelnemers tevreden waren over het resultaat gaf deze aanpak ons geen voldaan gevoel. Gedragsverandering, en daar vraagt effectiever samenwerken om, lukt alleen met veel oefenen gespreid over een periode van minstens veertig dagen. Daarom geven we de training nu in een blend van live en online leren.

De leercirkel als basis voor het ontwerp

Voor onze trainingsontwerpen gebruiken we altijd de leercirkel van Kolb als basis, geïnspireerd door Karin de Galan en haar boek Trainen. Een praktijkgids. In 2011 kwam ze met het vervolg Trainingen ontwerpen (inmiddels alweer de 2e editie). Hierin laat ze Kolb niet los, maar ze laat hem een beetje onder de oppervlakte zakken om haar model te concretiseren in ‘De Glijbaan’ en ‘De Trap’. Ook dit werkt fantastisch, maar Karins trainingsuniversum heeft alleen een live dimensie, online lijkt voor haar niet te bestaan. Voor ons wel, want wij kunnen onze deelnemers niet veertig dagen lang live begeleiden. Nog afgezien van de bereidheid van de deelnemers om elke dag een half uurtje naar onze trainingsruimte te komen.

Voorzichtig online beginnen

Onze deelnemers beginnen online, uiterlijk een week voor de bijeenkomst. Maar, omdat zowel uit eigen ervaring als onderzoek blijkt dat deelnemers voorafgaand aan een bijeenkomst moeilijk te motiveren zijn om veel voorwerk te doen, vragen we dat ook niet. Bovendien gaat het hier niet om iets neutraals als een nieuwe procedure leren om storingen te onderzoeken, maar om je eigen gedrag. Daar ‘praat’ je nog niet over met mensen die je nog nooit in de ogen hebt gekeken. Het is anders als het gaat om contact met de trainer. Men is het gewend dat je de trainer inlicht over situaties waarin je effectiever te werk wilt gaan. Daarom nodigen we de deelnemers uit om iets te vertellen over zichzelf, hun werk, hun voorkennis en hun ‘Lastige situatie’. Die situatie is alleen zichtbaar voor de trainers. De rest is openbaar.

De deelnemersgroep als proeftuin om te leren samenwerken

De online voorbereiding is niet meer dan een uurtje werk. Wat we deelnemers vragen te doen lijkt allemaal heel onschuldig maar stiekem is het (samen) leren al begonnen. En wij als trainers beginnen al materiaal te verzamelen. Wat je over jezelf vertelt bij een vraag als: ‘Wat zou je doen als je morgen een dag vrij hebt?’, zegt immers al iets over je teamrollen. Elkaars antwoorden op zo’n vraag lezen, breekt het ijs online waardoor deelnemers in de bijeenkomst elkaar makkelijker aanspreken.  Als trainers observeren wij wie op elkaar afstapt en dat kunnen we gebruiken om ‘teamrolaantrekkingskracht’ te benoemen.

Een heel belangrijke eerste leeractiviteit is de keuze voor de ‘Lastige situatie’. Als je iemand vraagt te beschrijven wat hij recentelijk heeft meegemaakt en wat hem echt dwars zit, is in termen van Kolb het Observeren en reflecteren al begonnen. Wat gebeurde er, wat vind je van het effect van je aanpak en waarom kies je juist dat gesprek als casus? Door het al schrijvend opnieuw te beleven, krijgt de deelnemer behoefte om te leren hoe hij het beter kan doen.

Drie rondes, drie leercirkels

Als de deelnemers online even aan de trainers, elkaar en aan de leerstof geroken hebben, komen we samen voor een dag training. Onze dag is in drie rondes opgebouwd waarin we telkens de hele leercirkel doorlopen. Eerst om te leren hoe je de teamrollen van Belbin kunt herkennen, waarderen en welke belangen en behoeftes bij elke teamrol horen (wat willen de spelers?). Is dat helder, dan gaan we verder met de Roos van Leary (hoe wordt het spel gespeeld?) en ten slotte voor de combinatie van beide modellen (je speelt het spel met meer effect als je de spelers beter kent).

Klik op het plaatje om te vergrotenWe willen zoveel mogelijk profiteren van het samen zijn, dus de nadruk ligt op ervaren en experimenteren. Reflecteren en theorie verkennen kan immers prima online maar voor de toepassing heb je juist elkaar nodig. Bovendien willen wij als trainers de deelnemers in actie zien, zodat we onze coaching later online goed kunnen richten.

Voor de Roos van Leary zou zo’n leercirkel als volgt ingevuld kunnen worden in een trainingsblokje van 45 minuten:

  1. Ervaar hoe het is om vanuit verschillende posities in de Roos van Leary aangesproken te worden (Concreet ervaren)
  2. Noteer voor jezelf welk effect het gedrag van de ander op je heeft (Observatie en reflectie)
  3. Verken met de Checklist welke patronen bij oefening 1 kunnen ontstaan en waarom dat zo werkt (Theorie verkennen)
  4. Kies bewust een positie in de Roos om bepaald gedrag bij de ander op te roepen (Actief experimenteren)

Succeservaring is mooi, maar niet genoeg

In elke ronde beleeft een aantal deelnemers een succeservaring: ‘Dus die collega van mij kan ik veel beter aanspreken op zijn creativiteit dan op nauwkeurigheid en ik kan hem beter zijn gang laten gaan dan hem zo sturen.’ Begrip en vaardigheid stapelen zich op tot aan het eind van de dag de deelnemers weg gaan met het gevoel: ‘Aha, dus zo werkt het!’

Voor ons is dat niet voldoende. Want het is weliswaar bij een paar deelnemers goed gelukt in de bijeenkomst en de groep is tevreden over de dag, maar binnen een paar dagen zijn de meesten het weer kwijt. De goede voornemens ten spijt, schieten ze weer terug in vertrouwde patronen. Hoe krachtig het ook is om met de groep live drie keer alle stappen in de leercirkel te zetten, pas als deelnemers nóg een paar keer de cirkel doormaken, gaan ze geloven in hun effectiviteit:

Ik snap wat er gebeurt, ik kan uit mijn automatische reactie stappen, bewust iets anders zeggen op een andere manier, waardoor ik resultaat bereik en ook de relatie goed houd. En ik kan het niet alleen met die collega uit mijn Lastige situatie, maar ook met de secretaresse, met mijn baas en met die klant, ondanks dat het heel verschillende mensen zijn.

Veel oefening, reflectie, analyse vanuit de theorie en weer proberen, leidt tot diep begrip en maakt transfer mogelijk. Pas dan is ons werk gedaan.

Online verder leren met en van elkaar

We zorgen voor een naadloze overgang tussen de livesessie en het online vervolg. Aan het eind van de bijeenkomst nemen we de tijd om de deelnemers de verschillende leeractiviteiten in de ELO te laten zien. (We gebruiken overigens Moodle als platform.) De volgende dag zorgen we meteen dat er iets gebeurt in de ELO waardoor de deelnemers er naartoe getrokken worden. Denk aan:

  • Een persoonlijke tip en een compliment voor elke deelnemer op basis van gedrag dat hij in de bijeenkomst heeft laten zien.
  • We nodigen elke deelnemer uit om de feedback die hij heeft gekregen meteen op te schrijven nu het nog vers is en te bepalen wat hij daarvan echt wil gaan toepassen. Deel dat met de trainer en vraag advies.
  • Een online voortzetting van een gesprek dat we live zijn begonnen. Is gebleken dat veel deelnemers te dealen hebben met dwingende Vormers, dan plaatsen we in een groepsforum een video of krantenartikel over Erik Staal (de ex-directeur van Vestia) met de vraag: ‘Hoe ga je om met hem als baas?’

Eigen tijd, tempo en leervoorkeuren

In de ELO kunnen de deelnemers dus voor het leren werken met de teamrollen, met de Roos van Leary en met de combinatie complete leercirkels doorwerken. In de afbeeldingen zie je voorbeelden van live (blauw) en online (groen) leeractiviteiten.

Daarbij zullen ze hun eigen voorkeuren volgen, die trouwens ook weer veel over hun teamrollen zeggen. De Brononderzoekers en Vormers nemen graag de leiding in de forums om hun nieuwe ervaringen met uitproberen te delen. De Planten en Monitors gaan in discussie over de theorieartikelen en komen met nieuwe hypotheses. De Bedrijfsmannen maken eerst de online quizzes, zijn blij met de Checklists en stellen veel zogenaamd praktische vragen aan de trainers.

Als trainers helpen we de deelnemers te reflecteren op wat er in de ELO aan interactie plaatsvindt. We kunnen alles gebruiken als leermateriaal.

We delen de cursus op in secties die we ‘Ervaren’, ‘Reflecteren’, ‘Theorie verkennen’ en ‘Oefenen’ noemen om de deelnemers te helpen bij hun keuze en structuur in hun leren te brengen.

Voordeel van online: zingen zoals je gebekt bent

We bieden elke deelnemer twee uur online coaching na afloop van de training. Hiervoor gebruiken we de ELO. Het ligt aan de voorkeur van de deelnemer hoe dat vorm krijgt. Moodle heeft een Dialogue module waarmee je, zoals de naam al doet vermoeden, een dialoog met een deelnemer onderhoudt die voor anderen niet zichtbaar is. Maar de deelnemer kan er ook voor kiezen om met de hele groep in een forum zijn vragen en leerervaringen te delen.

Hoewel we ook kunnen chatten in Moodle en via de webcam kunnen communiceren (synchrone communicatie), zal de meeste communicatie asynchroon plaatsvinden. Ieder logt in op zijn eigen tijdstip, ziet wat er aan nieuws is, pakt op wat hem aanspreekt. Het grote voordeel van asynchroon communiceren is dat iedereen tijd heeft om na te denken over wat hij leest en wil terugschrijven. Zeker voor de wat meer introverte en bedachtzame types is dat een enorm voordeel ten opzichte van de drukte van een groepssessie.

Leren doe je zelf, met een beetje hulp

In de periode van 40 dagen begeleiding na de bijeenkomst, proberen we het initiatief steeds meer bij de deelnemers te laten. Het is de bedoeling dat zij met elkaar gaan leren en dat niet elke interactie via de trainers verloopt. In de bijeenkomst zijn ze voldoende met elkaar vertrouwd geraakt om elkaar ook online te bevragen en feedback te geven.

Ons doel is om hen door de leercirkel heen te coachen. Dat kan 1-op-1 met begeleiding van de trainer, maar de groepsleden kunnen elkaar daar ook bij helpen. We zien graag dat deelnemers er een routine van maken om op te schrijven wat ze op hun werk aan lastige samenwerkingssituaties meemaken, te reflecteren op wat er is gebeurd, met de theorie erbij te bedenken welk gedrag wél effectief is en dat uit te gaan. Daarbij verwijzen wij naar de theoriebronnen in de ELO, de oefeningen die deelnemers zelfstandig online kunnen doen (bij voorbeeld terugpraten tegen mensen in een video die je vanuit een bepaalde teamrol en positie in de Roos aanspreken), en vooral naar andere deelnemers. Immers, wil een Brononderzoeker weten hoe een Zorgdrager het ervaart als zijn precisiewerk niet gewaardeerd wordt, dan kan hij het die Zorgdrager in de groep vragen, voordat hij die Zorgdrager op zijn werk anders gaat benaderen.

We stimuleren de deelnemers om bij elke stap groepsleden te laten meedenken en meeleven. Een cursist kan vlak voor dat cruciale gesprek met die zakelijk partner op de wc nog even de tips van zijn groepsgenoten nalezen en er kracht uit putten. En vreemde ogen dwingen: wie weet dat een aantal mensen echt nieuwsgierig is naar de afloop, gaat dat gesprek ook aan. Onze rol wordt dan meer die van facilitator dan die van instructeur. De deelnemers gaan elkaar trainen en coachen. En dat heeft blijvend resultaat, in tegenstelling tot die ene leuke dag in dat zaaltje.

Voor meer informatie over de training verwijs ik naar onze site Soepel samenwerken met Belbin en Leary.

Posted in Moodle, Opleidingsontwerp | Leave a comment

Flankerend onderwijs bij projecten, laat het los…

Opleidingen die projectonderwijs hanteren, hangen vaak al het onderwijs op aan het project. Elke docent moet iets uitleggen of oefenen dat in het project moet worden toegepast. Je ziet dat studenten het overzicht verliezen: wat moet ik nu doen voor welk punten van welk vak? Wat de ‘flankerende’ module aan leeropbrengst moet opleveren, verwatert. Als ik docenten voorleg dat een projectopdracht bedoeld is om vragen op te roepen die studenten zelf gaan formuleren en zelfstandig (gecoached) gaan beantwoorden in hun product, dan krijg ik vaak als antwoord: ‘Maar daar moeten ze toch eerst les in gehad hebben?’

Naar mijn idee haal je de drive uit een project als je studenten vooraf gaat uitleggen wat ze in het project moeten doen. Ik heb een medestander gevonden in Pieter Mostert, die vorig jaar het mooie boekje Geen vraag, geen les publiceerde.

Pieter, waarom willen docenten zo graag een project ‘inpakken’ met flankerend onderwijs?

‘Docenten zien twee zaken tot hun kerntaak, sterker nog: als bepalend voor hun identiteit als docent, namelijk 1) de leerstof op te delen in brokken, en b) tegen studenten te zeggen “eerst ik  – dan jullie”. Stel je voor: ik ben docent en ik zeg tegen studenten “hier is een prachtige opdracht – heel veel plezier ermee, en dit is de ondersteuning die je erbij krijgt”, neem ik mijn rol als docent dan nog wel serieus? Het klinkt als plichtsverzaking, want je moet je kennis toch overdragen? En dus houden docenten angstvallig vast aan deze twee voorrechten.’

Toch hoor je vaak zeggen dat docenten die een project begeleiden niet inhoudsdeskundig hoeven zijn. Ze moeten vooral goede vragen stellen. Dat zegt ook Martin Dijkstra in het verhaal over het multidisciplinaire project op de HvA. Hij sluit aan bij jouw bemerking dat docenten het heel lastig vinden om terughoudend te zijn in de begeleiding. Zeker omdat de opdrachten die ze in dit project doen vaak om kennis vragen die ze ‘nog niet gehad hebben’. Docenten gaan dan vertellen hoe het moet. Misschien is het daarom zelfs wel beter als ze NIET inhoudsdeskundig zijn?

‘Je zou docenten moeten meenemen naar een opleiding waar studenten laten zien dat ze dat wel degelijk kunnen – aan beroepsopdrachten werken, zonder dat de docent eerst de stof heeft behandeld – en daar zien ze dan hoe goed je in je vak moet zijn om studenten bij dat werk te kunnen begeleiden. Veel opleidingen hebben hun eigen ruiten ingegooid, door de begeleider ‘procesbegeleider’ te noemen en daarbij te zeggen ‘je gaat niet over de inhoud’. Tja, dan is het inderdaad vreselijk saai en onbevredigend om als vakkundig opgeleid docent van de zijlijn naar studenten en ‘hun proces’ te kijken. Dat wil niemand, ook niet als je ervoor betaald wordt.’

‘Begeleiden lijkt mij helemaal het verkeerde woord. Opleidingen hebben veel verzet bij docenten weten te genereren door het helpen van studenten ‘begeleiden’ te noemen, want wie wil er nu leerling-begeleider zijn in plaats van docent? Is Socrates in zijn dialogen ‘begeleider’? Dat lijkt me niet. Socrates heeft de leiding, heel nadrukkelijk zelfs, en wel bij het stellen van heel gerichte vragen, op een heel vasthoudende manier, vanuit een stevige kennisbasis. Een docent die zich heeft laten wijsmaken dat hij studenten moet ‘begeleiden’, tja, die neem ik niet kwalijk dat hij daarbij denkt aan het schoolreisje op de middelbare school. Toen moesten er ook ‘begeleiders’ mee.’

Martins verhaal heeft veel bij me opgeroepen. Ik schreef al een commentaar op de ontwerpkeuze om in blok 2.3 alleen competenties op het gebied van projectmatig werken (pmw) te toetsen en de inhoud niet zwaar te toetsen (dus hoeft de begeleider ook niet inhoudsdeskundig te zijn…). Die pmw-competenties voor het project lijken vrij open geformuleerd.

Dit deed me denken aan het essay ‘De kunst van het verantwoorden’ in Geen vragen, geen les. Je schrijft daar over het verschil tussen de context of discovery en de context of justification bij het opstellen van leerdoelen (of ‘competenties’, ‘kerntaken’ of hoe je het wilt noemen). Ervaren docenten zoals die journalistiekdocenten uit jouw voorbeeld ‘weten’ wat een aankomend journalist in het eerste jaar moet leren. Als groep vertegenwoordigen ze het hele werkveld en elkaar aanvullend bedenken ze in drie intensieve dagen een boeiende en complete propedeuse. Pas daarna leggen de docenten het competentieprofiel naast hun leerplan. Vanuit de context of justification checkt het team of ‘alles erin zit’.  

Martin redeneert eigenlijk net als die journalistiekdocenten vanuit een soort innerlijk weten wat studenten moeten leren in de rol van adviseur die projectmatig werkt. ‘Als ze maar de 5 W’s en de 2 H’s kunnen uitwerken’. En ze moeten de scope bewaken. Dat is natuurlijk relevant en voor Martin is het heel concreet wat je dan doet als adviseur. Maar hij lijkt het ontwerpen van het onderwijs niet af te maken in de context of justification. Want welk professioneel handelen moet de student dan laten zien? Dat heeft hij (nog) niet overgedragen. Collega’s die studententeams beoordelen hebben nog geen betrouwbaar/objectief beoordelingsinstrument (er wordt wel aan gewerkt!). En voor studenten blijft het ook vaag wat ze dan moeten leren. Het is lastig hoor om je eigen professioneel handelen te vertalen in objectieve standaarden. Hoe kijk jij daar tegenaan?

‘Vroeger deden artsen heel geheimzinnig over hun vak. Eigenlijk was dat niet te leren, althans niet systematisch. Een student deed zijn best, leerde van alles uit zijn hoofd, hobbelde mee in de praktijk, en dan was het op een gegeven moment zo dat een ervaren medicus tegen hem zei: “Ik zie dat je de medische blik hebt; daar gaat het om: de medische blik.” Gelukkig leiden we zo geen artsen meer op.

Maar docenten in allerlei andere vakken denken nog steeds dat ze zich kunnen verschuilen achter zulke dubieuze slogans. Er spreekt dedain uit voor de leerbaarheid van hun vak, het is eigenlijk een arrogante houding. Dat staat me tegen. Ik kom uit de filosofie. Dat is een moeilijk vak, maar elk deel is daarvan leerbaar, op een heel methodische en transparante wijze. Daar is niks geheimzinnigs aan. Wie doet alsof je bij de studie filosofie moet wachten tot ‘de houding van verwondering’ zich in je manifesteert verkoopt kletspraat en loopt weg van zijn kerntaak: novices opleiden tot experts, om het maar eens in het jargon van Donald Schön (“Reflective practitioner”) te zeggen.

Docenten (in het hbo) hebben maar één autoriteit waar ze zich op kunnen beroepen, en dat zijn de ‘standaarden’ van de hedendaagse beroepspraktijk. Volgens mij is het helemaal niet moeilijk om te zeggen wat ‘professioneel handelen’ is, want dat is het handelen dat in een bepaalde beroepspraktijk als ‘professioneel’ wordt beschouwd. Wat dat is is voor een leerkracht basisonderwijs behoorlijk duidelijk omschreven, maar dat is bij een civiel ingenieur, een journalist of een communicatiemanager niet anders. Maar omdat docenten hun eigen onderwijspraktijk niet als een professionele praktijk inrichten, maar denken dat ze recht hebben op een eigen ‘bubble’, een eigen koninkrijk – wat in modern jargon ‘professionele ruimte’ is gaan heten – waarin ze hun eigen gang kunnen gaan, ervaren zij niet dat zij samen met collega’s staan voor een duidelijke en gedeelde vorm van professioneel handelen.’

Ja, laten docenten hun professionele ruimte gaan delen! Zo’n intensieve sessie om een opleiding te ontwerpen, waarbij het competentieprofiel even niet wordt bekeken, is een ideale manier om een nieuw en gemeenschappelijk koninkrijk te stichten. We zijn een beetje van de vraag ‘waarom geen flankerend onderwijs?’ afgedreven, maar duidelijkheid en een gedeeld beeld van het professioneel handelen en overeenstemming over de weg die een novice naar expert aflegt, hebben er wel alles mee te maken.

Als aan die voorwaarde voldaan is, kunnen ze hun docentrol bij projectopdrachten veel beter vervullen. Ze weten welke leervragen het project kan oproepen, welke vragen echt belangrijk zijn om te onderzoeken, en als die uitblijven kunnen ze studenten beter stimuleren. Door te delen, verbreden ze hun eigen professionele basis en leren elkaars deskundigheid beter kennen. Ze kunnen dan projecten beter vanuit de inhoud begeleiden, en als ze het zelf niet weten, weten ze wie het wel weet. Dan is flankerend onderwijs niet nodig want er wordt IN het project heel intensief geleerd.

Posted in Projectonderwijs | 2 Comments

Projectonderwijs: beoordeel PMW-competenties integraal met de inhoud

Een tijdje geleden sprak ik met Martin Dijkstra, docent bij Logistiek aan de HvA. Bij mijn uitwerking van het gesprek met hem plaatste ik onder andere de vragen:

  • Kun je inderdaad pas ver in het tweede jaar studenten een project laten uitvoeren voor een echte opdrachtgever?
  • Wat vind je ervan om in dit project helemaal op de PMW-competenties te focussen, waarbij de inhoud ondergeschikt is?

Inmiddels heb ik nagedacht over beide vragen en ook het stuk nog eens vanuit de vragen gelezen. Ik heb de waarheid niet in pacht, maar ik heb wel een mening. In dit stukje de vraag of je de inhoud van de opdracht in begeleiding en beoordeling ondergeschikt moet maken aan de PMW-competenties. In de vorige post staat mijn antwoord op de eerste vraag naar het moment waarop studenten de echte opdrachtgever ontmoeten.

Geen PMW-competenties zonder eisen aan de inhoud

In het project waarbij de opleiding Logistiek externe opdrachtgevers inzet, gaat het primair om het verwerven van competenties op het gebied van PMW, er wordt niet gestuurd op de theoretische diepgang. Er wordt in de begeleiding en beoordeling geen directe link gelegd tussen het project en de beroepscompetenties in het profiel, alleen met de algemene hbo-competenties:

  • de samenwerking in het team moet goed verlopen,
  • de opdrachtgever en zijn vraag moeten op een aangename manier gemanaged worden en
  • rapport en presentatie moeten vormtechnisch in orde zijn.

De beroepskennis groeit aan vanaf dag 1 van de opleiding. De beroepsvaardigheden groeien op een natuurlijke manier mee. Een voorwaarde daarvoor is dat er druk staat op de kwaliteit van het werk, want dan komt er vanzelf ook druk te staan op het werkproces. Hoe ingewikkelder de opdracht, hoe belangrijker het wordt om goede onderzoeksvragen te formuleren, eisen te stellen, de scope te begrenzen, gevonden kennis onderling te delen en te wegen, oftewel om pmw-competenties in te zetten.

In de projecten die aan 2.3 voorafgaan werden studenten steeds beoordeeld op zowel inhoud als proces. Als het goed is, zijn studenten daardoor steeds professioneler geworden in de pmw-competenties Het project in blok 2.3 heeft als doel om hen juist daarop te toetsen. Waarom laat de opleiding juist dan de spanning op de theoretische verantwoording wegvallen? Of wordt studenten niet verteld dat hun prestaties op de inhoud niet zo zwaar wegen?

Programma van Eisen als scharnier tussen pmw- en beroepscompetenties

Een belangrijke competentie voor studenten in het kader van projectmatig werken is: een Programma van Eisen kunnen opstellen. Dat kunnen ze niet zonder beroepskennis. In de voorbeelden van opdrachten die Martin aanbiedt, moeten studenten wel beroepskennis aanboren om tot een antwoord te komen. Dus die beroepscompetenties zitten er gewoon in. Beoordeel ze dan ook.

Maar waarom zou een docent, laat staan de opdrachtgever,  aan de studenten van te voren moeten vertellen welke beroepscompetenties ze voor het project moeten inzetten? We willen toch graag dat studenten hun eigen leerproces kunnen sturen? Wijs studenten op het competentieprofiel van de opleiding en laat hen zelf uitzoeken op welke competenties of beroepstaken de vraag van de opdrachtgever betrekking heeft. Inzicht in wat die competenties betekenen en ze proberen te matchen met de vraag kan hen helpen om eisen te formuleren aan de kwaliteit van zowel hun werkproces als het resultaat van de beroepstaak.

In het competentieprofiel voor Logistiek (ik kan alleen een landelijk document uit 2007 vinden) staat een overzicht van beroepsrollen, -taken, -situaties en -producten in een matrix. Achter deze elementen hangt een body of knowledge. Ik vermoed dat een vraag als

  • ‘Implementeer RFID in een audiovisuele omgeving’

waar studenten in blok 2.3 aan kunnen werken, hoort bij de logistieke competentie:

  • ‘De beginnend beroepsbeoefenaar levert een bijdrage aan logistieke veranderingsprocessen binnen een afdeling of organisatie’

maar of het dan gaat om de beroepssituatie supply chain management, transport, warehousing, of productie zou ik niet kunnen zeggen.

Maar iemand als Martin, met een goed inzicht in het beroep en het competentieprofiel, kan studenten wel helpen om die relaties tussen vraag en competentie te onderzoeken. Is die relatie gevonden dan weten studenten ook in welke bronnen ze eisen moeten zoeken.

(Competentieprofielen blijven zo vaak dode letters waar noch een docent, noch een student iets mee doet. Maar er wordt zo veel tijd gestoken in de ontwikkeling ervan. Het moet toch ergens nuttig voor zijn?)

Met het Programma van Eisen dat door de studenten wordt opgesteld en door de opdrachtgever goedgekeurd wordt, bereik je in een keer drie zinvolle doelen:

  • de beoordelingscriteria die de docent gaat hanteren liggen meteen vast met instemming van studenten en opdrachtgever
  • er is verantwoord hoe de projectopdracht bijdraagt aan de ontwikkeling van de student als logistiek manager
  • pmw- en beroepscompetenties worden integraal beoordeeld, zoals het in het echt ook gaat.

Zo profiteer je optimaal van een ECHT project.

Goed voorbeeld doet goed volgen

Van Pieter Mostert kreeg ik een uitstekend voorbeeld van een projectopdracht waarin studenten uitgedaagd worden op het formuleren van eisen. Opdrachtgever is Het Havenbedrijf in Rotterdam dat wachthuisjes wil plaatsen bij de ponten over de Maas. Hierbij vind je de docentenhandleiding en de technische uitwerking waarin uitgelegd wordt hoe de studenten tot die eisen kunnen komen. Dit is wel een heel fijne houvast voor docenten die tijdens de projectbegeleiding studenten moeten coachen op het professioneel beredeneren van eisen.

Bekijk docentenhandleiding Ponthuisje.

Bekijk technische uitwerking Ponthuisje.

Posted in Projectonderwijs | Leave a comment

Projectonderwijs: kom vroeg met die echte opdrachtgever

Een tijdje geleden sprak ik met Martin Dijkstra, docent bij Logistiek aan de HvA. Bij mijn uitwerking van het gesprek met hem plaatste ik onder andere de vragen:

  • Kun je inderdaad pas ver in het tweede jaar studenten een project laten uitvoeren voor een echte opdrachtgever?
  • Wat vind je ervan om in dit project helemaal op de PMW-competenties te focussen, waarbij de inhoud ondergeschikt is?

Inmiddels heb ik nagedacht over beide vragen en ook het stuk nog eens vanuit de vragen gelezen. Ik heb de waarheid niet in pacht, maar ik heb wel een mening. In dit stukje de vraag of je die echte opdrachtgever zo lang moet laten wachten. In de volgende post volgt mijn antwoord op de tweede vraag.

Martin noemt een aantal redenen om pas in blok 2.3 studenten voor een echte opdrachtgever te laten werken:

  • Pas dan hebben studenten genoeg geleerd om een opdrachtgever echt waarde te kunnen bieden
  • Het kost te veel tijd om opdrachten te werven voor meer blokken
  • De opdrachten zijn vaak inhoudelijk niet zwaar en gevarieerd genoeg om alle competenties uit het profiel aan te sturen. Als we zelf de opdrachten construeren, hebben we dat zelf in de hand

Wat moet je al geleerd hebben als de inhoud niet zo belangrijk is?

Als ik deze redenen plaats in de context van de rest van het verhaal, denk ik ‘Hé, hoe moet ik dit rijmen met andere uitspraken die Martin doet: ‘De inhoud is niet belangrijk.’ En “De opdrachten die we binnen krijgen, zijn vaak van te eenvoudig niveau’.’ Waarom dan niet toch veel eerder een ECHT project? Een indringende leerervaring in de beroepspraktijk kan immers zoveel bijdragen aan motivatie voor het beroep (of juist een vroege keuze voor iets wat beter past) en aan motivatie om meer energie in het leren te steken.

Als de studenten zich op de inhoud niet hoeven te bewijzen, waarom kun je hen dan niet eerder laten ervaren hoe het in de echte wereld werkt? Als de vragen vrij eenvoudig zijn, kunnen ze die in het eerste jaar wellicht ook al goed oplossen. Vanuit gezond verstand, nieuwsgierigheid en goede begeleiding bij vragen formuleren en research kan een studententeam samen al iets van waarde opleveren, ook als ze nog niet alle basiskennis van het beroep verworven hebben.

Sterker nog, als je niet stuurt op de vragen van opdrachtgevers, maakt het ook niet uit welke basiskennis ze precies ‘gehad’ hebben.

Echte opdrachtgever zet studenten in de leerstand

Ik vind het een gemiste kans als je studenten pas zo laat een echte wedstrijd laat spelen. Mijn overtuiging is dat je pas gaat leren als je ervan baalt dat iets niet lukt. Een opdrachtgever die echt iets wil gaan doen met je werk, al is het maar iets kleins, motiveert je om te leren, meer dan een docent die alleen wil bepalen wat voor cijfer hij je kan geven.

Bij werk voor een opdrachtgever zijn studenten eerder bereid om aan te nemen dat ze iets niet kunnen, dan als een docent hen dat vertelt. Hebben ze feedback van een opdrachtgever gekregen, dan staan ze open voor datgene wat je hen als docent te leren hebt.

Hoe eerder studenten concrete beelden hebben bij wat het beroep van hen vraagt, hoe beter. Ontdekken dat je een goede keuze hebt gemaakt omdat je plezier hebt in die opdracht, motiveert je voor het vervolg van de opleiding. Krijg je het idee dat het niks voor je is, dan heb je stof voor een gesprek met de SLB-docent die met jou kan onderzoeken wat je ervaring over je beroepskeuze zegt.

Verwacht iets, dan krijg je ook wat

Naar mijn idee is onderschatting van capaciteiten net zo demotiverend als overschatting. Is je houding als docent naar studenten toe: ‘Jij kan dit aan, en waar je tegen je grenzen aanloopt, help ik je’, dan komt er veel meer uit dan als je denkt ‘Jij kan dit pas als je zes blokken hebt overleefd.’

Maar die opdrachtgever dan? Krijgt hij wel waarde?

Misschien ben ik te optimistisch, maar volgens mij heeft een opdrachtgever altijd iets aan het werk van studenten, al zitten ze in blok 1.1 en is het een relatief eenvoudige opdracht. Er zit altijd wel iets in dat hem op een idee kan brengen. Studenten stellen vragen vanuit hun onbevangenheid en willen begrijpen. Alleen al door die vragen, wordt hij geprikkeld om weer eens te bedenken waarom het ook alweer gaat zoals het gaat. Zoals van de docent een open en nieuwsgierige houding wordt gevraagd naar de ideeën van studenten, geldt dat natuurlijk ook voor de opdrachtgever.

In het vierde jaar komt die student die in het 1e jaar misschien al met spannende ideeën kwam, weer terug bij de opdrachtgever en kan hem dan werk van grote klasse bieden.

Ik zie wel in dat het lastig is om in elk blok te realiseren dat studenten een project voor een echte opdrachtgever kunnen doen, maar wacht er in elk geval niet mee tot ver in het 2e jaar.

Posted in Projectonderwijs | Tagged , , | 1 Comment

Docenten verplichten of verleiden om ict-competenties te ontwikkelen?

Op de Onderwijsdagen in november werden alle workshops die over ‘de docent en ict’ gingen goed bezocht. Het is kennelijk een lastig vraagstuk hoe je docenten ‘aan de technologie krijgt’. Voor het vakblad Profiel voor het mbo heb ik een stuk geschreven over een naar mijn idee heel doeltreffende aanpak: van verleiden naar verplichten.

ROC Novacollege zet ‘Informatie Specialisten Onderwijs’ in die docenten op hun werkplek opzoeken en leervragen proberen op te wekken om vervolgens klaar te staan met een ‘digitale leerlijn voor docenten’. Op een Wikiwijssite wordt op een heel praktische manier uitgelegd wat je met video, social media of gewoon met het eigen Nova Portal kan. Naast deze verleidingstactieken loopt een parallel traject: HRM. De vrijblijvendheid gaat er toch echt af. Wat je met ict doet of nalaat wordt in de nabije toekomst meegenomen in het functioneringsgesprek.

Lees het artikel Elke docent ict-competent in Profiel

Kennisnet werkt intussen aan een set ict-bekwaamheidseisen voor leraren. De informatiespecialisten die ik voor het artikel heb geïnterviewd houden dit in de gaten, want het document is waarschijnlijk goed te gebruiken als onderlegger voor het HRM-beleid.

Voor het vakblad Van 12 tot 18 (in opdracht van Kennisnet) ga ik kijken hoe het in het VO staat met de behoefte aan een document met eisen. Ook in dit artikel laten we docenten zelf aan het woord. Waarom is het voor hen belangrijk dat zo’n set er komt?

Kennisnet heeft op LinkedIn een discussiegroep ICT bekwaamheidseisen. Docenten krijgen er daar flink van langs in verschillende mates van strengheid en in weinig uitnodigende bewoordingen. Ik hoop dat we de discussies een andere kant op kunnen leiden. Een landelijk geaccepteerde set met eisen biedt duidelijkheid, houvast om persoonlijke doelen te formuleren. En het biedt hen kansen op ontwikkeling, want geen verplichting zonder facilitering lijkt me.

Als zo’n set er is mag je natuurlijk eigen initiatief verwachten van docenten, maar het helpt wel erg als je bij een collega in je school terecht kan die meer weet dan jij en tijd heeft om met je mee te kijken vanuit de vraag: ‘Leren mijn leerlingen nu echt meer, sneller of fijner als ik digitaal leermiddel X of appje Y ga gebruiken?’. Als de docent experimenteert en evalueert kan hij vervolgens in zijn functioneringsgesprek en/of portfolio laten zien hoe ict-bekwaam hij is.

Posted in Professionalisering docenten | Leave a comment